Geplaatst op Geef een reactie

Sattva, rajas en tamas: een model voor innerlijke groei

Een bekend model in Vedanta en in de yogafilosofie is dat van de drie guṇa’s of eigenschappen: sattva, rajas en tamas. Kort gezegd staat sattva voor kennis, rajas voor activiteit en tamas voor passiviteit. Er is al veel geschreven over de drie guṇa’s. In dit artikel staat de vraag centraal: hoe helpt dit model ons bij onze emotionele groei en daarmee indirect bij het begrijpen van Advaita Vedanta?

In de Bhagavad Gita spreekt Krishna als Īśvara, de oorzaak van de wereld. Hij zegt in vers 7.12: ‘Weet dat de wezens die zijn ontstaan uit sattva, rajas en tamas, enkel uit Mij zijn voortgekomen.’ Alles in de wereld, alle wezens en dingen, komen voort uit de oorzaak die deze drie eigenschappen heeft: sattva, rajas en tamas.

Sattva, rajas en tamas vinden we overal terug in de wereld. De eigenschappen van de oorzaak dringen namelijk door in het gevolg. Neem bijvoorbeeld koffie: de eigenschappen van de koffiebessen bepalen de eigenschappen van de koffiebonen en dus van de koffie die je na een lang proces uiteindelijk drinkt.

De drie guṇa’s zijn de eigenschappen van de oorzaak van het universum en dringen door in alles. De guṇa’s komen dus ook tot uiting in ons gedrag, ons lichaam, onze zintuigen en onze geest.

Iedereen is een combinatie van de 3 guṇa’s

In de Bhagavad Gita vinden we tientallen verzen over de guṇa’s, waarin Heer Krishna uitlegt hoe iedereen een combinatie is van sattva, rajas en tamas. En dat we met ons gedrag de toestand van onze geest positief kunnen beïnvloeden, zodat sattva toeneemt en we met een heldere geest de diepzinnigheid van het leven kunnen ontdekken.

Sattva verwijst op individueel niveau naar tevredenheid, kennis en helderheid, naar het gebruiken van je intellect en het volgen van de universele normen en waarden (dharma). Wanneer je verdiept bent in muziek, in het analyseren van een probleem of wanneer je begripvol en medelevend bent, dan overheerst sattva. Iedereen heeft deze kwaliteit, want iedereen kent liefde. Ook al is iemand nog zo verhard door jarenlange maffiapraktijken, als deze man zijn teen stoot tegen een tafelpoot, dan zal hij uit medeleven naar zijn voet grijpen en liefde ervaren.

Rajas is ambitie, energie, verlangen, rusteloosheid en gedrevenheid. Tamas is traagheid, sufheid, onverschilligheid, luiheid.

Je kunt niet zonder tamas. Je hebt tamas nodig om te kunnen slapen. Daarom is het lastig in slaap vallen als je tot laat in de avond iets actiefs hebt gedaan. We hebben ook rajas nodig om in beweging te komen en actief te zijn in het leven. Maar sattva zou geleidelijk in je leven dominant moeten worden, dan ben je emotioneel gegroeid; een emotioneel volwassen persoon.  

Vier type mensen

De Bhagavad Gita onderscheidt vier karakters of type mensen op basis van de drie guṇa’s. Niet om te veroordelen, maar om een model te creëren voor onze innerlijke groei. De vraag is niet: waar staat mijn partner, buurman of collega in dit model? Maar: waar sta ik? En hoe kan ik sattva dominant maken in mijn leven?

Vier type mensen op basis van guṇa-dominantie:

1. sattva-rajas-tamas
Deze mensen leven een contemplatief, onderzoekend en vreedzaam leven. Kennis, devotie en/of meditatie staan elke dag centraal. Daarnaast zijn ze voldoende actief en volgen ze bij hun handelingen dharma, de natuurlijke orde. En natuurlijk gaan ze ’s avonds tevreden slapen onder invloed van tamas.

2. rajas-sattva-tamas
Altijd bezig, actief en ambitieus, zo kunnen we dit type beschrijven. Sattva overheerst tamas, waardoor deze mensen verstandige keuzes maken in lijn met dharma. Hun handelingen zijn niet egocentrisch, maar een zegen voor de maatschappij. Snel gekwetst zijn hoort bij dit type mens.

3. rajas-tamas-sattva
Nu neemt tamas de tweede plek in. Rajas overheerst nog steeds, maar deze mensen zijn voornamelijk egoïstisch of hebzuchtig in hun handelen. Teleurstelling is hun niet vreemd.

4. tamas-rajas-sattva
In dit type mens is tamas de dominante guna. De meeste tijd gaat op aan slapen en eten. De geest is slaperig, afgestompt of depressief. Een puber die pas rond het middaguur uit bed komt om een pizza te bestellen en de rest van de dag op de bank gaat hangen, valt onder dit type. Maar ook iedere baby heeft tamas als dominante guṇa.

Uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

‘Deze vier type mensen vind je overal in de wereld, niet alleen in India. Iedereen wordt geboren met overheersend tamas; een pasgeboren baby slaapt twintig uur per dag. Naarmate hij groeit, slaapt de baby minder en wordt hij actiever; komt hij meer onder de invloed van rajas. Naargelang hij kennis verzamelt, wordt hij meer en meer door sattva gevormd. Als je in staat bent om meer te zien dan zichtbaar is, om voorbij te gaan aan de zintuigen en de diepzinnigheid van het leven te zien, dan ben je sāttvika; beïnvloed door sattva. Je bent dan contemplatief.’

Waarom zijn er niet meer type mensen mogelijk? Waarom niet tamas-sattva-rajas en sattva-tamas-rajas? Wanneer sattva dominant is, dan kan alleen rajas de tweede plek innemen. Wanneer tamas in iemand dominant is, dan zal de tweede rajas zijn. Sattva en tamas staan namelijk te ver van elkaar af.

Pad van innerlijke groei

Dit model stippelt voor ons de route naar emotionele volwassenheid uit. Fysiek volwassen worden we vanzelf, maar emotioneel volwassen niet. Door ons hiervoor in te spannen kunnen we van type 4 naar type 1 groeien: tevreden, verstandig, liefdevol en wijs.

Swami Dayananda: ‘Iedereen moet groeien om sāttvika te worden. Hiervoor moet iemand die tāmasa is – voor wie eten en slapen de belangrijkste activiteiten zijn – eerst rājasa, actief, worden. Zelfs al zijn handelingen in eerste instantie egoïstisch, toch moet hij beginnen met iets te doen. Naderhand kan zijn handelen geleidelijk tot werk gericht worden dat gewijd is aan een ander doel dan het bevredigen van zijn eigen behoeften. Als hij zijn intellect hierbij niet misbruikt, zal hij meer en meer sāttvika worden.’

‘Moge je altijd gevestigd zijn in sattva-guṇa
–  Bhagavad Gita 2.45

Krishna spoort Arjuna in de Bhagavad Gita aan om zijn geest in sattva te vestigen. Wanneer sattva dominant is, dan is er kalmte, onderscheidingsvermogen (viveka) en een onderzoekende, contemplatieve houding. Een geest met deze kwaliteiten is nodig om het onderwijs van Vedanta te kunnen begrijpen en jezelf te ontdekken als vrij van de drie guṇa’s, als de onveranderlijke basis van de hele wereld.

Hoe kun je jouw geest in sattva vestigen?

Hoe kun je sattva laten toenemen in je leven? De Bhagavad Gita geeft een aantal duidelijke richtlijnen over sattvisch voedsel bijvoorbeeld en het geven van giften. Denk ook aan dharma volgen in plaats van je voorkeur of afkeer, anderen helpen, boeken lezen, Vedanta studeren en yoga en meditatie. Dit zijn allemaal sattva-verhogende bezigheden.

In dit artikel wil ik één middel (sādhana) uitlichten: het beoefenen van sattvische spraak. Dit wordt ook wel vāk-tapas, discipline in spraak, genoemd.  

Sattvische spraak

De spraak is een krachtig instrument en kan veel goed doen, maar ook veel kapotmaken in relaties. Woorden doen wel degelijk pijn. Het is zeer de moeite waard om meer discipline in je spraak te ontwikkelen. Via beheersing van de spraak krijg je meer beheersing over je geest. De beoefening van sattvische spraak is dus zowel waardevol voor jezelf als voor je omgeving.

Sattvische spraak kent volgens de Bhagavad Gita (17.15) vier basiskwaliteiten:

  • veroorzaak met je woorden geen onrust of pijn (anudvegakaram)
  • spreek de waarheid (satyam)
  • spreek aangenaam, vriendelijk (priyam)
  • zeg nuttige dingen (hitam)

In zijn commentaar op de Bhagavad Gita schrijft Śaṅkarācārya dat alleen een uitspraak die alle vier de kwaliteiten bezit, vāktapas genoemd kan worden. De woorden dienen aangenaam (priyam) te zijn, zodat ze de ander onmiddellijk een plezier doen. En nuttig (hitam), zodat ze iemand op de lange termijn gelukkiger maken. En wat je zegt dient ook waar te zijn.

Een onmogelijke opgave?

Het lijkt misschien een onmogelijke opgave, maar zie het als een groeiproces. Zelfs een beetje meer aandacht voor je spraak kan een groot verschil maken, omdat het je alerter maakt en je daardoor betere keuzes kunt maken in het leven.

Misschien wordt het aantal woorden dat je spreekt een stuk minder, maar je woorden zullen meer betekenis krijgen. Je relaties zullen beter zijn, met minder conflict, wat allemaal bijdraagt aan je innerlijke kalmte.  

Natuurlijk is het niet continu mogelijk of zelfs wenselijk om je aan al deze vier basiskwaliteiten te houden. Het gaat erom dat je een bewuste afweging maakt als je spreekt en deze kwaliteiten zijn een leidraad. Soms is het nodig om niet de waarheid te spreken of om iets te zeggen wat even onrust kan veroorzaken, of om over koetjes en kalfjes te praten.

Śaṅkara geeft in zijn commentaar een voorbeeld van een uitspraak die voldoet aan de vier kwaliteiten: ‘Mijn beste, moge je in vrede zijn. Bestudeer dagelijks de Veda en beoefen karmayoga. Dan zul je mokṣa (vrijheid) bereiken.’ Dit is kalmerend, waar, plezierig en nuttig!

Een gebed voor beheerste spraak

Sattvische spraak is dus een goed middel om een alerte geest te ontwikkelen en te behouden. En een geest die alert, geconcentreerd en kalm is, kan de diepzinnige visie van Vedanta begrijpen.

Ik sluit graag af met de eerste twee zinnen uit de śānti-mantra van de Aitareya-upaniṣad, bedoeld voor harmonie tussen geest en spraak.

vāṅme manasi pratiṣṭhitā, mano me vāci pratiṣṭhitam
‘Moge mijn spraak gevestigd zijn in mijn geest. Moge mijn geest gevestigd zijn in mijn spraak’

Moge mijn spraak gevestigd zijn in mijn geest betekent: moge mijn spraak in lijn zijn met wat ik weet. Moge mijn geest gevestigd zijn in mijn spraak wil zeggen: moge mijn geest op mijn tong aanwezig zijn, zodat ik niet mechanisch praat, maar bewust, met mijn aandacht bij wat ik zeg.

Dit gebed kun je ’s ochtends en ’s avonds gebruiken om jezelf te ondersteunen bij het ontwikkelen van discipline in spraak. En vraag je regelmatig op de dag af: waarom wil ik nu iets zeggen? Heb ik iets te vertellen dat vredig, waar, plezierig en nuttig is? Of wil ik de tijd doden met geklets, roddelen om me beter te voelen of mijn gelijk halen in een zinloze discussie? Deze alertheid kan je veel innerlijke groei opleveren.

Zie ook deze inspirerende verzen uit de Bhagavad Gita over sattva.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.