Een meditatie voor innerlijke vrijheid

innerlijke vrijheidAls we willen dat iemand in onze omgeving verandert, is dat meestal niet omdat we de ander willen helpen. Vrijwel altijd is het omdat we vrij willen zijn van het storende gedrag van de ander. We denken (onbewust): als hij/zij verandert, dan ben ik vrij. Dan kan ik weer ontspannen en tevreden zijn. Maar iemand proberen te veranderen, levert alleen maar frustratie op, want we kunnen een ander niet veranderen. Hoe kunnen we dan toch vrij zijn? Door de ander te aanvaarden. In onderstaande meditatie legt Swami Dayananda uit wat deze aanvaarding inhoudt.

Je kunt de tekst een paar keer lezen en vervolgens de tijd nemen om de mensen uit je directe omgeving één voor één voor de geest te halen en ze de vrijheid te geven om te zijn wat ze (in jouw ogen) zijn.

Wat is aanvaarding?
“Wanneer ik iets aanvaard, wat doe ik dan? Is het alleen maar een zin, ‘Ik aanvaard’? Louter een zin houdt nog geen aanvaarding in. Soms aanvaard ik iets zonder het te benoemen.

Aanvaarding impliceert een bepaalde houding van mijn kant. Wanneer ik iets aanvaard, geef ik het de vrijheid om te zijn wat het is. Ik wil niet dat het ding anders is dan wat het is.

Aanvaarding houdt in: vrijheid verlenen aan het te aanvaarden object om te zijn wat het is. In het geven van die vrijheid eis ik niet dat het object anders is dan wat het is. Alleen het woord, aanvaarding, zonder de implicaties ervan te begrijpen, helpt niet.

Ik aanvaard een kind zoals het kind is. Ik aanvaard een boom. Ik aanvaard de zon, de maan. Ik aanvaard een vogel, zijn kleur, zijn gedrag. Ik aanvaard een chemisch product zoals het is. Ik aanvaard suiker zoals het is. Ik aanvaard vergif zoals het is. Aanvaarding houdt niet in dat ik het moet gebruiken. In aanvaarding is er objectiviteit. Ik laat dingen zijn zoals ze zijn.

Mijn verleden aanvaarden
Als het echter gaat om mijn verleden, laat ik het niet zijn zoals het is. Ik aanvaard het niet, omdat het verleden mij pijn heeft gebracht. Als gevolg van mijn hulpeloosheid stelde ik mezelf bloot aan pijn, aan leed. Daarom is het pijnlijke verleden voor mij niet aanvaardbaar. Kan ik mijzelf ertoe brengen om het verleden te aanvaarden? Als ik mezelf ertoe breng het verleden te dragen, ben ik dan in staat om dezelfde persoon te zijn die ik ben wanneer ik de lucht aanvaard?

Hoe aanvaard ik de lucht? Wat voor gemoedstoestand heb ik wanneer ik naar de lucht kijk? Ik wil niet dat de lucht anders is dan hij is. Diezelfde gemoedstoestand pas ik toe op mijn vader en moeder – of ze nu nog in leven zijn of niet. Op dezelfde manier aanvaard ik mijn vrienden, mijn familie, mijn baas, mijn grootouders, mijn kinderen, mijn levenspartner. Ik aanvaard ieder van hen persoonlijk, omdat ik ze de vrijheid geef om te zijn wat ze zijn. Ik verwijt het de lucht niet of zij wel of niet blauw is.

Met deze houding richt ik me op diegenen met wie mijn leven is toebedeeld. Ze zijn allemaal verschillende personages in het drama van mijn leven. Ik bevrijd mezelf van het bekritiseren van ieder van hen. Ik verwijt niemand iets, noch verwijt ik mezelf iets.”

Bron: ‘Morning Meditation Prayers’, Swami Dayananda