Geplaatst op 4 Reacties

Blijvende tevredenheid

tevredenheid

De mens lijkt in de basis ontevreden. We moeten ons omringen met leuke mensen, lekker eten en plezierige dingen om momenten van tevredenheid te kunnen ervaren. Tevredenheid lijkt te komen en te gaan en afhankelijk te zijn van externe factoren. Advaita Vedanta toont het tegendeel aan: tevredenheid is je natuur; het is ontevredenheid die komt en gaat. De heldere kennis dat je zelf de betekenis van tevredenheid bent, verdrijft de ontevredenheid voorgoed.

Zodra we ons ontevreden voelen, proberen we dit onplezierige gevoel kwijt te raken. We doen afstand van dingen of mensen die we niet plezierig vinden en we vergaren dingen waar we van houden. Dit gaat de hele dag zo door. Maar worden we daar echt tevreden van? Zijn het echt de dingen en mensen die ons tevreden maken?  

Tevredenheid is niet maakbaar

Omstandigheden hebben niet de kracht om ons tevreden te maken. Ga maar na: de ene keer voelen we ons gelukkig als we onze lievelingsmaaltijd eten, en een andere keer kunnen we er niet van genieten, omdat we ons zorgen maken over de extra kilo’s die er de afgelopen maanden bij zijn gekomen. We kunnen tevredenheid niet afdwingen of regisseren. Het lijkt alsof bepaalde mensen, dieren of dingen ons af en toe gelukkig maken. Maar dat komt omdat de ontevreden, onrustige geest even tot rust komt, waardoor tevredenheid, je eigen volheid, zich kan manifesteren in je geest.

Uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:
‘Wanneer je naar iets verlangt, is de geest onrustig; als het verlangde object verkregen is, is de rusteloosheid verdwenen en is de geest bevredigd. Het geluk dat je ontdekt, ligt in deze bevredigde, tevreden geest, niet in een object. Je houdt van die mensen, situaties en objecten die jouw geest tevreden kunnen maken. Niet elk object kan dit; door je achtergrond, waarden en opvoeding staan alleen bepaalde objecten en personen jou aan. Maar het geluk dat je ondervindt komt nooit van objecten of mensen, hoe dierbaar ze ook mogen zijn. Geluk is alleen zichtbaar in een tevreden geest, een geest die niets verlangt, want het zelf is de bron van geluk. De vreugde die je ervaart als je iets moois ziet of een aangenaam liedje hoort, is een expressie van jouw eigen natuur – een greintje van het onbegrensde geluk dat je bent.’

Vrij van wensen

Wat gebeurt er als deze kennis, ontvouwd door het onderwijs van Vedanta, door iemand volledig en helder begrepen is? Dan is iemand vrij van alle wensen. Stel je maar voor: als je zou weten dat je zelf de tevredenheid bent die je zoekt, dat je vol en compleet bent, dat er niets aan jou ontbreekt, dan zullen wensen voor meer veiligheid en meer plezier je niet meer binden. Want je bent niet afhankelijk van de wereld voor je geluk. 

Als iemand alle wensen die de geest koestert volledig opgeeft, voldaan in het zelf, door het zelf, dan wordt diegene een persoon van evenwichtige wijsheid genoemd. 
– Bhagavad Gita 2.55

Tevredenheid staat los van het vervullen van wensen. Dit inzicht kan ons hele leven transformeren. Als onze tevredenheid niet afhangt van omstandigheden, maar onze eigen natuur is, dan zijn we vrij. Dit is de vrijheid (mokṣa) die Advaita Vedanta onthult.

Onwetendheid is het probleem

Maar als tevredenheid onze natuur is, waarom zoeken we er dan naar? Dit komt omdat we onwetend zijn. Door onwetendheid en verkeerde overtuigingen onteigenen we onze ware natuur.

We worden als mens onwetend geboren en doen geleidelijk kennis op over de wereld. Maar de kenner die de wereld, inclusief het lichaam en de geest, waarneemt, blijft een groot raadsel. We leren niets over de ‘ik’ die voortdurend aanwezig is in elke waarneming. Vedanta heeft juist deze kenner, dit bewuste wezen, als onderwerp met als doel om onze onwetendheid te verdrijven, als we dat wensen. Vedanta is specifiek bedoeld voor mumukṣu’s, mensen die naar vrijheid verlangen. Die tot de ontdekking zijn gekomen dat de wereld tijdelijk en veranderlijk is en geen blijvende tevredenheid kan geven.

Tevredenheid ontdekken

Door middel van verfijnde onderwijsmethodes laat het onderwijs van Vedanta zien dat we de beperkingen van het lichaam, de geest en zintuigen op onszelf hebben geprojecteerd. Onze essentie is enkel bewustzijn; vrij van tijd, plaats en eigenschappen, onbegrensd, vol. De tevredenheid die we zoeken is onze eigen onbegrensdheid.

Omdat deze kennis ingaat tegen onze huidige overtuigingen is het om te beginnen van belang een relatieve tevredenheid te ontdekken. Alleen een relatief tevreden persoon kan begrijpen dat hij of zij absolute tevredenheid is, die nooit komt en gaat. Alleen een kalm persoon die vrij is van conflict kan langere tijd bij het onderwijs van Vedanta stilstaan en zijn eigen vrijheid toe-eigenen. Daarom geeft Vedanta ons kwaliteiten om te ontwikkelen, waaronder vairāgya, objectiviteit.

Objectiviteit geeft kalmte

Subjectiviteit is een oorzaak voor veel onrust in de geest en daarmee voor ontevredenheid. Als we de dingen in de wereld onterecht veel waarde toekennen, dan bestaat ons leven uit verwachtingen en teleurstellingen. We kunnen onze subjectieve projecties op de wereld verminderen door te onderzoeken wat de feitelijke waarde is van bijvoorbeeld geld, status en gezelschap. Alles heeft zijn waarde, maar we moeten gaan zien dat de dingen in de wereld ons geen blijvende veiligheid of tevredenheid kunnen geven. Door vairāgya, objectiviteit, te ontwikkelen, wordt de geest kalm, onberoerd door het wel of niet aanwezig zijn van mensen en dingen. Zo ontdekken we een zekere tevredenheid in onszelf.

Wie niet gehecht is aan externe objecten vindt geluk in zichzelf. Maar wie beschikt over de kennis van brahman (het onbegrensde) verkrijgt het geluk dat nooit afneemt.
– Bhagavad Gita 5.21

Het ontwikkelen van objectiviteit en andere kwaliteiten is een voorbereiding voor het volledig begrijpen van de kennis van brahman, het onbegrensde. Het traditionele onderwijs van Vedanta is systematisch en grondig. Door te luisteren naar het onderwijs zul je steeds beter gaan zien wat de natuur is van jezelf en van de wereld. En dat de essentie van jezelf gelijk is aan de essentie van alles.

Bewustzijn is het bestaan van alles en is onbegrensd. Deze onbegrensdheid is de betekenis van wat we tevredenheid noemen. Tevredenheid kan dus niet komen en gaan, want het is jouw natuur. Het is de ontevredenheid die komt en gaat door de onwetendheid en verkeerde overtuigingen over onszelf en de aard van de wereld.

Wil je meer lezen over Advaita Vedanta? Bekijk dan hier ons leesadvies.
Kijk voor (online) Vedanta-onderwijs op Advaita.nl.

Geplaatst op Geef een reactie

Advaita Vedanta-meditatie

Tempel in Rishikesh India

Wat is Advaita Vedanta-meditatie? Welke vormen van Vedanta-meditatie zijn er? Wat is het doel van meditatie voor een Vedanta-student? Wie is de mediteerder? Al deze vragen komen aan bod in dit artikel.

Maar eerst bij het begin beginnen: wat is het doel van Advaita Vedanta? Dat is zelfkennis. De heldere, standvastige kennis ‘ik ben brahman, het onbegrensde bewustzijn, dat de oorzaak is van de wereld’. Deze kennis staat gelijk aan mokṣa, bevrijding van elk gevoel van beperking. Vedanta geeft vrijheid. Vrijheid van alles waar je niet aan gebonden wilt zijn, maar denkt wel aan gebonden te zijn, zoals verdriet, onzekerheid en de dood.

Bij het verkrijgen van deze kennis speelt meditatie (dhyānam) een belangrijke rol. We onderscheiden in Vedanta twee soorten meditatie:

  • Voorbereidende meditatie om je geest geschikt te maken voor de kennis van Vedanta.
  • Contemplatie op de verkregen kennis.

Vedanta-meditatie 1: voorbereidende meditatie

De traditionele definitie van het eerste type meditatie is saguṇa-brahma-viṣaya-mānasa-vyāpāraḥ – mentale activiteit gericht op Īśvara. Deze vorm van meditatie vergt begrip van wat Īśvara (God) is. Īśvara is de oorzaak van het gehele universum, degene die het universum in stand houdt en weer terugneemt in zichzelf. Alles wat we kennen en niet kennen; alles in dit universum is doordrongen van Īśvara. Īśvara is het bestaan en bewustzijn van alles wat leeft en de intelligente orde en wetten waardoor alles functioneert zoals het functioneert. Op alle niveaus in mijn leven ben ik dus verbonden met Īśvara, of ik dat nu wel of niet besef. In eerdere artikelen ben ik hier uitgebreider op ingegaan, zie bijvoorbeeld ‘Non-dualiteit en God’.

Hoewel er enkel Īśvara is, zie ik mezelf als een individu. Ik identificeer me met mijn lichaam, geest en zintuigen. Als individu sta ik in relatie tot Īśvara zoals een golf in relatie staat tot de oceaan. Het onderwijs van Vedanta is erop gericht mij te helpen zien dat ik gelijk ben aan Īśvara. Ik, het individu, en Īśvara, het totaal, zijn beiden brahman: één onbegrensd bewustzijn. Zoals de golf en oceaan beiden water zijn. Maar zoals bij het verkrijgen van elk soort kennis, is er enige voorbereiding nodig. Een kind kan nog geen wiskundige sommen maken, want het moet eerst nog leren rekenen. Zo is er ook een innerlijke voorbereiding nodig voor Vedanta. Daar is dit eerste type meditatie op gericht.

Vedanta-meditatie voor een heldere, kalme geest

Voor het begrijpen van de visie van Vedanta heb je een kalme, alerte geest nodig en een zekere ontspanning door zelfacceptatie. Meditatie is hiervoor een van de middelen. Geleidelijk ontwikkel je door meditatie meer beheersing over je geest en ben je in staat langere tijd geconcentreerd te luisteren naar het onderwijs van Vedanta.

De andere middelen die de Bhagavad Gita en de Upanishads ons aanreiken zijn onder andere het cultiveren van universele waarden zoals ahimsa (niet-kwetsen) en het verminderen van onze subjectiviteit. Meer hierover kun je lezen in het boek De Waarde van Waarden van Swami Dayananda.

De geest is van nature rusteloos

In de Bhagavad Gita zegt Arjuna:

‘O Krishna, de geest is zo wispelturig. Hij is een krachtige, volhardende onruststoker.
De geest is zo moeilijk te bedwingen als de wind.’
– Bhagavad Gita 6.34

Waarop Krishna antwoordt:

‘Zonder twijfel, Arjuna, is de geest wispelturig en moeilijk te beheersen.
Maar door herhaaldelijke oefening en objectiviteit komt hij onder controle.’
– Bhagavad Gita 6.35


Meer Bhagavad Gita quotes over meditatie

De geest is altijd bezig en van nature rusteloos. Gedachtevormen (vṛtti’s) wisselen elkaar snel af, zodat we een vloeiend beeld krijgen van de buitenwereld. Net zoals een film uit snel op elkaar volgende stilstaande beelden bestaat. Beweging in de geest is dus heel natuurlijk. Wat we met meditatie willen bereiken is een zekere mate van zeggenschap over de geest. Dat je kunt kiezen waar je jouw geest voor langere tijd op richt. Dat je geest beschikbaar is als instrument om te gebruiken, zoals je handen en voeten dat voor je zijn.

Met meditatie train je dit vermogen. Je geeft je geest een betekenisvolle, bewuste bezigheid. Dat kan om te beginnen het waarnemen van je ademhaling zijn. Voel de ontspannen adem bij je neusvleugels naar binnen en naar buiten gaan. Zodra je geest afgeleid raakt, keer je weer terug naar het voelen van de adem bij je neus. Zo train je het vermogen om je geest richting te geven en ontwikkel je concentratievermogen. Dit is een eenvoudige, maar effectieve meditatie om meer beheersing over je geest te krijgen.

Japa – mediteren met een mantra

Advaita Vedanta-meditatie heeft een extra dimensie; je verbindt je bewust met Īśvara. De bekendste vorm is japa, mantrameditatie. Je herhaalt hierbij mentaal een mantra zoals ‘om namaśśivāya’ – mijn eerbiedige begroeting aan Shiva (Īśvara). Zo ontwikkel je niet alleen meer beheersing over je geest, maar versterk je ook je gewaarzijn van Īśvara in je leven. En hoe meer Īśvara in je leven, hoe minder zorgen, bindende verlangens en frustratie. Kortom, je ontwikkelt een tevreden, kalme geest, wat nodig is voor de studie van Vedanta. Lees meer over japa in het gelijknamige boekje van Swami Dayananda, hier gratis als pdf te downloaden.

Omdat je in meditatie kiest voor een bewuste bezigheid – het voelen van de adem of het herhalen van een mantra – ontstaat er zoiets als ‘afleiding’ en kun je je geest trainen om terug te keren naar het onderwerp van aandacht. Van nature zal de geest afdwalen, maar het doel van meditatie is om hem weer terug te brengen.

Leren mediteren

Voordat je begint met mediteren is het van belang eerst te ontspannen en vertrouwd te raken met de mediteerder. De mediteerder is de basis-ik. Dat wil zeggen, de ‘ik’ los van alle rollen, zoals vader/moeder, vriend/vriendin, zoon/dochter, werknemer/werkgever. Jij, als een simpel bewust wezen.

Dit alles kun je leren in deze meditatiecursus van Swami Dayananda, te beluisteren op het YouTube-kanaal van de Arsha Vidya Gurukulam in de Verenigde Staten. Mediteren is ook een onderdeel van onze Advaita Vedanta-lessen, zie Advaita.nl

Vedanta-meditatie 2: contemplatie

Het tweede type Vedanta-meditatie is bedoeld voor degenen die helder begrijpen: ‘ik ben brahman, onbegrensd bestaan-bewustzijn’. Zij hebben deze kennis verkregen door langere tijd systematisch Advaita Vedanta-onderwijs te volgen.

De Upanishads geven aan dat het leerproces uit drie onderdelen bestaat:

  • Śravaṇam – met een onderzoekende, open houding veelvuldig luisteren naar de woorden van Vedanta (Upanishads en Bhagavad Gita), ontvouwd door een bekwame leraar.
  • Mananam – met behulp van logica alle twijfels oplossen onder begeleiding van een leraar.
  • Nididhyāsanam – zelfstandige contemplatie op de verkregen visie. 

Nididhyāsanam, contemplatie, is een vorm van meditatie, bedoeld voor als het zelf heel helder wordt gekend, maar de student de kennis steeds lijkt kwijt te raken. Oude gedragspatronen, gewoontedenken en onbewuste spanningen kunnen de geest overnemen, waardoor iemand nog niet ten volle kan genieten van de verkregen kennis.

De definitie van contemplatie is: nirguṇa-brahma-viṣaya-mānasa-vyāpāraḥ – mentale activiteit gericht op brahman, het onbegrensde. Hierbij contempleer je op bepaalde woorden of zinnen, waarvan de betekenis ‘ik ben brahman’ is. Zoals: ‘aham pūrṇaḥ – ik ben het geheel’ en ‘aham saccidānanda-svarūpaḥ – mijn essentie is bestaan-bewustzijn-onbegrensdheid’. De betekenis van de woorden zijn direct helder voor de contempleerder, zonder erover na te denken. Door op deze manier langdurig in de kennis te verblijven, worden emotionele obstakels en oude denkpatronen opgeruimd. In deze Vedanta-meditatie is er dus geen verschil meer tussen de mediteerder en het object van meditatie. Je contempleert op de waarheid van je eigen zelf.

Tot slot een mooie quote over contemplatie uit het boek ‘De essentie van de Bhagavad Gita’ van Swami Dayananda:

‘Laat de geest verblijven in de waarheid die je hebt ontdekt. Je weet dat je compleet geluk bent, volheid, bewustzijn, vrijheid, zonder handeling, bewegingsloos, totale vrede, totale stilte. Die bewegingsloze, vormloze, gedaanteloze stilte ben jij. Laat je geest zich bewust zijn van dit feit. Erken dat je bewustzijn, stilte bent – gedaanteloze, vormloze stilte.

Ik hoop dat dit artikel je meer inzicht heeft gegeven in Vedanta-meditatie. Heb je vragen of wil je meer weten? Neem contact op of laat hieronder een opmerking achter. Bekijk hier onze boeken over Advaita Vedanta.

Geplaatst op Geef een reactie

Non-dualiteit en God

Als je jezelf wilt kennen als het Ene, het onbegrensde, is God dan van belang? Gaan God en non-dualiteit wel samen? In klassieke Advaita Vedanta neemt God (Īśvara) een belangrijke plek in. In dit artikel zal ik proberen uit te leggen waarom. 

1. Zelfkennis is afkomstig van Ishvara

Vedanta maakt deel uit van de Veda’s, de geschriften die vorm geven aan de religieuze cultuur van de hindoes.  Aan de basis van deze cultuur ligt de visie dat alles Ishvara (God) is, alles is heilig. Vraag een willekeurige Indiër waar Shiva is en je zult een vragende blik terugkrijgen. ‘Waar? Shiva is overal!’ Zoals veel westerlingen zijn opgegroeid met het idee dat God in de hemel is, zo is het voor hindoes in India vanzelfsprekend dat alles God is. Dat is hun levensovertuiging, met als bron de Veda’s.

De Veda’s zijn een grote bundel verzamelde teksten en mantra’s die duizenden jaren van generatie op generatie mondeling zijn overgedragen en uiteindelijk zijn opgeschreven. Ze bevatten kennis over rituelen en hun resultaten, gebeden, meditaties en zelfkennis. Vedanta is de zelfkennis die we vinden aan het einde van elk van de vier Veda’s, vandaar de naam Veda-anta, ‘einde (anta) van de Veda’. Een andere naam voor deze zelfkennis is Upanishad.

De Veda’s worden beschouwd als geopenbaarde kennis, afkomstig van Ishvara. Ze hebben geen auteur. Net zoals niemand de bedenker is van de kennis van natuurkundige wetten, zo is niemand de bedenker van de spirituele kennis in de Veda’s. De rishi’s (zieners) hebben de Veda-mantra’s gezien, niet bedacht. Deze kennis maakt onlosmakelijk deel uit van het universum.

Ishvara is de eerste leraar
De traditie beschouwt Vedanta of de Upanishads dus net als de rest van de Veda’s als afkomstig van Ishvara. In de Kaivalya-upanishad wordt Ashvalāyana onderwezen in zelfkennis door Brahmāji, de God van creatie; dat wil zeggen het aspect van Ishvara dat zorgt voor de manifestatie van het universum. En in de Katha-upanishad wordt de jonge Naciketas onderwezen door Yama, de God van de dood. Zo maken de Upanishads duidelijk dat deze kennis niet door jou of mij is uitgedokterd, maar rechtstreeks van Ishvara komt.

Ishvara is de eerste Vedanta-leraar, net zoals Ishvara de eerste vader en moeder is. Op deze manier is het onderwijs van Advaita Vedanta verbonden met Ishvara. De huidige Vedanta-leraren zijn schakels in de duizenden jaren oude, ononderbroken lijn van leraren en leerlingen, die helemaal teruggaat tot aan de rishi’s en Ishvara.

2. Vedanta zegt: jij bent God

De tweede reden waarom Advaita Vedanta niet zonder Ishvara kan bestaan, heeft alles te maken met de kennis zelf. Het onderwijs is gericht op het begrijpen van de zin: ‘tat tvam asi’ (Chandogya-upanishad). Wat betekent: ‘Dat (Ishvara) ben jij’; jij bent God.

Ishvara is één helft van deze gelijkstelling, die de kern van de Upanishads is. Zonder Ishvara is het onderwijs onvolledig. Zowel de waarheid van ‘dat’ (Ishvara, het geheel) als van ‘jij’ (het individu) wordt helder ontvouwd in Advaita Vedanta, zodat hun gelijkheid, hun eenheid zichtbaar wordt. Met alleen de waarheid van ‘jij’, als individu, ben je er nog niet. Mezelf zien als bewustzijn, als iets dat onafhankelijk bestaat van de wereld, kan leiden tot dissociatie of vervreemding van de wereld, wat geestelijk ongezond is. En ‘ik ben bewustzijn’ is ook niet het volledige onderwijs van Vedanta. Het is pas volledig als niets is buitengesloten. De wereld, inclusief de maker van de wereld, moeten deel uitmaken van de visie. Alleen dan is er non-dualiteit, één onbegrensde werkelijkheid.

Ishvara is in de vorm van orde
Hoe kunnen we Ishvara begrijpen in het licht van Advaita Vedanta? Ishvara is een Sanskrietwoord en betekent: dat wat altijd regeert, beschermt. Het is een naam voor de wetten en de intelligente orde die we in alles vinden. Bekijk een willekeurig deel van je lichaam, bijvoorbeeld het hart. Het blijft vanzelf kloppen, vanwege een bepaalde orde. Zo ook zitten je hersenen, longen en het maagdarmstelsel intelligent in elkaar. Het hele lichaam is een samenspel van vele ordes die samen één grote orde vormen, waardoor het lichaam leeft. Artsen bestuderen deze orde.

Psychologen bestuderen de emotionele en cognitieve orde van de mens. Natuurkundigen bestuderen de natuurkrachten, zoals de zwaartekracht. Al deze wetenschappers ontdekken de kennis die al aanwezig is in de wereld. Ze creëren geen nieuwe kennis. En in hun onderzoek gaan ze daarbij uit van de onfeilbaarheid van de natuur. Ze zoeken naar de orde der dingen.

De Veda’s geven aan dat er ook een orde van dharma en karma is, die kort gezegd neerkomt op de wet: wat je zaait zul je oogsten. Al deze wetten en natuurlijke ordes vormen samen één onvoorstelbaar grote orde. Die orde is Ishvara; dat wat regeert.  

Alles is God
Waar is Ishvara dan? Overal om ons heen en in ons. Alles is Ishvara.

De Isha-upanishad begint met:

īśā vāsyam idagṁ sarvaṁ… (1)

‘Dit alles, alles dat beweegt in deze wereld, dient bedekt te worden met Ishvara.’

Bedekken wil zeggen: we moeten dit gaan begrijpen. In onze visie moet het duidelijk zijn dat alles wat we kennen en niet kennen, alles in dit universum, Ishvara is. Inclusief ons ‘eigen’ lichaam. Alles waarvan we denken dat het van ons is, blijkt bij nader onderzoek toe te behoren aan Ishvara.

Uit het boek De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

‘Over niets in de schepping kun je autoriteit claimen. Als je niet de maker bent, kun je niet de eigenaar zijn; de schepper is de eigenaar. Je kunt niet zeggen dat je een grote handelsonderneming hebt gecreëerd. Om dat te doen, moet je eerst bestaan, maar je hebt je eigen lichaam niet gecreëerd. Je bedrijfspand staat op een stuk grond dat je niet gecreëerd hebt. Het gebouw dat je daar hebt, heb jij niet gemaakt. De natuurwetten zijn verantwoordelijk voor het gebouw en de materialen waaruit het gebouw is opgebouwd zijn uit de schepping geput. De baksteen is niet jouw creatie; hij is mogelijk gemaakt door de Heer die de klei leverde. Wat is nu precies jouw creatie? Je kunt je helemaal niets toe-eigenen. Eigenaarschap is slechts een idee.’

3. De rol van Ishvara in emotionele groei

Alles is gegeven. We hebben niets zelf gecreëerd. En de Gever van dit alles, ís alles. Dit begrip dat alles Ishvara is, maakt je kalm, dankbaar en objectief. En het geeft je een gezonde eigenwaarde. Dit is de derde belangrijke plek die Ishvara inneemt binnen het onderwijs van Advaita Vedanta. Het herkennen van je alomvattende verbinding met Ishvara zorgt ervoor dat je rijp wordt voor het onderwijs van Vedanta.

Ishvara als supertherapeut
Met dit begrip van Ishvara kun je zeggen: ik ben volledig in orde, elk vleugje emotie, elke ‘vreemde’ neiging; het is allemaal in orde. Niets valt buiten de orde van Ishvara. Om emotioneel volwassen te worden heb je deze validatie nodig (zie ook het artikel Emotionele volwassenheid verandert je leven).

‘Ishvara is als een supertherapeut’, zei vooraanstaand Vedanta-leraar Swami Dayananda. Therapie bestaat in de kern uit validatie. De therapeut zegt dat je gevoelens en neigingen normaal zijn en zet deze in een breder perspectief. Maar de validatie van de therapeut is niet volledig. De therapeut is ook maar een mens; hij of zij kan zich vergissen. Maar in je begrip van Ishvara vind je die complete validatie wel, wetende dat alles verloopt volgens de feilloze, universele wetten en orde die gegeven zijn. Iedereen is volledig in orde in de ogen van Ishvara. Dit is kennis en blijft dus altijd van kracht, wat anderen ook over je zeggen.

Een onlosmakelijke verbondenheid
Door je begrip van Ishvara kun je ontspannen. Alles is immers in orde. En misschien ontdek je zelfs devotie. Door deze kennis kan er een natuurlijke bewondering, respect en liefde voor de Gever ontstaan. Dit alles zorgt voor een kalme, contemplatieve geest.

Zeggen dat je niets met God hebt, is eigenlijk zoiets als zeggen dat je niets met de natuur hebt. Je ademt natuur, je loopt op de natuur, je eet en drinkt natuur. Zo ook is Ishvara op alle niveaus in je leven aanwezig. Als individu sta je voortdurend in relatie tot Ishvara, waar is Ishvara niet? Ruimte, tijd, lucht, vuur, water, aarde en alles wat uit de elementen is voortgekomen is Ishvara. Dit is de Vedische visie op God en dit zien we ook volop terugkomen in de Vedische cultuur, waarin alles heilig wordt beschouwd. Geld wordt vereerd als de godin Lakshmi. Kennis, muziek en kunst als de godin Sarasvati. Het eigen lichaam is een tempel voor de jiva (ziel) die van lichaam naar lichaam reist. De Vedische cultuur is zeer diepzinnig.

Gaan God en advaita samen?

Terug naar de vraag in de introductie van dit artikel: gaan God en non-dualiteit samen? Wel als de Vedische visie op God helder is. Deze visie geeft je de geestelijke voorbereiding voor het begrijpen van het uiteindelijke onderwijs van de Upanishads: ‘jij bent Ishvara.’ Door het gewaarzijn van Ishvara in je leven word je kalm en contemplatief. Dan kan het systematische onderwijs van Advaita Vedanta je beperkende overtuigingen over jezelf wegnemen, zodat je zult herkennen dat er in werkelijkheid geen verschil is tussen Ishvara en jou.

De essentie van Ishvara is gelijk aan de essentie van ‘ik’: beiden zijn één onbegrensd bestaan-bewustzijn. De verschillen tussen het individu en Ishvara, het geheel, zijn slechts schijnbaar (mithya). Daarmee is de kennis volledig. Het resultaat is vrijheid van elk gebrek en een leven waarin je kunt genieten van de wereld. Want alles is gegeven en alles is in orde.

Dit artikel heeft hopelijk meer inzicht gegeven in klassieke Advaita Vedanta.
Wil je meer weten? Bekijk dan ons leesadvies of kijk op www.advaita.nl voor het lesaanbod in Nederland.

Over Advaita Vedanta

Advaita Vedanta is een duizenden jaren oude onderwijstraditie die teruggaat tot aan de rishi’s, de zieners van de Upanishad mantra’s. De rishi’s hebben de mantra’s en hun betekenis mondeling doorgegeven en de onderwijstraditie geïnitieerd. Veel later pas zijn de Sanskrietmantra’s opgeschreven en rond het jaar 800 door de vooraanstaande Adi Shankaracharya becommentarieerd. Dankzij een ononderbroken lijn van leraren en leerlingen, waaronder Shankaracharya en Swami Dayananda (1930-2015), is deze onderwijstraditie nog altijd springlevend.

Geplaatst op Geef een reactie

Is een spirituele ervaring verlichting?

spirituele ervaring

Een ervaring van eenheid, waarbij er niets te wensen was. Een ervaring waarbij je een grote verbondenheid voelde met alles om je heen. Of waarbij je enkel nog het besef had: ik ben. Een spirituele ervaring kan allerlei vormen aannemen. Maar is een spirituele ervaring verlichting? Om deze vraag te beantwoorden onderzoeken we in dit artikel wat verlichting is én wat spirituele ervaring is volgens de traditie van Advaita Vedanta.

Een spirituele ervaring is vaak heel intens en blijft je altijd bij. Sommige mensen beschrijven het als een zegen, omdat je even een inkijkje kreeg in de diepere werkelijkheid van het leven. Het stelde gerust of bracht nieuwe inspiratie. Anderen zien zo’n ervaring als een moment van ontwaken, als verlichting. Hoe kijkt de traditie hiernaar?

In Advaita Vedanta gebruiken we het woord verlichting in de zin van bevrijding (moksha). Bevrijding van wat? Bevrijding van alles wat we niet willen, waaronder verdriet, pijn, schuld, onwetendheid en sterfelijkheid. Kortom, totale vrijheid.

Het bijzondere is dat Vedanta niet belooft dat je ooit bevrijd zult worden. Vedanta zegt: je bent al vrij. Dit is iets om te ontdekken. Hoe? Door je verkeerde conclusies en overtuigingen over jezelf kwijt te raken. Geleidelijk ga je door het onderwijs van Vedanta je eigen vrijheid heel helder zien. ‘As clear as daylight’, zoals Swami Dayananda zo mooi zei. Dit proces kunnen we verlichting noemen: de duisternis van onwetendheid verdwijnt.

Universele verwarring en onwetendheid

We maken als mens een universele vergissing over onszelf. We vereenzelvigen ons met het lichaam, de zintuigen en geest. Als het lichaam ziek is, ben ik ziek, als er verdriet is in de geest, ben ik verdrietig, als de ogen achteruitgaan, ben ik slechtziend. Deze identificatie is sterk en zijn we gewend, maar tegelijkertijd vinden we het ook heel normaal om deze elke nacht los te laten. We doen stiekem niets liever! De diepe slaap is een heerlijke staat, omdat we ons lichaam, onze zintuigen en geest niet ervaren. Onze beperkende overtuigingen over onszelf, onze zorgen en angsten; ze zijn allemaal onderbroken. Slapen is een soort mini-verlichting.

De diepe slaap laat zien dat we meer zijn dan het lichaam, de zintuigen en de geest. We kunnen de identificatie hiermee loslaten en blijven toch bestaan. Als we twijfelden of we zouden verdwijnen in diepe slaap, dan zouden we er alles aan doen om wakker te blijven! ‘Ik ben’ blijft aanwezig, al ben je je daar niet van bewust tijdens de diepe slaap. Bij het wakker worden zeg je ‘ik heb als een blok geslapen’. Je was er wel, maar je was je nergens bewust van.

Bewustzijn is de werkelijkheid

Vedanta leert ons te herkennen dat deze ‘ik ben’ altijd aanwezig is. ‘Ik ben’ is gelijk aan ‘bewustzijn is’. Dit bewustzijn is de werkelijkheid van ieder wezen en de oorzaak van het universum. Vedanta onthult: dit bewustzijn is vrij, onaangetast, onbegrensd. Dat ben jij.

De duizenden jaren oude onderwijstraditie heeft deze kennis over onszelf van leraar op leerling overgedragen. Hierdoor is deze zelfkennis, en ook de methode om deze te onderwijzen, nog altijd beschikbaar. Door met een open houding te luisteren naar het onderwijs van de Upanishads, de Bhagavad Gita en andere Vedanta-geschriften raken we geleidelijk onze verkeerde conclusies en overtuigingen over onszelf kwijt. We gaan dan steeds beter begrijpen wat Vedanta bedoelt met de bewering: je bent vrij.

Kortweg is verlichting volgens Advaita Vedanta dus: heldere kennis van het onbegrensde bewustzijn (brahman) als jezelf.

De aard van spirituele ervaringen

Nu dan de vraag: is een spirituele ervaring verlichting? Zorgt een ervaring voor heldere kennis over mijzelf? Een ervaring gaat voorbij en vervolgens moeten we er zelf woorden aan geven. De ervaring zelf spreekt niet. Misschien omschrijven we de spirituele ervaring als ‘eenheid’, ‘leegte’ of ‘licht’. We interpreteren zelf achteraf wat de ervaring betekent. Zo kunnen we overigens ook beslissen dat de ervaring een ‘verlichtingservaring’ was.

Spirituele ervaringen kunnen een zegen zijn, maar in zekere zin ook een vloek. Een zegen, omdat ze je kunnen inspireren om meer te weten te komen over de diepere werkelijkheid van jezelf en het leven. Je hebt iets anders ervaren dan het alledaagse. Dit kan je op het spoor zetten van een serieuze spirituele zoektocht.

Een spirituele ervaring kan je ook ongelukkig of eenzaam maken. Stel dat je jezelf na zo’n ervaring het stempel ‘verlicht’ geeft. Deze nieuwe status moet je vervolgens vol zien te houden. Of je krijgt een hevig verlangen naar nog zo’n zelfde ervaring en denkt dat je geluk daarvan afhankelijk is. Ook kun je afkerig worden naar de normale interactie met de wereld, omdat het je verlichtingservaring in de weg lijkt te zitten.

Omdat een ervaring niet spreekt en je dus niet direct wijzer maakt, kan zij niet de verlichting geven waar Vedanta op doelt. Een spirituele ervaring kan je beperkende overtuigingen tijdelijk onderbreken, maar levert je niet de heldere kennis op die je permanent vrij maakt van de verwarring over jezelf.

Elke ervaring is spiritueel

Vedanta heeft een unieke kijk op spirituele ervaringen. Vedanta zegt: wat je ook ervaart, of het nu een regenboog of een vuilnisbak is, je ervaart altijd het onbegrensde zelf; het zelf dat je verlangt te zijn. Ondanks de relatie tussen subject en object – de ziener en het geziene, de kenner en het gekende, de denker en de gedachte – is er enkel één onveranderlijk, onbegrensd bewustzijn. Subject en object lijken verschillend, maar zijn in werkelijkheid gelijk.

Door onwetendheid en vergissing zien we dit bewustzijn aan voor enkel het subject, de ervaarder, verschillend van dat wat ervaren wordt. In werkelijkheid is er één onbegrensd bewustzijn. Het is het water in de golven en oceaan, het goud in alle gouden sieraden. Het is de werkelijkheid van al onze ervaringen.

Je hebt geen speciale ervaring nodig van het onbegrensde, van jezelf. Wat je hoort, wat je ziet, is die onveranderlijke werkelijkheid. Je kunt het onbegrensde bewustzijn (brahman) niet mislopen.

‘Dit wat zich voor u bevindt, is enkel de onsterfelijke brahman.
Wat achter u is, is brahman. Wat aan uw rechterkant en aan uw linkerkant is, is brahman.
Beneden en boven spreidt brahman zich uit. Deze wereld is niets dan deze meest verheven brahman.’
– Mundaka-upanishad 2.2.12

Omslag boek Sleutel tot de Upanishads

Uit het boekje ‘Sleutel tot de Upanishads’:
“De wereld is niets dan brahman, bestaan-bewustzijn-onbegrensdheid (sat-cit-ānanda). Elke ervaring onthult dit. Wat we ook zien, horen of denken. Het is altijd bestaan-bewustzijn-onbegrensdheid plus iets dat ervaren wordt. Wat ervaren wordt is enkel schijnbaar en verandert voortdurend, terwijl bestaan-bewustzijn-onbegrensdheid werkelijk is en onveranderlijk.

Deze kennis verzwelgt het idee een beperkt individu te zijn. Denken dat waargenomen verschillen in de wereld werkelijk zijn, zorgt voor het gevoel klein, gebonden en gebrekkig te zijn. Door de kennis van het zelf verdwijnt deze onwetendheid.”


Vedanta is gericht op het begrijpen van de aard van ervaring, niet op het krijgen of begrijpen van specifieke spirituele ervaringen. Elke ervaring is spiritueel. Er is niets buiten bewustzijn. Bewustzijn is onbegrensd, één, non-duaal. Ondanks de ervaring van dualiteit, van verdriet, haat of onwetendheid, ben ik vrij van elk gebrek. Dit is iets om te weten, niet om te ervaren, want elke ervaring is bewustzijn.

Het willen ervaren van eenheid of de werkelijkheid is geen heilzaam streven, omdat je daarmee de aanwezigheid van het onbegrensde zelf ontkent. Wanneer zal de ervaring van het onbegrensde bewustzijn beginnen? Het kan nooit beginnen, want bewustzijn is altijd aanwezig, in elke ervaring. Dit is iets om goed te begrijpen.

Brahman willen ervaren

Als je zegt: ‘Ik begrijp Vedanta, maar ik ervaar het niet. Ik ervaar verdriet, ik maak me zorgen over mijn lichaam, ik heb verlangens. Ik wil brahman (het onbegrensde) ervaren.’ Dan betekent dit dat de aard van brahman, van jezelf, nog niet helder begrepen is. Het vergt tijd. Systematisch onderwijs van een traditionele leraar, waarbij stap voor stap alle vergissingen weerlegd worden, is essentieel.

Een andere voorwaarde is dat je klaar bent voor deze kennis. Alleen een emotioneel stabiel persoon kan zich deze zelfkennis toe-eigenen. Vedanta laat zien dat ik onbegrensd ben, vol, compleet, de bron van geluk. Maar als ik een hekel heb aan mezelf, als ik een diepe pijn ervaar en weinig eigenwaarde heb, hoe kan ik deze kennis dan toelaten? Vedanta werkt alleen als je van jezelf hebt leren houden. Daarom is zelfzorg heel belangrijk. Dat kan in de vorm van yoga, gezond eten, sporten, in therapie gaan, etc. Net wat je nodig hebt.

Wanneer je voldoende eigenwaarde hebt ontwikkeld en je geest is relatief kalm, dan zul je jezelf kunnen begrijpen als absoluut vrij van pijn en schuld. Als de bron van geluk. Als het meest significante in de wereld. Als de oorzaak van de wereld en als het zelf in alle wezens.

‘Degene wiens geest standvastig is dankzij contemplatie, en die in alle situaties de visie van gelijkheid heeft, ziet het zelf in alle wezens en ziet alle wezens in het zelf.’
– Bhagavad Gita 6.29

Heb je hier een vraag of opmerking over? Laat deze dan hieronder achter of mail naar manon@viveki.nl

Wil je meer lezen? Bekijk hier ons leesadvies.
Heb je interesse in traditionele studie van Vedanta? Kijk dan op www.advaita.nl

Geplaatst op Geef een reactie

De Upanishads: het grootste geheim

De Upanishads zijn de belangrijkste spirituele teksten uit de Vedische cultuur. Samen met de Bhagavad Gita en de Brahmasutra’s vormen ze de basis van Advaita Vedanta, een duizenden jaren oude, levende traditie van spiritueel onderwijs. Eén van de betekenissen van het woord ‘upanishad’ is ‘groot geheim’. Ze onthullen namelijk een groot geheim over onszelf: dat we alles zijn wat we zoeken in het leven, dat we vrij zijn van elk gebrek. Hoe komt het dat deze zelfkennis een geheim is? En hoe kunnen we het leren kennen?

In zijn commentaar op de Taittiriya-upanishad schrijft Adi Shankaracharya: ‘Van alle kennisdisciplines die geheim zijn, is de kennis van de Upanishads het grootste geheim.’

De kennis van bepaalde geneeskrachtige kruiden en marma’s (drukpunten op het lichaam) is voor veel mensen niet beschikbaar. Elke uitvinding waar patent op rust is een geheim. Maar van alle geheimen is de kennis van het zelf (ātmā) het grootste geheim. Deze kennis leidt tot absolute vrijheid (mokṣa) en voldoening. Geen van de andere kennisdisciplines kan ons dit bieden.

‘Wanneer je dit grootste geheim kent, zul je vrij zijn van alle tegenspoed.’
– Bhagavad Gita 9.1

Het doel van het onderwijs van Advaita Vedanta is dat we gaan begrijpen dat we volledig acceptabel zijn, vrij van elke beperking, onbegrensd. De Upanishads en de Bhagavad Gita ontvouwen dat de beperkingen zoals verdriet, sterfelijkheid en onwetendheid slechts schijnbaar zijn en dat het werkelijke zelf onbegrensd bewustzijn (brahman) is.

Het zelf is niet waarneembaar

Deze kennis is een geheim, omdat het zelf niet te kennen is met onze gebruikelijke kennismiddelen; waarneming en gevolgtrekking. Waarneming en op waarneming gebaseerde gevolgtrekkingen zijn enkel nuttig om dingen te leren kennen die we kunnen objectiveren. De kennis over het zelf gaat over het enige subject, ik; de kenner die de wereld waarneemt.

De Upanishads vormen een extern kennismiddel in de vorm van woorden, speciaal om ons zelf te kennen. Deze woorden zijn duizenden jaren geleden geopenbaard aan rsi’s (zieners), degenen die de mantra’s hebben gehoord. Via verfijnde onderwijsmethodes en dankzij de duizenden jaren oude onderwijstraditie, kunnen we ons zelf ‘zien’ in de spiegel van woorden, ontvouwd door een leraar.

Toegankelijk en toch ook niet

Honderd jaar geleden waren de Upanishads alleen toegankelijk voor wie het Indiase woud in trok op zoek naar een leraar die daar in de stilte contempleerde en onderwees. Nu is de kennis van de Upanishads zeer toegankelijk, ook voor westerlingen. Op internet kun je de teksten lezen in verschillende talen. En er zijn vele traditionele leraren die deze kennis onderwijzen, ook via online lessen. Dit is voor een groot deel te danken aan mijn leraar Swami Dayananda en zijn meerjarige Vedanta en Sanskriet-opleidingen.

En toch blijft deze kennis ook nu een groot geheim. Sommige geheimen blijven namelijk een geheim, ook al worden ze onthuld. Als je voor het eerst leest of hoort dat je in werkelijkheid onbegrensd bewustzijn bent, dan begrijp je dit niet volledig. Dan blijft het een geheim voor je.

‘De een ziet dit zelf als een wonder. De ander spreekt over dit zelf als een wonder. Een volgende krijgt te horen dat het zelf een wonder is. Weer een ander, zelfs nadat hij erover gehoord heeft, begrijpt dit zelf niet.’
– Bhagavad Gita 2.29

De Upanishads geven aan dat het proces naar standvastige zelfkennis uit drie onderdelen bestaat:

  • Shravanam – met een onderzoekende houding luisteren naar de woorden van de Upanishads, ontvouwd door een bekwame leraar.
  • Mananam – het analyseren van andere standpunten en filosofische stromingen onder begeleiding van een leraar, om de kennis die verkregen is door shravanam standvastig te maken, vrij van twijfel.
  • Nididhyāsanam – zelfstandige contemplatie op het zelf als de verkregen visie helder is.

Ook geven de Upanishads aan dat de leerling klaar moet zijn voor dit leerproces. Naast een bekwame leraar, die de geschriften kent en standvastig is in zelfkennis, vraagt deze kennis ook iets van de leerling. De boodschap van de Upanishads staat namelijk lijnrecht tegenover ons huidige, beperkte zelfbeeld. Ook al krijgen we langdurig en systematisch Vedanta-onderwijs, we hebben een intellect nodig dat scherp genoeg is om het onderwijs te volgen en een emotionele volgroeidheid om de ontdekte feiten over onszelf te kunnen verwerken. Ook hiermee helpen de Upanishads ons op weg door kwaliteiten te noemen die we kunnen ontwikkelen als voorbereiding op deze kennis.

De Brhadāranyaka-upanishad (mantra 4.4.23) zegt:

‘Iemand die brahman (onbegrensd bewustzijn) op deze manier kent, en die innerlijke kalmte heeft en beheersing over de handelingsorganen, die geen eigenaarschap kent, die situaties objectief accepteert en die een geconcentreerde geest heeft, ziet het zelf waarlijk in zichzelf (in het intellect).’

Een traditionele leraar onderwijst daarom niet alleen zelfkennis, maar ook deze kwaliteiten die nodig zijn om deze bijzondere kennis te begrijpen en te verwerken. Anders blijft de kennis van het zelf een geheim.

Verder lezen over de Upanishads? Bestel het boek ‘Sleutel tot de Upanishads’ voor €10,- (gratis verzending).

Geplaatst op 4 Reacties

Wat is bewustzijn volgens Advaita Vedanta?

Je ergens bewust van zijn, bij bewustzijn zijn, buiten bewustzijn zijn… Op deze manier kennen we bewustzijn. Toch is deze vraag ‘wat is bewustzijn’ van zeer grote betekenis. Het begrijpen van bewustzijn is namelijk het begrijpen van je eigen vrijheid. Advaita Vedanta ontvouwt dat bewustzijn non-duaal, onveranderlijk en vrij van elke beperking is. En dat dit de waarheid van ieder wezen is.

prajñānam brahma
‘Bewustzijn is brahman (het onbegrensde)’
– Aitareya-upanishad 3.1.3

aham brahma asmi
‘Ik ben brahman
– Bṛhadāraṇyaka-upanishad 1.4.10

Door middel van verfijnde onderzoeksmethodes brengt het onderwijs van Advaita Vedanta ons naar de herkenning van onszelf als vol, compleet, onbegrensd bewustzijn. Eén zo’n methode is drk-drshya-viveka, het onderscheid tussen de kenner en het gekende.

De kenner verschilt van het gekende

Deze methode baseert zich op een eenvoudig principe: de kenner van iets verschilt van het gekende. Dit begrijpen we heel goed als het gaat om objecten en andere levende wezens. Stoelen, planten, dieren en andere mensen rekenen we niet tot ik. Ik, de kenner, verschilt van deze gekende objecten.

Ook onze kleren vallen onder niet-ik. Waar begint ik? We leggen de grens bij de huid. De tastzin doordringt het lichaam volledig en geeft ons zo het gevoel dat we het lichaam zijn. Maar als we dezelfde logica aanhouden, dan kunnen we dit niet volhouden. We nemen ons lichaam waar. Ik is de kenner van het lichaam; het lichaam is het gekende. De kenner verschilt van het lichaam.

We zijn de kenner van het lichaam, de zintuigen en geest

Hetzelfde geldt voor de zintuigen: we weten of onze ogen zien, of onze oren horen, onze vingers kunnen voelen. We kennen de zintuigen. De zintuigen zijn het gekende en dus niet ik. Zo ook, kennen we onze emoties, gedachten en herinneringen. De geest is het gekende en dus niet ik.

Wat is de ik dan wel? Wie ben ik? Ik ben een bewust wezen dat zich bewust is van de geest, het lichaam en de wereld. De inhoud van dit bewuste wezen is bewustzijn.

Een quote uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

“Ben jij altijd het bewuste wezen, of ben je alleen het bewuste wezen met betrekking tot dingen waar je je bewust van bent? Net zoals je een ziener bent met betrekking tot de geziene objecten, een hoorder met betrekking tot geluiden die worden gehoord, een proever met betrekking tot dat wat wordt geproefd, zo ben je alleen een bewust wezen met betrekking tot de objecten waarvan je je bewust bent. Los van objecten, alleen met betrekking tot jezelf, ben jij de inhoud van het bewuste wezen, de essentie van het bewuste wezen. Die essentie kan alleen bewustzijn zijn.

Dit bewustzijn, ik, is onbegrensd en non-duaal. Elk object kan begrensd worden door tijd, ruimte of een ander object; maar bewustzijn, ik, is niet een object, en dus heeft het geen afmeting, geen vorm, geen begrenzing. Aangezien het onbegrensd is, is het non-duaal. Jij bent deze onbegrensdheid.”

Het onveranderlijke in elke cognitie

Advaita Vedanta onthult dat bewustzijn onveranderlijk en onbegrensd is. Ik, bewustzijn, ben altijd, onveranderlijk aanwezig. In elke cognitie; in elke waarneming, gedachte en emotie. Er is geluid-bewustzijn, smaak-bewustzijn, gedachte-bewustzijn, herinnering-bewustzijn, kennis-bewustzijn, verdriet-bewustzijn, frustratie-bewustzijn, depressie-bewustzijn, pijn-bewustzijn, slaperigheid-bewustzijn. Het onveranderlijke in elke cognitie is bewustzijn.

De Kena-upanishad zegt:

pratibodha-viditam matam amṛtatvam hi vindate
‘Wanneer brahman (het onbegrensde) wordt gekend in elke cognitie,
dan wordt brahman gekend, en bereikt men waarlijk vrijheid van tijd.’
Kena-upanishad 2.4

Bewustzijn (brahman) is de essentie van elke cognitie. Elke gedachtevorm (vrtti) heeft twee aspecten: bewustzijn en de gedachtevorm. Advaita Vedanta ontvouwt dat gedachten minder werkelijk zijn dan bewustzijn. Gedachten komen en gaan en zijn voor hun bestaan afhankelijk van bewustzijn. Elke gedachte komt voort uit bewustzijn, bestaat dankzij bewustzijn en lost op in bewustzijn.

Bewustzijn en een gedachte zijn als water en een golf. Water is werkelijk, de golf is schijnbaar (mithyā). De golf is enkel een naam voor een bepaalde vorm. Raak je de golf aan, dan raak je water aan. De golf is niets dan water. Zo ook is elke gedachte niets dan bewustzijn. Bewustzijn is werkelijk, de gedachtevorm schijnbaar.

Het zelf is de waarheid van de geest

De stroom van gedachten bepaalt dus niet wie ik ben. Ik ben bewustzijn, waarin elke gedachtevorm verschijnt, bestaat en oplost. Ik ben de waarheid van elke emotie. Verdriet komt en gaat in mij. Zonder mij heeft verdriet geen bestaan. Heeft depressie geen bestaan. Heeft frustratie geen bestaan. Elke emotie bestaat in mij, is mij, maar ik ben niet de emotie.

We oordelen over onszelf op basis van de staat van ons lichaam-geest-zintuigencomplex en zeggen ‘ik ben dik’, ‘ik ben lang’, ‘ik ben oud’, ‘ik ben ziek’, ‘ik ben dom’, ‘ik ben verdrietig’. Het traditionele Vedanta-onderwijs laat stap voor stap zien dat deze conclusies over onszelf onjuist zijn en dat het zelf totaal vrij is.

Vrijheid is jezelf kennen als vrij van elke beperking. Vrijheid is niet een staat van de geest. Je bent vrij ondanks allerlei gedachten, emoties en herinneringen. Vrijheid is je natuur.

Wil je meer lezen over Advaita Vedanta? Bekijk hier de boeken van Swami Dayananda.
Heb je interesse in traditionele studie van Advaita Vedanta? Kijk dan eens op www.advaita.nl

Geplaatst op Geef een reactie

Emotionele volwassenheid verandert je leven

‘Om echt te beginnen met mijn leven te leven, moet ik eerst een compleet mens zijn. Compleet in de zin van emotioneel volwassen.’ Dit is een citaat uit het boek ‘Emotioneel Volwassen’ van de zeer gerespecteerde Advaita Vedanta-leraar Swami Dayananda. Aan de hand van verzen uit de Bhagavad Gita bespreekt hij in dit boek de psychologie van de mens en de diepzinnige visie van Advaita Vedanta op het leven. Wanneer ben je emotioneel volwassen? Wat is daarvoor nodig? En wat verandert er dan in je leven?

Voor lichamelijke volwassenheid hoeft niemand iets speciaals te doen. Fysiek volwassen word je vanzelf, zolang je maar in leven blijft. Maar emotioneel volwassen word je niet vanzelf. Je blijft vanbinnen een kind als je je niet inspant om te groeien. Iemand van veertig, vijftig of zelfs tachtig kan nog steeds met de blik van een onzeker kind naar de wereld kijken. Het innerlijke kind lijkt de persoon in zijn greep te hebben en zijn gedrag te beïnvloeden.

Het innerlijk kind begrijpen

In de kindertijd maakt iedereen onplezierige dingen mee. Een kind kan gebeurtenissen nog niet in een groter perspectief plaatsen en betrekt de dingen snel op zichzelf. Als vader en moeder ruzie maken, zal het kind bijvoorbeeld denken dat het zijn schuld is. Niemand ontkomt aan deze waarneming van het kind en de bijbehorende emoties. Deze pijnlijke herinneringen, opgeslagen in het onbewuste, zorgen voor emotionele reacties in het leven van de volwassene.

Gevoelens van onzekerheid, pijn en schuld afkomstig uit de kindertijd blijven het hele leven de kop opsteken, tenzij je er aandacht aan schenkt. Om emotioneel volwassen te worden is het nodig het hele proces te begrijpen, de orde ervan te zien, en wat er gebeurt is te erkennen en te accepteren als een gegeven. Je emotionele problemen op deze manier benaderen is een vorm van emotionele volwassenheid. Het is een volwassen manier van kijken naar jezelf.

De wereld begrijpen

Hoe je naar de wereld kijkt zegt ook iets over je emotionele volwassenheid. Denken dat je de wereld naar je hand kunt zetten is onvolwassen. Je kunt handelen in de wereld, maar je hebt geen controle over de wereld.

De Bhagavad Gita zegt:

karmaṇyevādhikāraste mā phaleṣu kadācana
mā karmaphalaheturbhūrmā te saṅgo’stvakarmaṇi


‘Je hebt alleen keus in je handelingen, maar beslist niet in de resultaten. Beschouw jezelf niet als de schepper van de resultaten van je handelingen; wees evenmin gehecht aan inactiviteit.’

– Bhagavad Gita 2.47

Waar heb je nou echt controle over? Je hebt keuze in hoe je een handeling uitvoert, maar je hebt geen keuze in het resultaat. Resultaten zijn afhankelijk van vele factoren, bekende en onbekende. Je hebt er geen controle over. Je kunt situaties wel aanvaarden en proberen te begrijpen. En vervolgens kun je andere keuzes maken.

Je hebt het vermogen om iets te doen, om te begrijpen, te organiseren, te herorganiseren, te creëren. Met die capaciteiten doe je je best. En als het resultaat komt, aanvaard de gegeven situatie dan en doe wat nodig is. Dit is emotionele volwassenheid.

God begrijpen

Als je nog een stap dieper gaat en de vraag stelt ‘Waarom heb ik geen controle?’, dan kan dit leiden tot een waardering voor degene die de wereld bestuurt. God of in het Sanskriet Īśvara genoemd – ‘degene die altijd regeert’.

Het universum is een intelligente creatie. Zoom in op een willekeurig aspect en je ziet hoe intelligent het is ontworpen. Neem je eigen lichaam, zintuigen of geest. Waarom zou je deze woorden nu kunnen zien met je ogen en begrijpen met je geest? Elke waarneming, elke gedachte, elk moment vindt plaats volgens bepaalde wetten, die zijn gegeven. Het hele universum, inclusief jouw lichaam en geest, functioneert volgens wetten. Deze wetten zijn niet door jou of mij gemaakt. Ze zijn gegeven. Het erkennen van de Gever is een onderdeel van de groei naar volwassenheid.

God ontdekken, jezelf ontdekken, is niets anders dan volwassenheid. Er bestaat geen ander doel in het leven dan volwassenheid.

– uit: ‘Emotioneel Volwassen

De Veda’s geven ons een uniek begrip van God. Er is niet één God, er zijn niet vele goden, er is enkel God. Dit is de volwassen kijk op God. God is niet een man in de hemel die op ons neerkijkt. Alles is God. God is niet alleen de gever van alles; God is alles.

God is zowel de maker als het materiaal van de wereld, zoals jij ’s nachts de maker en het materiaal bent van jouw droom. In de droom creëer jij een wereld uitsluitend door gedachten. Je denkt aan een berg en daar is de berg. Je denkt aan een rivier, vogels, mensen en zo creëer je een droomwereld. Je hebt voorkennis van wat je in een droom creëert, want je kunt niet dromen van iets wat je totaal niet kent. Jouw geheugen vormt het materiaal. Jij bent dus de maker én het materiaal voor de droomschepping. De droomwereld is niets dan jouw geest, jouw bewustzijn. De hele droomwereld wordt doordrongen door jou.

Met jouw beperkte kennis en kracht creëer jij een droomschepping. Īśvara is alle kennis en alle kracht en creëert daarmee dit prachtige universum, inclusief jouw lichaam en geest. Zoals jouw droomwereld niet losstaat van jou, zo staat de wereld niet los van Īśvara. Īśvara is de gever van alles in het leven.

Stadia in emotionele volwassenheid

In het boek ‘Emotioneel Volwassen’ zet Swami Dayananda heel helder de stadia in emotionele volwassenheid uiteen. Het begint bij het verminderen van je eigen subjectiviteit door emotionele complexen te erkennen en te verwerken. Dan krijg je meer zicht op de werkelijkheid en ook ruimte in je geest om de diepere waarheid van jezelf en de wereld te begrijpen.

Emotionele volwassenheid is dus niet alleen nodig voor het leiden van een gelukkig en succesvol leven, maar ook voor het begrijpen van de visie van Advaita Vedanta: het zelf is compleet, vrij van elk gebrek.

Volwassenheid is niets anders dan de erkenning van dat wat is. Objectief zijn, ontvankelijk zijn voor de werkelijkheid is volwassenheid.

– uit: ‘Emotioneel Volwassen

Geplaatst op 2 Reacties

Wat is de Bhagavad Gita?

De Bhagavad Gita is een duizenden jaren oud geschrift dat onderdeel uitmaakt van het grote, Indiase epos de Mahabharata. De Bhagavad Gita heeft de status van heilig geschrift, omdat haar boodschap voor iedereen, in elke tijdsperiode, op elke plaats in de wereld relevant is. Dit komt omdat de Gita over fundamentele onderwerpen gaat, zoals: wat is de oorzaak van menselijk lijden, wat is de aard van de wereld en God, en wie ben ik?

‘Bhagavad Gita’ betekent ‘Lied van de Heer’ en bestaat uit 700 verzen verdeeld over 18 hoofdstukken. De Gita geeft op relatief toegankelijke wijze de essentie van de upanishads weer. De auteur Veda Vyāsa presenteert de kennis van de upanishads in de vorm van een dialoog tussen Arjuna, een prins en machtige krijger, en Krishna, de leraar.

Samenvatting

Het verhaal in de Mahabharata gaat in het kort als volgt. Arjuna wordt door een uitzonderlijke oorlogssituatie teruggeworpen op zichzelf. Arjuna is een van de vijf Pāṇḍavas, de zonen van Pāṇḍu. Deze broers erven het enorme koninkrijk van hun vader en de oudste broer wordt koning.

Pāṇḍu’s oudere broer Dhṛtarāṣṭra heeft honderd zonen. De meesten van hen dragen een naam beginnend met het voorvoegsel dur, wat ‘slecht’ betekent. Zij doen hun naam eer aan. Duryodhana, de oudste onder hen, wil het koninkrijk voor zichzelf hebben. Uiteindelijk eigent hij zich het koninkrijk onrechtmatig toe. De Pāṇḍavas hebben als prinsen niet alleen recht op het koninkrijk, ze hebben ook een plicht om toe te zien dat er rechtvaardig gehandeld wordt. Ze zijn bereid tot een compromis om een oorlog te vermijden, maar door Duryodhana’s hebzucht is dit niet mogelijk. De oorlog wordt verklaard.

Het conflict van Arjuna

Als de Bhagavad Gita begint staat Arjuna midden op het slagveld met zijn strijdwagen en Heer Krishna als zijn wagenmenner, klaar om te vechten voor het behoud van dharma (harmonie) in het koninkrijk. Maar zodra hij zijn familie, leraren en vrienden voor zich ziet staan en beseft dat hij ze zal moeten doden om de oorlog te winnen, raakt hij hevig in conflict met zichzelf.

Aan de ene kant heeft Arjuna als krijger de plicht om te vechten en dharma in zijn rijk te handhaven, aan de andere kant voelt hij een grote liefde voor de mensen die hij voor zich ziet staan. Hij weet niet meer wat juist is om te doen.

Krishna onderwijst innerlijke groei en zelfkennis

Arjuna zakt in elkaar van verdriet. Hij is niet in staat om te vechten en vraagt Krishna om hulp. Krishna zegt: je hebt geen reden voor verdriet, want het zelf is onverwoestbaar.

‘Wapens kunnen het (zelf) niet klieven; vuur kan het niet verbranden; water kan het niet bevochtigen; zelfs de wind kan het niet verdrogen. Het (zelf) kan niet worden gekliefd, verbrand, bevochtigd of verdroogd. Het (zelf) is voorbij tijd, allesdoordringend, onbeweeglijk en onveranderlijk.’ (verzen 2.23 en 2.24)

Krishna leert Arjuna om te gaan met zijn emoties, om emotioneel volwassen te zijn in deze bijzonder moeilijke situatie. Ook onderwijst hij Arjuna universele waarden, karmayoga, devotie, juiste voeding en meditatie.

De Bhagavad Gita biedt ons de kennis om een gezond leven te leiden, zowel fysiek als mentaal, en heeft een visie op de werkelijkheid van de wereld en jezelf. De Gita zegt: wat je in essentie bent is volmaakt. Je bent onbegrensd bewustzijn, vrij van elk gebrek.

Aan het einde van de Bhagavad Gita is Arjuna al zijn twijfels kwijt, is zijn geest weer helder en weet hij wat juist is om te doen.

Meer lezen?

In het boek ‘De essentie van de Bhagavad Gita’ geeft Swami Dayananda een klassieke Vedanta-uitleg van de Gita. Diepgaand en helder bespreekt hij alle belangrijke onderwerpen aan de hand van een selectie prachtige verzen.
Neem een kijkje in dit boek

Geplaatst op

Een andere kijk op geluk

We zoeken het allemaal, elke dag weer: geluk. We ondernemen voortdurend activiteiten om gelukkig(er) te worden. Maar wat is geluk eigenlijk? En is het wel iets om te bereiken? Advaita Vedanta biedt hier een unieke kijk op.

Laten we eens onderzoeken wat er gebeurt als je gelukkig bent. Je luistert bijvoorbeeld naar mooie muziek en je geest gaat er helemaal in op. Je wilt niet dat de muziek waar je naar luistert anders is dan het is, of dat je zelf anders bent dan je bent. Jij en de muziek vormen één geheel. Er is geen scheidslijn in je bewustzijn tussen jou en de muziek. Je ervaart volheid, onbegrensdheid, geluk.

Wanneer er een verlangen in je opkomt, dat de muziek iets zachter zou moeten zijn bijvoorbeeld, dan ervaar je jezelf weer als een beperkt, ontevreden individu. Je hebt het idee ‘ik ben de zoeker en dit is het gezochte’ of ‘ik wil dat dit anders is’. Dit creëert een denkbeeldige scheidslijn tussen jou en de muziek.

Het lijkt alsof de muziek je even gelukkig maakte. Vedanta zegt: geluk ben je zelf. Het is niet de muziek die je gelukkig maakt. Het is niet die mooie film of je nieuwe auto. De gewenste situatie zorgt er alleen voor dat je je zorgen, verlangens en overtuigingen over jezelf even vergeet. En dan zie je je eigen volheid.

Zodra de wolken voorbij getrokken zijn, zien we de zon. Zo ook zien we ons ware zelf als de geest alle verlangens, overtuigingen en problemen even loslaat. Als er dan opnieuw wolken langs drijven, dan zien we de zon niet meer. Maar de zon is nog steeds aanwezig en onaangetast door de wolken. Zorgen en verlangens komen en gaan. Maar geluk gaat niet.

De wereld doet niets af aan jouw volheid

De wereld lijkt ons geluk soms in de weg te zitten. Maar je kunt niet zeggen dat de wereld er niet was in een moment van geluk. De wereld was wel degelijk aanwezig. Je luistert naar mooie muziek, je bent gelukkig. De wereld is er, jij bent er, je geest is er, je oren zijn er. Maar wat is er niet? De zoeker, de ontevreden zoekende jij, die op zoek is naar een gelukservaring.

Geluk gaat nergens heen, net zoals de zon er altijd is, is jouw volheid er ook altijd. De wolken lijken de zon te verbergen, want opnieuw komt er een behoefte op. Waarom eigenlijk, als ik zelf het geluk ben dat ik zoek? Omdat je de waarheid niet kent. Je gaat af op ervaringen. Je weet niet dat je altijd vol en compleet bent. Dat de ervaring van geluk jezelf is.

Je ervaart jezelf altijd

Als je zelf geluk, volheid bent, dan heb je geen nieuwe of andere ervaring nodig. Je kunt jezelf namelijk niet niet ervaren. Wat we nodig hebben is kennis van de ervaring. Dit is wat het onderwijs van Advaita Vedanta biedt. Je zult moeten weten, herkennen: dit ben ik. Deze volheid ben ik. Het is een volheid die de hele wereld  kan onderbrengen, zonder aangetast te worden. Volheid blijft altijd bestaan. Ook als er wolken voorbij drijven of als wolken zich opstapelen. Vedanta is een onderwijstraditie waarin deze kennis systematisch wordt ontvouwd.

In de Bhagavad Gita vraagt Arjuna op een gegeven moment om een beschrijving van iemand met deze kennis. Krishna antwoordt:

prajahāti yadā kāmān sarvān pārtha manogatān
ātmanyevātmanā tuṣṭaḥ sthitaprajñastadocyate


‘Iemand die gelukkig is met zichzelf, door zichzelf, geeft alle verlangens die in de geest opkomen op, o Arjuna, zo iemand wordt een persoon met standvastige kennis genoemd.’
Bhagavad Gita (II:55)

Alle verlangens om iets te gaan doen om gelukkig te worden vallen van je af, als je begrijpt dat je geluk bent. Normaal gesproken proberen we onszelf te vergeten door bijvoorbeeld televisie te kijken, maar degene die weet dat geluk haar/zijn ware natuur is, verblijft graag met zichzelf. Want de visie is: aan mij ontbreekt niets.

Geplaatst op Geef een reactie

Opgewekt door het leven

De Bhagavad Gita biedt naast kennis over de aard van het zelf, de wereld en God, ook waardevolle inzichten voor wie innerlijk wil groeien. Innerlijke groei is nodig om emotioneel volwassen te worden en een gelukkig leven te leiden. En ook om te begrijpen dat het zelf vrij is van elk gebrek, zoals Advaita Vedanta ontvouwt.

In hoofdstuk zeventien beschrijft Krishna disciplines voor je geest. Hij zegt:

manah-prasādah saumyatvam maunam ātma-vinigrahah |
bhāva-samśuddhirityetat tapo mānasam ucyate || 17.16||

‘Geestelijke opgewektheid, zichtbare opgewektheid, afwezigheid van praatzucht, beheersing van de geest en zuivere intentie, worden (samen) mentale discipline (tapas) genoemd.’

In deze blog wil ik het hebben over de eerste discipline: het verkrijgen en behouden van een opgewekte, blije geest. In de basis betekent dit een acceptatie van jezelf en van de situatie waarin je je bevindt. Het accepteren van je verleden is daarbij inbegrepen. Laten we kijken naar een aantal praktische principes die leiden tot acceptatie en blijheid. Voor deze tekst heb ik gebruikgemaakt van de prachtige ‘Bhagavad Gita Home Study Course’ van Swami Dayananda.

1. Leef van dag tot dag
Dit is een eenvoudig principe dat zorgt voor een opgewekte geest. Als je van dag tot dag leeft, leef je in overeenstemming met de werkelijkheid. Vandaag is werkelijk; morgen ben ik er misschien niet eens. Niet dat ik me daar zorgen over maak. Vandaag leef ik en wat er vandaag te doen is, dat doe ik gewoon. De toekomst kan voor zichzelf zorgen. Het leven wordt dan heel eenvoudig: je hoeft steeds maar één dag aan te kunnen. Je hele leven, steeds maar één dag. De zorgen van gisteren zijn weg. Wat gisteren gebeurde was gisteren. Het is niet vandaag. Als je gisteren een vergissing hebt gemaakt, prima. Je bent nu wijzer. Als je je er vandaag zorgen over maakt, dan verspil je vandaag met je zorgen maken over gisteren.

2. Leef in harmonie met je omgeving
Van dag tot dag leven betekent de dingen doen die er vandaag te doen zijn. Het gaat dan om handelingen die redelijkerwijs van je verwacht worden, gezien de rollen die je speelt in het leven; zoals vader/moeder, werkgever/werknemer, zoon/dochter, buurman/buurvrouw, etc. Als je doet wat nodig is in een gegeven situatie, ondanks dat het misschien niet je voorkeur heeft, dan ben je in harmonie met je omgeving en blijft je geest opgewekt, tevreden en vrij van conflict. Een zekere overgave naar wat er te doen is, waarbij je je voorkeur en afkeer opgeeft, zorgt voor een opgewekte geest.

3. Laat het leven vol verrassingen zitten
Er is ook een wet die zegt ‘wat staat te gebeuren, zal gebeuren’. Dit is een belangrijke schokdemper. Ik doe wat ik kan, maar ik heb niet alles voor het zeggen. Deze overgave aan de resultaten van handeling zorgt ervoor dat je opgewekt en tevreden kunt blijven, ook als het even tegenzit.

Sta even stil bij hoe je leven er nu uitziet. Had je ooit gedacht dat het er zo uit zou komen te zien? Gebeurtenissen ontvouwen zich. Je bevindt je ineens in een situatie die je van tevoren niet had kunnen bedenken. Je ontmoet een oude bekende en het klikt zo goed dat jullie besluiten samen een bedrijf op te richten. Alles gebeurt vanwege een onderliggend plan. Laat het plan zich ontvouwen. Jij leeft van dag tot dag. Je laat jezelf niet meeslepen als drijfhout; jij staat wel degelijk aan het roer, maar tegelijkertijd herken je dat er zich iets ontvouwt in je leven wat zijn eigen bedoeling heeft. Die bedoeling kun je ontdekken op het moment dat het plan zich ontvouwt.

Als je zou weten dat alles volgens jouw plan zal plaatsvinden, dan hoef je niet eens te leven. Stel je voor dat je alles zou weten wat er staat te gebeuren. Voor de rest van je leven weet je al wat je gaat eten als ontbijt, lunch en diner. Je volledige toekomst is tot in de details uitgestippeld en aan je bekendgemaakt. Dan is er niets meer aan! Er zijn dan geen verrassingen, geen onverwachte wendingen in je leven. Als je verrassingen wilt, maak dan plannen voor de toekomst, doe wat je te doen hebt en laat de uitkomst over aan de wetten die het ontvouwen van gebeurtenissen regelen. Een opgewekt mens is klaar voor verrassingen.

4. Gebruik de mantra ‘het is fijn om mezelf te zijn’
Wanneer bezorgdheid, zelfveroordeling of angst oprijst, kunnen we dit verwerken door de juiste houding naar onszelf aan te nemen. Dat zulke emoties oprijzen, daar kunnen we niets aandoen; dat gebeurt. Maar we hebben wel een keuze in hoe we ermee omgaan. Herinner jezelf er aan dat het fijn is om jezelf te zijn. Zeg tegen jezelf ‘Het is fijn om mezelf te zijn.’ Acceptatie van jezelf geeft ontspanning en tevredenheid. Als er gebieden zijn waarin het goed zou zijn om te veranderen, span je daar dan voor in. Maar je hoeft je niet te bewijzen aan anderen. Als iemand anders lelijk over me denkt, dan is dat zijn of haar probleem. Ik accepteer mezelf zoals ik ben. ‘Het is fijn om te zijn zoals ik ben.’ Gebruik een zin als deze als een soort mantra om dagelijks te herhalen.

De Bhagavad Gita leert ons geleidelijk inzien dat we volledig acceptabel zijn.

Ik hoef niets te bewijzen, aan niemand niet, zelfs niet aan God. Als ik mezelf zou moeten bewijzen aan God, dan zou zijn acceptatie voorwaardelijk zijn. Dan wordt God een persoon zoals ieder ander. 

5. Vier je leven, elke dag!
Vier niet alleen je verjaardag, maar vier je leven elke dag. Wanneer je ’s ochtends opstaat, erken dan dat het fijn is om te leven. Neem je leven niet voor lief. Je hebt weer een dag erbij om te vieren! Als je onder de douche staat, kun je al beginnen met het plannen van hoe je vandaag wilt vieren. Je hoeft niet elke dag een taart te bakken, maar vier je leven met de dingen die je doet.  Alles wat je doet is een viering van jouw leven. ‘Ik leef vandaag. Het is fijn om te leven. Het is leuk om te doen wat ik doe.’ Dit is opgewektheid van geest.

Het resultaat: een heldere geest en een glimlach op je gezicht
Als je geest deze houding heeft, dan is er helderheid, opgewektheid. De mentale discipline (tapas) is dus om elke keer dat je ontevreden of bezorgd bent, tevredenheid en opgewektheid op te roepen. Die opgewektheid van geest brengt een glimlach op je gezicht. De mentale opgewektheid uit zich in een zichtbare opgewektheid, wat Krishna als tweede aspect van mentale discipline noemt. Deze opgewektheid is niet een gedragsverandering, maar een verandering die ontstaat door een bewust denkproces zoals hierboven beschreven.

Manon van Dijk
Uitgever