Geplaatst op Geef een reactie

Zelfacceptatie door Advaita Vedanta

Wat is het doel van Advaita Vedanta? Wat willen de Upanishads en de Bhagavad Gita en al die andere prachtige Vedische geschriften ons vertellen? Meestal zeggen we: het doel is mokṣa, bevrijding. Bevrijding van het gevoel van gebrek, bevrijding van ontevredenheid, onzekerheid en sterfelijkheid. Een andere manier om hiernaar te kijken is: Vedanta helpt ons onszelf volledig te accepteren. En in dit proces ontdekken we onze vrijheid.

Uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

‘Dit is het fundamentele, menselijke probleem. Ik verlang naar het gevoel thuis te zijn en in vrede te zijn met mezelf. Nergens vind ik die vrede, omdat ik me bewust ben van mezelf als een gebrekkig wezen en ik kan me niet thuis voelen bij gebrek. Omdat ik niet weet hoe ik het probleem moet oplossen, ontloop ik het. Soms luister ik naar muziek om aan mijn verdriet te ontsnappen. Ik kijk een film om de realiteit van mijn geest te ontvluchten, in de hoop dat het me opvrolijkt. Niemand heeft ooit een probleem opgelost door het te ontwijken.’

Zoals ik mezelf nu ken, als een sterfelijk lichaam en een wispelturige geest, kan ik mezelf niet accepteren. Ik wil voortdurend anders zijn: zekerder, gelukkiger, mooier, sterker, gezonder. Advaita Vedanta laat ons zien dat dit beeld van onszelf als een sterfelijk wezen niet klopt. En dat we onszelf onterecht veroordelen.

Labelen en veroordelen

Als we anderen beoordelen op slechts één aspect van wie ze zijn, vinden we dat veroordelend en respectloos. Het schaadt de persoon. Denk aan veroordeling op basis van huidskleur, status of opleiding. Stel dat iemand zich ongepast gedraagt in een situatie en we noemen die persoon meteen ‘een idioot’. Of een blonde vrouw zegt iets wat niet klopt en wordt uitgemaakt voor ‘dom blondje’. Labels zijn respectloos en subjectief. Dat is denk ik niet moeilijk in te zien. Maar ditzelfde principe geldt ook op een veel grotere schaal.

Een ander veroordelen op zijn gedrag of uiterlijk vinden we niet oké. Dan zeggen we: ‘Kijk naar de hele persoon.’ Door Vedanta ontdekken we dat ‘de hele persoon’ een stuk meer is dan het lichaam, de zintuigen, de persoonlijkheid, het geheugen, intelligentie, etc. Ieder individu is zoveel meer. We missen de absolute werkelijkheid van elk wezen.

Drie graden van werkelijkheid

In het onderwijs van Advaita Vedanta maken we gebruik van een model dat drie graden van werkelijkheid onderscheidt:

1. Vyāvahārika-satyam: de objectieve of empirische werkelijkheid.

Dit is hoe iedereen zichzelf kent: als een persoon met een lichaam, geest en zintuigen en een wereld die wordt waargenomen. Dit is de objectieve werkelijkheid. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Mijn lichaam heeft een bepaalde leeftijd, lengte en gewicht’, etc.

2. Prātibhāsika-satyam: de subjectieve werkelijkheid.

Onze dromen en projecties creëren een subjectieve werkelijkheid. Eén die wij alleen zien. Vaak zien we onszelf (en de wereld) niet zoals het is, maar kijken we door een bril van voorkeuren, aversies en complexen. ‘Ik ben lelijk, te dik, te dun, ik ben saai, raar, beschadigd, waardeloos’, etc. Op dit niveau kunnen we groeien door het herkennen en begrijpen van onze subjectiviteit. Dan komen we terug bij de objectieve werkelijkheid, bij de feiten van het leven. De groei ligt in het verminderen van onze subjectiviteit, zodat zelfacceptatie dichterbij komt. Zie ook het artikel over emotionele volwassenheid.

3. Pāramārthika-satyam: de absolute werkelijkheid.

Dit is onze essentie, die vrij is, onbegrensd en onaangetast. Vedanta toont ons deze werkelijkheid in een spiegel van woorden, waardoor duidelijk wordt: ‘Ik ben alles wat ik wens te zijn. Aan mij kan niets verbeterd worden. Ik ben onbegrensd bewustzijn dat het bestaan is van alles.’ In de heldere kennis van onszelf als onbegrensd en de bron van geluk, vinden we volledige zelfacceptatie.

Relatief en absoluut werkelijk

De subjectieve en objectieve werkelijkheid zijn relatief werkelijk (mithyā). Ze zijn voor hun bestaan afhankelijk van de absolute werkelijkheid, dat het bestaan van alles is. Een boom is, een hond is, hij is, zij is, ik is, de lucht, de aarde is: de ‘is’ in alles is het bestaan dat onveranderlijk en onbegrensd is. Deze absolute werkelijkheid is de basis van de andere twee graden van werkelijkheid en is er tegelijkertijd vrij van. Dit onveranderlijke, onbegrensde bestaan is de werkelijkheid van het individu. Dit maakt mij het meest significante en meest waardevolle in het leven.

Kennis van het geheel

Vedanta zegt: als je jezelf ziet vanuit enkel de subjectieve werkelijkheid of de objectieve werkelijkheid, dan doe je jezelf een groot onrecht aan. Leer jezelf kennen op alle niveaus en kijk dan nog eens of je acceptabel bent.

De Upanishads doen geen belofte dat je ooit acceptabel zult worden. De visie is: je bent al volledig acceptabel. Je hoeft niets te worden, want je bent alles wat je wenst te zijn. Een vurig verlangen om het onbegrensde zelf te ontdekken en een leraar die dit onderwijs helder kan ontvouwen, dat is wat je nodig hebt.

‘Om brahman (de onbegrensde werkelijkheid) te kennen, zou hij met twijgen in de hand enkel een leraar moeten benaderen die goed onderlegd is in de geschriften en die standvastig is in de kennis van brahman.’
– Muṇḍaka-upaniṣad 1.2.12

De visie van een wijze

Een wijs mens ziet zichzelf als volledig acceptabel; er is geen deel dat de wijze van zichzelf afwijst. Ondanks de beperkingen van het lichaam, de zintuigen en de geest, is de wijze compleet voldaan in zichzelf.

‘Iemand die tevreden is met zichzelf, in zichzelf, en die alle (bindende) verlangens die in de geest opkomen opgeeft, zo iemand wordt een persoon met standvastige kennis genoemd.’
– Bhagavad Gita 2.55

Degene die zichzelf kent op alle drie de niveaus heeft niets nodig om zekerder of gelukkiger te worden. Bindende verlangens – zo moet het gebeuren of dat mag absoluut niet gebeuren – geeft de wijze als vanzelf op. Zijn of haar hart is zo ruim dat het alle mensen en omstandigheden kan bergen, omdat er begrip is van de complexiteit van het leven en de intelligente orde die alles doordringt (Īśvara). En tegelijkertijd is er heldere kennis van de absolute vrijheid en onvergankelijkheid van het eigen zelf. De wijze ziet de complete persoon.

Wees een vriend voor jezelf

We kunnen onszelf alleen accepteren als we onszelf ontdekken als een vrij, compleet wezen. Dit is het doel van Vedanta. Dit proces begint met jezelf niet langer veroordelen. Maak geen oordeel over jezelf op basis van je lichaam, zintuigen of geest. Wees je eigen vriend; iemand die jou als geheel ziet en bewondert.  

‘Verhef jezelf met behulp van jezelf; verlaag jezelf niet. Want alleen het zelf is je vriend, en alleen het zelf is je vijand.’
– Bhagavad Gita 6.5

Het proces naar heldere zelfkennis kenmerkt zich door begrip, compassie en groothartigheid. Wees de vriend voor jezelf die je nodig hebt om jezelf te verheffen, want je hebt het recht om je eigen vrijheid toe te eigenen en volledige zelfacceptatie te vinden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *