Posted on Geef een reactie

Fragment uit het boek ‘Inleiding tot Vedanta’

Je kent jezelf als ‘ik ben’

“Als we zeggen dat de mens onwetend is van zichzelf, wil dat niet zeggen dat hij helemaal zonder kennis over zichzelf is. Als je totaal onwetend van jezelf zou zijn, dan zou je geen vergissing over jezelf kunnen maken. Als je niet zou beschikken over een ontwikkelde geest die ‘ik ben’ kan beseffen, dan zou je jezelf ook niet kunnen beschouwen als een onvolmaakt wezen. Als je niet bekend bent met ‘ik ben’, dan kun je niet tot de conclusie ‘ik ben onvolmaakt’ komen. Als je je van een voorwerp niet bewust bent, maak je hierover ook geen vergissing. Als je echter van iets bewust bent, maar het niet herkent voor wat het is, dan kun je wel een vergissing maken.

‘Ik ben’ is je heel bekend. Je weet dat je nu hier bent. Je weet dat ‘ik ben’ bestaat. De vraag is: herken je precies dat ‘ik ben’ voor wat het werkelijk is? Als je het volmaakte wezen bent dat je zo graag wilt zijn, maar er niet in slaagt om dat feit te herkennen, dan zul je tot de conclusie komen dat je onvolmaakt bent. En dan zul je gaan proberen om volmaakt te worden. Natuurlijk is dat vergeefse moeite. Volmaaktheid kan niet verkregen worden door verandering of door actie. Volmaaktheid kan alleen verkregen worden door herkenning van het bestaande feit, dat voor jou ten gevolge van onwetendheid verborgen bleef.

Als iets een voor de hand liggend bestaand feit is, dat door onwetendheid niet wordt herkend, dan kunnen woorden directe kennis geven over dat feit. […]
Als volmaaktheid in feite jouw eigen aard is en wanneer een leraar de geschikte context voor de woorden creëert om hun betekenis over te brengen, dan zal de mededeling “dat zijt gij” (tat tvam asi), jij bent zelf dat volmaakte wezen dat je probeert te worden, directe kennis geven over jezelf als een volmaakt wezen.”

Lees verder in het boek ‘Inleiding tot Vedanta’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *