Geplaatst op Geef een reactie

Bhagavad Gita quotes over sattva

In de Bhagavad Gita vinden we tientallen verzen over de drie guna’s of principes: sattva, rajas en tamas. Ben je niet bekend met de guna’s? Lees dan het artikel ‘De drie guna’s: een model voor innerlijke groei’.

Op deze pagina delen we een selectie inspirerende verzen uit de Bhagavad Gita die gaan over sattva, de eigenschap die zich manifesteert als kennis, helderheid en tevredenheid. Krishna vertelt wat de kenmerken zijn van iemand die gevestigd is in sattvaguna en wat bijvoorbeeld sattvische voeding, sattvische kennis en sattvisch geluk is.

Bhagavad Gita verzen over sattva

Heer Krishna zei:

traiguṇya-viṣayā vedāḥ nistraiguṇyo bhavārjuna |
nirdvandvo nitya-sattvasthaḥ niryoga-kṣema ātmavān || 2.45 ||

‘Het onderwerp van de Veda’s heeft betrekking op de drie guna’s. O Arjuna, wees vrij van deze drie kwaliteiten, vrij van de tegenstellingen. Wees iemand die altijd gevestigd is in sattva-guna, iemand die vrij is van zorgen over het verkrijgen en beschermen van bezit, en die meester is over zijn geest.’

tatra sattvaṁ nirmalatvāt prakāśakam anāmayam |
sukha-saṅgena badhnāti jñāna-saṅgena cānagha || 14.6||

‘O Arjuna, sattva is stralend en vrij van problemen, omdat het zuiver is. Sattva bindt door de verbinding met gelukservaringen en kennis.’

karmaṇaḥ sukṛtasyāhuḥ sāttvikaṁ nirmalaṁ phalam |
rajasastu phalaṁ duḥkham ajñānaṁ tamasaḥ phalam || 14.16||

‘Men zegt dat het resultaat van een dharmische handeling verbonden is met sattva en zuiver is. Het resultaat van rajas is pijn en het resultaat van tamas is onwetendheid.’

sattvāt sañjāyate jñānaṁ rajaso lobha eva ca |
pramāda-mohau tamasaḥ bhavato’jñānam eva ca || 14.17||

‘Uit sattva ontstaat kennis en uit rajas hebzucht. Onverschilligheid, misleiding en onwetendheid komen voort uit tamas.’

abhayaṁ sattva-saṁśuddhiḥ jñāna-yoga-vyavasthitiḥ |
dānaṁ damaśca yajñaśca svādhyāyastapa ārjavam || 16.1||

ahiṁsā satyam akrodhaḥ tyāgaḥ śāntirapaiśunam |
dayā bhūteṣvaloluptvaṁ mārdavaṁ hrīracāpalam || 16.2||

tejaḥ kṣamā dhṛtiḥ śaucam adroho nātimānitā |
bhavanti sampadaṁ daivīm
abhijātasya bhārata || 16.3||

‘Onbevreesdheid, zuiverheid van geest, toewijding aan kennis en contemplatie, vrijgevigheid, zelfbeheersing, het dagelijks uitvoeren van rituelen, recitatie van de Veda’s, religieuze discipline, oprechtheid, niet-kwetsen, waarheidlievendheid, vrijheid van boosheid, verzaking, kalmte van geest, niet-roddelen, compassie naar alle levende wezens, afwezigheid van hartstocht, zachtaardigheid, bescheidenheid, afwezigheid van fysieke onrust, waardigheid, evenwichtigheid, standvastigheid, reinheid, afwezigheid van venijn en afwezigheid van arrogantie; al deze kwaliteiten zijn aanwezig in degene die geboren is voor het goddelijke, o Arjuna.’

Voedsel

āyuḥ-sattva-balārogya-sukha-prīti-vivardhanāḥ |
rasyāḥ snigdhāḥ sthirā hṛdyāḥ āhārāḥ sāttvika-priyāḥ |17.8

‘Sappig, romig, heilzaam en aangenaam voedsel dat de levensduur verlengt, dat zorgt voor een heldere geest, voor kracht, gezondheid, een prettige smaak en esthetisch genoegen, is geliefd bij sattvische mensen.’

Rituelen

aphalākāṅkṣibhiryajñaḥ vidhi-dṛṣṭo ya ijyate |
yaṣṭavyam eveti manaḥ samādhāya sa sāttvikaḥ || 17.11||

‘Het ritueel dat gekend wordt via de geschriften, dat wordt uitgevoerd door degenen die niet bezig zijn met het resultaat en met de instelling ‘dit is wat gedaan moet worden’, is sattvisch.’

Discipline

deva-dvija-guru-prājña-pūjanaṁ śaucam ārjavam |
brahmacaryam ahiṁsā ca śārīraṁ tapa ucyate ||17.14||

‘Het vereren van devatā’s, brāhmaṇa’s, leraren en wijzen, properheid, oprechtheid, zelfdiscipline en niemand pijn doen, worden samen fysieke discipline genoemd.’

anudvega-karaṁ vākyaṁ satyaṁ priya-hitaṁ ca yat |
svādhyāyābhyasanaṁ caiva vāṅmayaṁ tapa ucyate || 17.15||

‘Spraak die geen onrust veroorzaakt, die waar is, aangenaam en nuttig, en het dagelijks herhalen van je eigen Veda, worden samen discipline in spraak genoemd.’

manaḥ-prasādaḥ saumyatvaṁ maunam ātma-vinigrahaḥ |
bhāva-saṁśuddhirityetat tapo mānasam ucyate || 17.16||

‘Mentale opgewektheid, zichtbare opgewektheid, vrijheid van praatzucht, beheersing van de geest en een zuivere intentie worden samen mentale discipline genoemd.’

śraddhayā parayā taptaṁ tapastat trividhaṁ naraiḥ|
aphalākāṅkṣibhiryuktaiḥ sāttvikaṁ paricakṣate|17.17|

‘Men zegt dat deze drievoudige discipline sattvisch is, wanneer deze wordt uitgevoerd met volledige śraddhā (vertrouwen), door mensen die kalm zijn en die niet bezig zijn met het resultaat.’

Giften

dātavyam iti yad dānaṁ dīyate’nupakāriṇe |
deśe kāle ca pātre ca tad dānaṁ sāttvikaṁ smṛtam || 17.20||

‘De gift die gegeven wordt op de juiste tijd en plaats, aan een waardige ontvanger, zonder een tegenprestatie te verwachten, denkend ‘dit dient gegeven te worden’, wordt gezien als sattvisch.’

Verzaking

kāryam ityeva yat karma niyataṁ kriyate’rjuna |
saṅgaṁ tyaktvā phalaṁ caiva sa tyāgaḥ sāttviko mataḥ || 18.9||

‘O Arjuna, het uitvoeren van een voorgeschreven handeling met de houding ‘het dient gedaan te worden’, waarbij men de emotionele afhankelijkheid en het resultaat van de handeling opgeeft, wordt beschouwd als een sattvische verzaking (tyāga).’

na dveṣṭyakuśalaṁ karma kuśale nānuṣajjate |
tyāgī sattva-samāviṣṭaḥ medhāvī chinna-saṁśayaḥ ||18.10||

‘De verzaker (tyāgī) die beschikt over een zuivere geest, die juiste kennis heeft en wiens twijfels zijn opgelost, heeft geen hekel aan ongepaste handelingen gebaseerd op verlangen, en is niet gehecht aan gepaste, voorgeschreven handelingen.’

Kennis

sarva-bhūteṣu yenaikaṁ bhāvam avyayam īkṣate |
avibhaktaṁ vibhakteṣu tajjñānaṁ viddhi sāttvikam || 18.20||

‘Weet dat het sattvische kennis (jñānam) is waardoor men de enkelvoudige, onveranderlijke werkelijkheid herkent in alle wezens, wat het onverdeelde onder de verdeelde dingen is.’

Karma (handelingen)

niyataṁ saṅga-rahitam arāga-dveṣataḥ kṛtam |
aphala-prepsunā karma yat tat sāttvikam ucyate || 18.23||

‘De voorgeschreven handeling die zonder emotionele afhankelijkheid en niet vanuit voorkeur en afkeer wordt uitgevoerd, door iemand die niet hevig verlangt naar het materiële resultaat, die handeling (karma) wordt sattvisch genoemd.’

mukta-saṅgo’nahaṁ-vādī dhṛtyutsāha-samanvitaḥ|
siddhyasiddhyornirvikāraḥ kartā sāttvika ucyate |18.26|

‘Degene die in zijn handelingen vrij is van emotionele afhankelijkheid, die niet opschept, die vastberaden en enthousiast is, en die onverstoord blijft bij succes en mislukking, die uitvoerder van handelingen (kartā) wordt sattvisch genoemd.’

De geest

pravṛttiṁ ca nivṛttiṁ ca kāryākārye bhayābhaye |
bandhaṁ mokṣaṁ ca yā vetti buddhiḥ sā pārtha sāttvikī || 18.30||

 ‘O Arjuna, de geest die activiteit en verzaking kent, en die weet wat wel en niet gedaan moet worden, wat wel en niet gevreesd moet worden, en wat gebondenheid en vrijheid is, die geest (buddhi) is sattvisch.’

Standvastigheid

dhṛtyā yayā dhārayate manaḥ-prāṇendriya-kriyāḥ |
yogenāvyabhicāriṇyā dhṛtiḥ sā pārtha sāttvikī || 18.33||

‘O Arjuna, de onwrikbare standvastigheid waarmee iemand door oefening de activiteiten van de geest, prāṇa en de zintuigen reguleert, die standvastigheid (dhṛti) is sattvisch.’

Geluk

sukhaṁ tvidānīṁ trividhaṁ śṛṇu me bharatarṣabha |
abhyāsād ramate yatra duḥkhāntaṁ ca nigacchati || 18.36||

yat tad agre viṣam iva pariṇāme’mṛtopamam |
tat sukhaṁ sāttvikaṁ proktam ātma-buddhi-prasādajam || 18.37||

‘O Arjuna, luister nu naar mij; dit gaat over het drievoudige geluk (sukha). Het geluk waarin men vreugde ontdekt door veelvuldige oefening en men beëindiging van verdriet bereikt, dat in het begin op vergif lijkt (en) na transformatie op nectar, dat geluk wordt sattvisch genoemd. Het is ontstaan uit de helderheid van zelfkennis.’

(Nederlandse vertaling: Rommert en Manon van Dijk)

Leestip

Het boek De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda

Geplaatst op Geef een reactie

De drie guna’s: een model voor innerlijke groei

Een bekend model in Vedanta en in de yogafilosofie is dat van de drie guna’s of principes: sattva, rajas en tamas. Kort gezegd staat sattva voor kennis, rajas voor activiteit en tamas voor passiviteit. Er is al veel geschreven over de drie guna’s. In dit artikel staat de vraag centraal: hoe helpt dit model ons bij onze emotionele groei en daarmee indirect bij het begrijpen van Advaita Vedanta?

In de Bhagavad Gita spreekt Krishna als Īśvara, de oorzaak van de wereld. Hij zegt in vers 7.12: ‘Weet dat de wezens die zijn ontstaan uit sattva, rajas en tamas, enkel uit Mij zijn voortgekomen.’ Alles in de wereld, alle wezens en dingen, komen voort uit de oorzaak die deze drie eigenschappen heeft: sattva, rajas en tamas.

Sattva, rajas en tamas vinden we overal terug in de wereld. De eigenschappen van de oorzaak dringen namelijk door in het gevolg. Neem bijvoorbeeld koffie: de eigenschappen van de koffiebessen bepalen de eigenschappen van de koffiebonen en dus van de koffie die je na een lang proces uiteindelijk drinkt.

De drie guna’s zijn de eigenschappen van de oorzaak van het universum en dringen door in alles. De guna’s komen dus ook tot uiting in ons gedrag, ons lichaam, onze zintuigen en onze geest.

Iedereen is een combinatie van de 3 guna’s

In de Bhagavad Gita vinden we tientallen verzen over de guna’s, waarin Heer Krishna uitlegt hoe iedereen een combinatie is van sattva, rajas en tamas. En dat we met ons gedrag de toestand van onze geest positief kunnen beïnvloeden, zodat sattva toeneemt en we met een heldere geest de diepzinnigheid van het leven kunnen ontdekken.

Sattva verwijst op individueel niveau naar tevredenheid, kennis en helderheid, naar het gebruiken van je intellect en het volgen van de universele normen en waarden (dharma). Wanneer je verdiept bent in muziek, in het analyseren van een probleem of wanneer je begripvol en medelevend bent, dan overheerst sattva. Iedereen heeft deze kwaliteit, want iedereen kent liefde. Ook al is iemand nog zo verhard door jarenlange maffiapraktijken, als deze man zijn teen stoot tegen een tafelpoot, dan zal hij uit medeleven naar zijn voet grijpen en liefde ervaren.

Rajas is ambitie, energie, verlangen, rusteloosheid en gedrevenheid. Tamas is traagheid, sufheid, onverschilligheid, luiheid.

Je kunt niet zonder tamas. Je hebt tamas nodig om te kunnen slapen. Daarom is het lastig in slaap vallen als je tot laat in de avond iets actiefs hebt gedaan. We hebben ook rajas nodig om in beweging te komen en actief te zijn in het leven. Maar sattva zou geleidelijk in je leven dominant moeten worden, dan ben je emotioneel gegroeid; een emotioneel volwassen persoon.  

Vier type mensen

De Bhagavad Gita onderscheidt vier karakters of type mensen op basis van de drie guna’s. Niet om te veroordelen, maar om een model te creëren voor onze innerlijke groei. De vraag is niet: waar staat mijn partner, buurman of collega in dit model? Maar: waar sta ik? En hoe kan ik sattva dominant maken in mijn leven?

Vier type mensen op basis van guna-dominantie:

1. sattva-rajas-tamas

Deze mensen leven een contemplatief, onderzoekend en vreedzaam leven. Kennis, devotie en/of meditatie staan elke dag centraal. Daarnaast zijn ze voldoende actief en volgen ze bij hun handelingen dharma, de natuurlijke orde. En natuurlijk gaan ze ’s avonds tevreden slapen onder invloed van tamas.

2. rajas-sattva-tamas

Altijd bezig, actief en ambitieus, zo kunnen we dit type beschrijven. Sattva overheerst tamas, waardoor deze mensen verstandige keuzes maken in lijn met dharma. Hun handelingen zijn niet egocentrisch, maar een zegen voor de maatschappij. Snel gekwetst zijn hoort bij dit type mens.

3. rajas-tamas-sattva

Nu neemt tamas de tweede plek in. Rajas overheerst nog steeds, maar deze mensen zijn voornamelijk egoïstisch of hebzuchtig in hun handelen. Teleurstelling is hun niet vreemd.

4. tamas-rajas-sattva

In dit type mens is tamas de dominante guna. De meeste tijd gaat op aan slapen en eten. De geest is slaperig, afgestompt of depressief. Een puber die pas rond het middaguur uit bed komt om een pizza te bestellen en de rest van de dag op de bank gaat hangen, valt onder dit type. Maar ook iedere baby heeft tamas als dominante guna.

Uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

‘Deze vier type mensen vind je overal in de wereld, niet alleen in India. Iedereen wordt geboren met overheersend tamas; een pasgeboren baby slaapt twintig uur per dag. Naarmate hij groeit, slaapt de baby minder en wordt hij actiever; komt hij meer onder de invloed van rajas. Naargelang hij kennis verzamelt, wordt hij meer en meer door sattva gevormd. Als je in staat bent om meer te zien dan zichtbaar is, om voorbij te gaan aan de zintuigen en de diepzinnigheid van het leven te zien, dan ben je sāttvika; beïnvloed door sattva. Je bent dan contemplatief.’

Waarom zijn er niet meer type mensen mogelijk? Waarom niet tamas-sattva-rajas en sattva-tamas-rajas? Wanneer sattva dominant is, dan kan alleen rajas de tweede plek innemen. Wanneer tamas in iemand dominant is, dan zal de tweede rajas zijn. Sattva en tamas staan namelijk te ver van elkaar af.

Drie guna’s: pad van innerlijke groei

Dit model stippelt voor ons de route naar emotionele volwassenheid uit. Fysiek volwassen worden we vanzelf, maar emotioneel volwassen niet. Door ons hiervoor in te spannen kunnen we van type 4 naar type 1 groeien: tevreden, verstandig, liefdevol en wijs.

Swami Dayananda: ‘Iedereen moet groeien om sāttvika te worden. Hiervoor moet iemand die tāmasa is – voor wie eten en slapen de belangrijkste activiteiten zijn – eerst rājasa, actief, worden. Zelfs al zijn handelingen in eerste instantie egoïstisch, toch moet hij beginnen met iets te doen. Naderhand kan zijn handelen geleidelijk tot werk gericht worden dat gewijd is aan een ander doel dan het bevredigen van zijn eigen behoeften. Als hij zijn intellect hierbij niet misbruikt, zal hij meer en meer sāttvika worden.’

‘Moge je altijd gevestigd zijn in sattva-guna
–  Bhagavad Gita 2.45

Krishna spoort Arjuna in de Bhagavad Gita aan om zijn geest in sattva te vestigen. Wanneer sattva dominant is, dan is er kalmte, onderscheidingsvermogen (viveka) en een onderzoekende, contemplatieve houding. Een geest met deze kwaliteiten is nodig om het onderwijs van Vedanta te kunnen begrijpen en jezelf te ontdekken als vrij van de drie guna’s, als de onveranderlijke basis van de hele wereld.

Hoe kun je jouw geest in sattva vestigen?

Hoe kun je sattva laten toenemen in je leven? De Bhagavad Gita geeft een aantal duidelijke richtlijnen over sattvisch voedsel bijvoorbeeld en het geven van giften. Denk ook aan dharma volgen in plaats van je voorkeur of afkeer, anderen helpen, boeken lezen, Vedanta studeren en yoga en meditatie. Dit zijn allemaal sattva-verhogende bezigheden.

In dit artikel wil ik één middel (sādhana) uitlichten: het beoefenen van sattvische spraak. Dit wordt ook wel vāk-tapas, discipline in spraak, genoemd.  

Sattvische spraak

De spraak is een krachtig instrument en kan veel goed doen, maar ook veel kapotmaken in relaties. Woorden doen wel degelijk pijn. Het is zeer de moeite waard om meer discipline in je spraak te ontwikkelen. Via beheersing van de spraak krijg je meer beheersing over je geest. De beoefening van sattvische spraak is dus zowel waardevol voor jezelf als voor je omgeving.

Sattvische spraak kent volgens de Bhagavad Gita (17.15) vier basiskwaliteiten:

  • veroorzaak met je woorden geen onrust of pijn (anudvegakaram)
  • spreek de waarheid (satyam)
  • spreek aangenaam, vriendelijk (priyam)
  • zeg nuttige dingen (hitam)

In zijn commentaar op de Bhagavad Gita schrijft Śaṅkarācārya dat alleen een uitspraak die alle vier de kwaliteiten bezit, vāktapas genoemd kan worden. De woorden dienen aangenaam (priyam) te zijn, zodat ze de ander onmiddellijk een plezier doen. En nuttig (hitam), zodat ze iemand op de lange termijn gelukkiger maken. En wat je zegt dient ook waar te zijn.

Een onmogelijke opgave?

Het lijkt misschien een onmogelijke opgave, maar zie het als een groeiproces. Zelfs een beetje meer aandacht voor je spraak kan een groot verschil maken, omdat het je alerter maakt en je daardoor betere keuzes kunt maken in het leven.

Misschien wordt het aantal woorden dat je spreekt een stuk minder, maar je woorden zullen meer betekenis krijgen. Je relaties zullen beter zijn, met minder conflict, wat allemaal bijdraagt aan je innerlijke kalmte.  

Natuurlijk is het niet continu mogelijk of zelfs wenselijk om je aan al deze vier basiskwaliteiten te houden. Het gaat erom dat je een bewuste afweging maakt als je spreekt en deze kwaliteiten zijn een leidraad. Soms is het nodig om niet de waarheid te spreken of om iets te zeggen wat even onrust kan veroorzaken, of om over koetjes en kalfjes te praten.

Śaṅkara geeft in zijn commentaar een voorbeeld van een uitspraak die voldoet aan de vier kwaliteiten: ‘Mijn beste, moge je in vrede zijn. Bestudeer dagelijks de Veda en beoefen karmayoga. Dan zul je mokṣa (vrijheid) bereiken.’ Dit is kalmerend, waar, plezierig en nuttig!

Een gebed voor beheerste spraak

Sattvische spraak is dus een goed middel om een alerte geest te ontwikkelen en te behouden. En een geest die alert, geconcentreerd en kalm is, kan de diepzinnige visie van Vedanta begrijpen.

Ik sluit graag af met de eerste twee zinnen uit de śānti-mantra van de Aitareya-upaniṣad, bedoeld voor harmonie tussen geest en spraak.

vāṅme manasi pratiṣṭhitā, mano me vāci pratiṣṭhitam
‘Moge mijn spraak gevestigd zijn in mijn geest. Moge mijn geest gevestigd zijn in mijn spraak’

Moge mijn spraak gevestigd zijn in mijn geest betekent: laat mijn spraak in lijn zijn met wat ik weet. Moge mijn geest gevestigd zijn in mijn spraak wil zeggen: moge mijn geest op mijn tong aanwezig zijn, zodat ik niet mechanisch praat, maar bewust, met mijn aandacht bij wat ik zeg.

Dit gebed kun je ’s ochtends en ’s avonds gebruiken om jezelf te ondersteunen bij het ontwikkelen van discipline in spraak. En vraag je regelmatig op de dag af: waarom wil ik nu iets zeggen? Heb ik iets te vertellen dat vredig, waar, plezierig en nuttig is? Of wil ik de tijd doden met geklets, roddelen om me beter te voelen of mijn gelijk halen in een zinloze discussie? Deze alertheid kan je veel innerlijke groei opleveren.

Zie ook deze inspirerende verzen uit de Bhagavad Gita over sattva.

Geplaatst op 1 reactie

Zelfacceptatie door Advaita Vedanta

Wat is het doel van Advaita Vedanta? Wat willen de Upanishads en de Bhagavad Gita en al die andere prachtige Vedische geschriften ons vertellen? Meestal zeggen we: het doel is mokṣa, bevrijding. Bevrijding van het gevoel van gebrek, bevrijding van ontevredenheid, onzekerheid en sterfelijkheid. Een andere manier om hiernaar te kijken is: Vedanta helpt ons onszelf volledig te accepteren. En in dit proces ontdekken we onze vrijheid.

Uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

‘Dit is het fundamentele, menselijke probleem. Ik verlang naar het gevoel thuis te zijn en in vrede te zijn met mezelf. Nergens vind ik die vrede, omdat ik me bewust ben van mezelf als een gebrekkig wezen en ik kan me niet thuis voelen bij gebrek. Omdat ik niet weet hoe ik het probleem moet oplossen, ontloop ik het. Soms luister ik naar muziek om aan mijn verdriet te ontsnappen. Ik kijk een film om de realiteit van mijn geest te ontvluchten, in de hoop dat het me opvrolijkt. Niemand heeft ooit een probleem opgelost door het te ontwijken.’

Zoals ik mezelf nu ken, als een sterfelijk lichaam en een wispelturige geest, kan ik mezelf niet accepteren. Ik wil voortdurend anders zijn: zekerder, gelukkiger, mooier, sterker, gezonder. Advaita Vedanta laat ons zien dat dit beeld van onszelf als een sterfelijk wezen niet klopt. En dat we onszelf onterecht veroordelen.

Labelen en veroordelen

Als we anderen beoordelen op slechts één aspect van wie ze zijn, vinden we dat veroordelend en respectloos. Het schaadt de persoon. Denk aan veroordeling op basis van huidskleur, status of opleiding. Stel dat iemand zich ongepast gedraagt in een situatie en we noemen die persoon meteen ‘een idioot’. Of een blonde vrouw zegt iets wat niet klopt en wordt uitgemaakt voor ‘dom blondje’. Labels zijn respectloos en subjectief. Dat is denk ik niet moeilijk in te zien. Maar ditzelfde principe geldt ook op een veel grotere schaal.

Een ander veroordelen op zijn gedrag of uiterlijk vinden we niet oké. Dan zeggen we: ‘Kijk naar de hele persoon.’ Door Vedanta ontdekken we dat ‘de hele persoon’ een stuk meer is dan het lichaam, de zintuigen, de persoonlijkheid, het geheugen, intelligentie, etc. Ieder individu is zoveel meer. We missen de absolute werkelijkheid van elk wezen.

Drie graden van werkelijkheid

In het onderwijs van Advaita Vedanta maken we gebruik van een model dat drie graden van werkelijkheid onderscheidt:

1. Vyāvahārika-satyam: de objectieve of empirische werkelijkheid.

Dit is hoe iedereen zichzelf kent: als een persoon met een lichaam, geest en zintuigen en een wereld die wordt waargenomen. Dit is de objectieve werkelijkheid. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Mijn lichaam heeft een bepaalde leeftijd, lengte en gewicht’, etc.

2. Prātibhāsika-satyam: de subjectieve werkelijkheid.

Onze dromen en projecties creëren een subjectieve werkelijkheid. Eén die wij alleen zien. Vaak zien we onszelf (en de wereld) niet zoals het is, maar kijken we door een bril van voorkeuren, aversies en complexen. ‘Ik ben lelijk, te dik, te dun, ik ben saai, raar, beschadigd, waardeloos’, etc. Op dit niveau kunnen we groeien door het herkennen en begrijpen van onze subjectiviteit. Dan komen we terug bij de objectieve werkelijkheid, bij de feiten van het leven. De groei ligt in het verminderen van onze subjectiviteit, zodat zelfacceptatie dichterbij komt. Zie ook het artikel over emotionele volwassenheid.

3. Pāramārthika-satyam: de absolute werkelijkheid.

Dit is onze essentie, die vrij is, onbegrensd en onaangetast. Vedanta toont ons deze werkelijkheid in een spiegel van woorden, waardoor duidelijk wordt: ‘Ik ben alles wat ik wens te zijn. Aan mij kan niets verbeterd worden. Ik ben onbegrensd bewustzijn dat het bestaan is van alles.’ In de heldere kennis van onszelf als onbegrensd en de bron van geluk, vinden we volledige zelfacceptatie.

Relatief en absoluut werkelijk

De subjectieve en objectieve werkelijkheid zijn relatief werkelijk (mithyā). Ze zijn voor hun bestaan afhankelijk van de absolute werkelijkheid, dat het bestaan van alles is. Een boom is, een hond is, hij is, zij is, ik is, de lucht, de aarde is: de ‘is’ in alles is het bestaan dat onveranderlijk en onbegrensd is. Deze absolute werkelijkheid is de basis van de andere twee graden van werkelijkheid en is er tegelijkertijd vrij van. Dit onveranderlijke, onbegrensde bestaan is de werkelijkheid van het individu. Dit maakt mij het meest significante en meest waardevolle in het leven.

Kennis van het geheel

Vedanta zegt: als je jezelf ziet vanuit enkel de subjectieve werkelijkheid of de objectieve werkelijkheid, dan doe je jezelf een groot onrecht aan. Leer jezelf kennen op alle niveaus en kijk dan nog eens of je acceptabel bent.

De Upanishads doen geen belofte dat je ooit acceptabel zult worden. De visie is: je bent al volledig acceptabel. Je hoeft niets te worden, want je bent alles wat je wenst te zijn. Een vurig verlangen om het onbegrensde zelf te ontdekken en een leraar die dit onderwijs helder kan ontvouwen, dat is wat je nodig hebt.

‘Om brahman (de onbegrensde werkelijkheid) te kennen, zou hij met twijgen in de hand enkel een leraar moeten benaderen die goed onderlegd is in de geschriften en die standvastig is in de kennis van brahman.’
– Muṇḍaka-upaniṣad 1.2.12

De visie van een wijze

Een wijs mens ziet zichzelf als volledig acceptabel; er is geen deel dat de wijze van zichzelf afwijst. Ondanks de beperkingen van het lichaam, de zintuigen en de geest, is de wijze compleet voldaan in zichzelf.

‘Iemand die tevreden is in zichzelf, met zichzelf, en die alle (bindende) verlangens die in de geest opkomen opgeeft, zo iemand wordt een persoon met standvastige kennis genoemd.’
– Bhagavad Gita 2.55

Degene die zichzelf kent op alle drie de niveaus heeft niets nodig om zekerder of gelukkiger te worden. Bindende verlangens – zo moet het gebeuren of dat mag absoluut niet gebeuren – geeft de wijze als vanzelf op. Zijn of haar hart is zo ruim dat het alle mensen en omstandigheden kan bergen, omdat er begrip is van de complexiteit van het leven en de intelligente orde die alles doordringt (Īśvara). En tegelijkertijd is er heldere kennis van de absolute vrijheid en onvergankelijkheid van het eigen zelf. De wijze ziet de complete persoon.

Wees een vriend voor jezelf

We kunnen onszelf alleen accepteren als we onszelf ontdekken als een vrij, compleet wezen. Dit is het doel van Vedanta. Dit proces begint met jezelf niet langer veroordelen. Maak geen oordeel over jezelf op basis van je lichaam, zintuigen of geest. Wees je eigen vriend; iemand die jou als geheel ziet en bewondert.  

‘Verhef jezelf met behulp van jezelf; verlaag jezelf niet. Want alleen het zelf is je vriend, en alleen het zelf is je vijand.’
– Bhagavad Gita 6.5

Het proces naar heldere zelfkennis kenmerkt zich door begrip, compassie en groothartigheid. Wees de vriend voor jezelf die je nodig hebt om jezelf te verheffen, want je hebt het recht om je eigen vrijheid toe te eigenen en volledige zelfacceptatie te vinden.


Geplaatst op 2 Reacties

Vedanta: ontspannen jezelf leren kennen

Je verlangt naar blijvend geluk, rust, stilte, liefde. Wat kun je dan doen? Alles achter je laten en naar een grot in de Himālaya’s vertrekken om daar te mediteren? Eindeloos coaching en training volgen om je persoonlijkheid te perfectioneren? Advaita Vedanta zegt: ontspan, stel je open voor het onderwijs van de Upanishads en je zult zien dat je al bent wat je wilt zijn.

Advaita Vedanta biedt ons een proces van transformerend inzicht en ontspanning. Er komt geen strijd bij kijken. Geen stress, geen hardheid naar jezelf of anderen. Geen druk om jezelf te verbeteren of te ontwikkelen. Vedanta maakt juist een eind aan het voortdurend ‘worden’, ook wel samsāra genoemd.

Samsāra kenmerkt zich door een onophoudelijk streven om zekerder en gelukkiger te worden. Dit uit zich bij iedereen steeds weer anders in kleine en grote wensen. Van de wens voor een andere haarkleur tot de wens voor een wereldreis. Dit is de voortdurende zoektocht van de mens; een leven van ‘worden’.

Je bent al wat je wilt zijn

Vedanta heeft een unieke visie op jou, namelijk: je bent al precies wat je wilt zijn. Lees ook: De zoeker is het gezochte. Je wilt vrij zijn van alle beperkingen die je denkt te hebben, zoals verdriet, onzekerheid, pijn, ziekte en onwetendheid, en dat ben je al. Daarom is het hele proces in Vedanta gericht op het wegnemen van de vergissingen over jezelf en het helder krijgen van je eigen onbegrensdheid en vrijheid. Hiervoor hoef je niets te veranderen aan jezelf of je leven.

‘Als we denken dat we daadwerkelijk iets moeten bereiken, verkrijgen of ervaren, dan is onze zoektocht eindeloos. Want iets bereiken kan alleen gaan over iets dat begrensd is. Bij elk bereiken, verkrijgen of ervaren is er een ik aanwezig die iets bereikt, verkrijgt of ervaart. In zo’n situatie blijft er zowel een subject als object aanwezig. En zij begrenzen elkaar. Iets bereiken, verkrijgen of ervaren is altijd begrensd in tijd, plaats en eigenschappen. Terwijl de Upanishad ons het onbegrensde wil laten ontdekken. Dat wat onbegrensd is in tijd, plaats en eigenschappen. Dat betekent: het moet er altijd zijn, het moet overal zijn en het moet alles zijn.’ – uit Sleutel tot de Upanishads

Als het waar is wat de Upanishads en andere Vedanta-geschriften onthullen, als onze essentie onbegrensd is, dan zijn we dus al vrij van alle beperkingen. En hoeven we niets te doen, te veranderen of te ervaren. Het enige wat nodig is, is het wegnemen van de onwetendheid en vergissingen over onszelf.

Je bent een bewust wezen

Het is heel gebruikelijk om jezelf te zien als het lichaam, de geest en zintuigen en de beperkingen hiervan als je eigen beperkingen te zien. Als het lichaam ziek is, ben ik ziek. Als de geest verdriet toont, ben ik verdrietig. Als de oren achteruitgaan, ben ik slechthorend. Maar wat gebruikelijk is, hoeft nog niet waar te zijn.

Vedanta zegt: jij bent je bewust van dit alles. Jij bent een bewust wezen dat zich bewust is van het lichaam-geest-zintuigencomplex en de wereld. Jij bent dit bewuste wezen en niet de dingen waarvan je je bewust bent. De kenner verschilt van het gekende. Deze en andere onderzoeksmethodes schijnen licht op jou, het bewuste wezen, zodat je gaat zien dat je bewustzijn bent; onbegrensd en vrij.

Ontspannen door inzicht

Hoe meer we hiervan begrijpen, hoe meer we ontspannen. Want wat is ontspannen zijn? Is dat niet simpelweg jezelf zijn?

In een moment van ontspanning ben je even niet geïdentificeerd met de rollen die je dagelijks speelt, zoals ouder, kind, werkgever, werknemer, vriend, etc. Al deze rollen hebben zo hun problemen, maar in een moment van ontspanning zie je jezelf los van de rollen, als de basis-ik; een eenvoudig bewust wezen.

Hoe meer je vertrouwd raakt met jezelf als een eenvoudig bewust wezen, hoe meer je ontspant in het dagelijks leven en hoe makkelijker het wordt de inzichten van Vedanta te begrijpen, die gaan over de aard en essentie van dit bewuste wezen. Het werkt dus twee kanten op: de inzichten van Vedanta leiden tot ontspanning, omdat je jouw vrijheid gaat zien; en tegelijkertijd helpt ontspannen zijn bij het assimileren van deze kennis.

Ontspannen door meditatie

Zo bezien is er wel iets wat je kunt doen, naast het regelmatig luisteren naar het onderwijs van Vedanta, namelijk: ontspannen. Niet door jezelf te verdoven of te vluchten in tal van activiteiten, maar door de tijd te nemen om terug te keren naar jezelf als een eenvoudig bewust wezen. Bijvoorbeeld door een stille wandeling in de natuur te maken, naar mooie muziek te luisteren, yoga te beoefenen of te mediteren.

In de Bhagavad Gita geeft Heer Krishna in vers 5.27 een aantal voorbereidende stappen voor meditatie, waaronder ‘sparśān kṛtvā bahir bāhyān’ – het extern houden van de externe wereld. Deze stap vormt ook een ontspanningsmeditatie op zich. Nu vraag je je misschien af waarom, want de buitenwereld is al buiten. Dat klopt, en toch ook niet. De mensen waar we een nauwe relatie mee hebben, zijn vaak ook in onze geest aanwezig als een bron van frustratie of zorgen. Als we willen dat mensen anders zijn, dan creëert dat spanning; er is weerstand tegen de feiten. Met een drukke binnenwereld vol mensen die voor onrust zorgen, kun je niet op je gemak zijn.

Om te ontspannen kunnen we bewust de buitenwereld buiten houden door iedereen de vrijheid te geven om te zijn wie hij of zij is. Zo laten we de weerstand los.

De kern van deze meditatie is:

Hoe meer ik anderen de vrijheid geef om te zijn zoals ze (in mijn ogen) zijn, hoe vrijer ik ben.

Meditatie: de buitenwereld buiten houden

Neem plaats op een rustige plek en sluit je ogen. Denk aan een natuurlijke omgeving; een gebergte, een groene vallei, een rivier, paarden, een blauwe lucht. Hoe sta je in relatie tot deze natuur? Je wilt niet dat de bergen hoger zijn, het gras groener of de lucht blauwer. Je wilt niet dat het anders is dan het is. Je neemt de bergen zoals ze zijn, de lucht zoals hij is. Je bent een simpel bewust wezen, een ontspannen, tevreden persoon. Je kunt dezelfde persoon zijn in relatie tot de mensen in je directe omgeving.

Visualiseer deze mensen een voor een. Je moeder, je vader, je kinderen, je partner, vrienden, collega’s. En zeg voor jezelf: ‘Dit is hoe hij/zij is, was, in mijn ogen. Ik geef je de vrijheid om te zijn wie je bent.’  

We kunnen anderen niet veranderen; iedereen heeft zijn eigen achtergrond, mogelijkheden en beperkingen. Soms willen we wel, maar kunnen we niet veranderen. Dit valt allemaal binnen de psychologische orde, en is dus in orde.

Vrijheid ontdekken

Samengevat bieden de Upanishads en de Bhagavad Gita ons de tools en inzichten om onze vrijheid op een ontspannen manier te ontdekken. Daar is geen ‘worden’, geen strijd, geen stress bij betrokken. Het proces van je eigen vrijheid ontdekken kenmerkt zich van begin tot eind door ontspanning.


Verder lezen? Deze artikelen gaan ook over innerlijke groei:

Geplaatst op Geef een reactie

Een groter perspectief

Advaita Vedanta biedt ons een grotere kijk op het leven. Een perspectief waardoor ons leven van betekenis wordt en waardoor vervreemding plaatsmaakt voor verbondenheid. Advaita Vedanta laat ons zien hoe we als individu verbonden zijn met het geheel, met Ishvara (God).

Ik gebruik in dit artikel het Sanskrietwoord Īśvara en niet God, omdat het woord God voor veel mensen geassocieerd is met het beeld van een oude man in de hemel die straffen uitdeelt. De Veda’s geven ons een compleet andere kijk op God.

De Upanishads, de teksten aan het einde van de Veda’s, geven aan: er is niet één God, er zijn niet vele goden, er is enkel God (Ishvara).

De Īshāvāsya-upanishad zegt:

ishāvāsyam idam sarvam
‘Alles wat er is, is Ishvara; moge je het als zodanig beschouwen’

Veel mensen ervaren in meer of mindere mate een gebrek aan verbinding met andere mensen en de natuur. Als we de aard van Ishvara begrijpen en ontdekken dat we onlosmakelijk verbonden zijn met het geheel, verandert dat de relatie met alles om ons heen. Dan maakt vervreemding plaats voor verbinding. Dit beschrijft Swami Dayananda uitgebreid in het boekje Ishvara in je leven.

De Vedische visie op God (Ishvara)

De Upanishads ontvouwen dat alles Ishvara is. Tijd en ruimte, en alles binnen tijd en ruimte, is Ishvara. Vuur, lucht, water en aarde en alles wat uit deze elementen is voortgekomen, waaronder ons lichaam, onze geest en zintuigen, is Ishvara. Er is niets buiten Ishvara.

Ishvara wordt gedefinieerd als dat waaruit de wereld voortkomt en waar de wereld weer in terugkeert (o.a. Taittirīya-upanishad). Dat betekent dat Ishvara niet alleen de maker of schepper van de wereld is, maar ook het materiaal waar de wereld van gemaakt is. Ishvara is gemanifesteerd in de vorm van deze wereld.

Swami Dayananda in Ishvara in je leven:
‘De Vedische geschriften geven aan dat Ishvara niet alleen de maker is, maar ook het materiaal. Dit is een heel belangrijk feit dat we dienen te begrijpen. Dan kunnen we gaan ontdekken dat Vedānta de oplossing is voor alle problemen van de mens, met name het probleem van vervreemding, de enorme milieuschade die we veroorzaken, het gebrek aan respect, enzovoorts. Al deze problemen kunnen wellicht een blijvende oplossing vinden in dit begrip.’

Ishvara creëert de wereld uit zichzelf, zoals een spin

Als wij denken aan een creatie, zoals een pot van klei, dan verschilt de maker van het materiaal. De pot is gemaakt door een pottenbakker en de klei staat los van die pottenbakker. Als je de pot koopt en mee naar huis neemt, dan neem je niet ook de pottenbakker mee naar huis! De maker en het materiaal zijn verschillend.

Maar als we het hebben over de creatie van het totaal, alles, inclusief ruimte en tijd, dan kan de Maker het materiaal enkel uit zichzelf halen. Want er is geen plaats in ruimte buiten Ishvara waar het materiaal vandaan gehaald kan worden, want ruimte is onderdeel van de creatie. Dus Ishvara is de maker en het materiaal van het universum. Maker en materiaal zijn identiek.

De Upanishads geven ons een model om dit te assimileren; dat van de spin en zijn draad. 

yathā ūrṇanābhiḥ sṛjate gṛhṇate ca
‘Zoals de spin vanuit zichzelf creëert en alles weer in zichzelf terugneemt’
– Muṇḍaka-upaniṣad 1.1.7

De spin is de maker en ook de materiële oorzaak, want hij heeft niet ergens buiten zijn lichaam materiaal vandaan gehaald om de draad van te maken. Vanuit zijn eigen standpunt – vanuit het standpunt van het intelligente, bewuste wezen – is hij de maker, de intelligente oorzaak van de draad. Vanuit het standpunt van het materiaal, dat hij produceert uit zijn eigen lichaam, wordt hij de materiële oorzaak. De maker en het materiaal zijn identiek in het geval van de spin. Zo ook is deze gehele wereld voortgekomen uit Ishvara, die de maker en het materiaal is van de wereld.

De maker van alles is alle kennis

De definitie van Ishvara door de Upanishads gaat nog verder. Hiervoor gaan we terug naar de creatie van een pot. De pottenbakker moet de kennis bezitten van wat een pot is en hoe hij gemaakt moet worden. Zonder deze kennis kan iemand geen pot maken. De pot-maker is dus een pot-kenner. Een brood-maker is een brood-kenner. Zo is Ishvara, als maker van alles, de kenner van alles (sarvajña). Ishvara is alle kennis. En kennis verblijft altijd in een bewust wezen.

Ishvara is een bewust wezen met alle kennis, dat zich manifesteert als deze wereld vol verscheidenheid.

Dit klinkt waarschijnlijk nog erg abstract. We kunnen ons geen voorstelling maken van een wezen dat alle kennis is. Dat gaat ons beperkte intellect te boven. Maar we kunnen ons wel gewaar worden van Ishvara als de intelligente orde die alles in ons leven doordringt. Ons hart klopt vanwege de biologische orde. We kunnen deze woorden lezen en begrijpen vanwege de cognitieve orde. En als we boos of verdrietig zijn, dan gebeurt dat in lijn met de psychologische orde.

Ishvara herkennen als orde

Zowel de mogelijkheden als onmogelijkheden onthullen Ishvara. Het is onmogelijk om de letter ‘a’ te zeggen terwijl je je lippen tuit (probeer maar eens 😊). Deze onmogelijkheid onthult een orde, een wetmatigheid. En dat je wel de letter ‘oe’ kunt zeggen als je je lippen tuit, is ook vanwege een orde. Het is gegeven. En wat gegeven is, staat niet los van de Gever, Ishvara.

Dat iemand wil veranderen, maar niet kan veranderen, is ook in orde. Dat iemand op een ander gebied wel kan veranderen en emotioneel kan groeien, toont ook de orde van Ishvara. Zo kunnen we voortdurend Isvhara in ons gewaarzijn brengen, op elk vlak van ons leven. Dit heeft tot gevolg dat we kunnen ontspannen onder de hoede van Ishvara. Want we kunnen vertrouwen op de intelligente orde die alles doordringt.

Je bent nooit bij Ishvara vandaan

Uit Ishvara in je leven:
‘Alles waar je je gewaar van bent is Ishvara; dat betekent dat je kunt ontspannen. In het gewaarzijn van Ishvara ontspan je. Je kunt de orde vertrouwen, want de orde is onfeilbaar. Ik zeg niet dat God onfeilbaar is. Ik zeg dat de onfeilbare orde God is. Dit verschil moet begrepen worden. Ishvara is gemanifesteerd in de vorm van orde. Die orde is onfeilbaar, daarom heet het ook orde; je kunt het veralgemeniseren en begrijpen. Met die kennis kun je je conformeren aan de wetten en gebruik van ze maken. Je kunt in deze wereld een gepaste positie innemen zonder schade aan te richten.

Als voor jou het onfeilbare God is, dan is er geen wantrouwen mogelijk. Het onfeilbare kan niet gewantrouwd worden. Het onfeilbare is heel duidelijk aanwezig in anatomie, in fysiologie, biologie, psychologie, epistemologie, in dharma en in alles. Dus je bent nooit bij Ishvara vandaan, noch in tijd, noch in ruimte. Jouw cognitieve verandering over wat Ishvara is, helpt je om te zien dat het onfeilbare Ishvara is. Je kunt ontspannen. Dit is hoe je Ishvara in je leven brengt.’

Er is enkel Ishvara

Boek Ishvara in je leven

Wanneer we Ishvara in alles ontdekken, verdwijnen gevoelens van vervreemding, wantrouwen en onzekerheid. Onze kijk op onszelf en onze relatie met de wereld verandert fundamenteel. En uiteindelijk wordt het verschil tussen ik, de wereld en Ishvara zo dun, dat de weg vrij is naar het begrijpen van de absolute eenheid. Er is enkel één essentie, en dat Ene geheel, dat ben ik.

Voor een verdere verdieping raad ik het prachtige boekje Ishvara in je leven van Swami Dayananda aan.

Geplaatst op Geef een reactie

Advaita Vedanta-meditatie

Tempel in Rishikesh India

Wat is Advaita Vedanta-meditatie? Welke vormen van Vedanta-meditatie zijn er? Wat is het doel van meditatie voor een Vedanta-student? Wie is de mediteerder? Al deze vragen komen aan bod in dit artikel.

Maar eerst bij het begin beginnen: wat is het doel van Advaita Vedanta? Dat is zelfkennis. De heldere, standvastige kennis ‘ik ben brahman, het onbegrensde bewustzijn, dat de oorzaak is van de wereld’. Deze kennis staat gelijk aan mokṣa, bevrijding van elk gevoel van beperking. Vedanta geeft vrijheid. Vrijheid van alles waar je niet aan gebonden wilt zijn, maar denkt wel aan gebonden te zijn, zoals verdriet, onzekerheid en de dood.

Bij het verkrijgen van deze kennis speelt meditatie (dhyānam) een belangrijke rol. We onderscheiden in Vedanta twee soorten meditatie:

  • Voorbereidende meditatie om je geest geschikt te maken voor de kennis van Vedanta.
  • Contemplatie op de verkregen kennis.

Vedanta-meditatie 1: voorbereidende meditatie

De traditionele definitie van het eerste type meditatie is saguṇa-brahma-viṣaya-mānasa-vyāpāraḥ – mentale activiteit gericht op Īśvara. Deze vorm van meditatie vergt begrip van wat Īśvara (God) is. Īśvara is de oorzaak van het gehele universum, degene die het universum in stand houdt en weer terugneemt in zichzelf. Alles wat we kennen en niet kennen; alles in dit universum is doordrongen van Īśvara. Īśvara is het bestaan en bewustzijn van alles wat leeft en de intelligente orde en wetten waardoor alles functioneert zoals het functioneert. Op alle niveaus in mijn leven ben ik dus verbonden met Īśvara, of ik dat nu wel of niet besef. In eerdere artikelen ben ik hier uitgebreider op ingegaan, zie bijvoorbeeld ‘Non-dualiteit en God’.

Hoewel er enkel Īśvara is, zie ik mezelf als een individu. Ik identificeer me met mijn lichaam, geest en zintuigen. Als individu sta ik in relatie tot Īśvara zoals een golf in relatie staat tot de oceaan. Het onderwijs van Vedanta is erop gericht mij te helpen zien dat ik gelijk ben aan Īśvara. Ik, het individu, en Īśvara, het totaal, zijn beiden brahman: één onbegrensd bewustzijn. Zoals de golf en oceaan beiden water zijn. Maar zoals bij het verkrijgen van elk soort kennis, is er enige voorbereiding nodig. Een kind kan nog geen wiskundige sommen maken, want het moet eerst nog leren rekenen. Zo is er ook een innerlijke voorbereiding nodig voor Vedanta. Daar is dit eerste type meditatie op gericht.

Vedanta-meditatie voor een heldere, kalme geest

Voor het begrijpen van de visie van Vedanta heb je een kalme, alerte geest nodig en een zekere ontspanning door zelfacceptatie. Meditatie is hiervoor een van de middelen. Geleidelijk ontwikkel je door meditatie meer beheersing over je geest en ben je in staat langere tijd geconcentreerd te luisteren naar het onderwijs van Vedanta.

De andere middelen die de Bhagavad Gita en de Upanishads ons aanreiken zijn onder andere het cultiveren van universele waarden zoals ahimsa (niet-kwetsen) en het verminderen van onze subjectiviteit. Meer hierover kun je lezen in het boek De Waarde van Waarden van Swami Dayananda.

De geest is van nature rusteloos

In de Bhagavad Gita zegt Arjuna:

‘O Krishna, de geest is zo wispelturig. Hij is een krachtige, volhardende onruststoker.
De geest is zo moeilijk te bedwingen als de wind.’
– Bhagavad Gita 6.34

Waarop Krishna antwoordt:

‘Zonder twijfel, Arjuna, is de geest wispelturig en moeilijk te beheersen.
Maar door herhaaldelijke oefening en objectiviteit komt hij onder controle.’
– Bhagavad Gita 6.35


Meer Bhagavad Gita quotes over meditatie

De geest is altijd bezig en van nature rusteloos. Gedachtevormen (vṛtti’s) wisselen elkaar snel af, zodat we een vloeiend beeld krijgen van de buitenwereld. Net zoals een film uit snel op elkaar volgende stilstaande beelden bestaat. Beweging in de geest is dus heel natuurlijk. Wat we met meditatie willen bereiken is een zekere mate van zeggenschap over de geest. Dat je kunt kiezen waar je jouw geest voor langere tijd op richt. Dat je geest beschikbaar is als instrument om te gebruiken, zoals je handen en voeten dat voor je zijn.

Met meditatie train je dit vermogen. Je geeft je geest een betekenisvolle, bewuste bezigheid. Dat kan om te beginnen het waarnemen van je ademhaling zijn. Voel de ontspannen adem bij je neusvleugels naar binnen en naar buiten gaan. Zodra je geest afgeleid raakt, keer je weer terug naar het voelen van de adem bij je neus. Zo train je het vermogen om je geest richting te geven en ontwikkel je concentratievermogen. Dit is een eenvoudige, maar effectieve meditatie om meer beheersing over je geest te krijgen.

Japa – mediteren met een mantra

Advaita Vedanta-meditatie heeft een extra dimensie; je verbindt je bewust met Īśvara. De bekendste vorm is japa, mantrameditatie. Je herhaalt hierbij mentaal een mantra zoals ‘om namaśśivāya’ – mijn eerbiedige begroeting aan Shiva (Īśvara). Zo ontwikkel je niet alleen meer beheersing over je geest, maar versterk je ook je gewaarzijn van Īśvara in je leven. En hoe meer Īśvara in je leven, hoe minder zorgen, bindende verlangens en frustratie. Kortom, je ontwikkelt een tevreden, kalme geest, wat nodig is voor de studie van Vedanta.

Omdat je in meditatie kiest voor een bewuste bezigheid – het voelen van de adem of het herhalen van een mantra – ontstaat er zoiets als ‘afleiding’ en kun je je geest trainen om terug te keren naar het onderwerp van aandacht. Van nature zal de geest afdwalen, maar het doel van meditatie is om hem weer terug te brengen.

Leren mediteren

Voordat je begint met mediteren is het van belang eerst te ontspannen en vertrouwd te raken met de mediteerder. De mediteerder is de basis-ik. Dat wil zeggen, de ‘ik’ los van alle rollen, zoals vader/moeder, vriend/vriendin, zoon/dochter, werknemer/werkgever. Jij, als een simpel bewust wezen.

Dit alles kun je leren in deze meditaties van Swami Dayananda, te beluisteren op het YouTube-kanaal van de Arsha Vidya Gurukulam in de Verenigde Staten. Mediteren is ook een onderdeel van onze Advaita Vedanta-lessen, zie Advaita.nl

Vedanta-meditatie 2: contemplatie

Het tweede type Vedanta-meditatie is bedoeld voor degenen die helder begrijpen: ‘ik ben brahman, onbegrensd bestaan-bewustzijn’. Zij hebben deze kennis verkregen door langere tijd systematisch Advaita Vedanta-onderwijs te volgen.

De Upanishads geven aan dat het leerproces uit drie onderdelen bestaat:

  • Śravaṇam – met een onderzoekende, open houding veelvuldig luisteren naar de woorden van Vedanta (Upanishads en Bhagavad Gita), ontvouwd door een bekwame leraar.
  • Mananam – met behulp van logica alle twijfels oplossen onder begeleiding van een leraar.
  • Nididhyāsanam – zelfstandige contemplatie op de verkregen visie. 

Nididhyāsanam, contemplatie, is een vorm van meditatie, bedoeld voor als het zelf heel helder wordt gekend, maar de student de kennis steeds lijkt kwijt te raken. Oude gedragspatronen, gewoontedenken en onbewuste spanningen kunnen de geest overnemen, waardoor iemand nog niet ten volle kan genieten van de verkregen kennis.

De definitie van contemplatie is: nirguṇa-brahma-viṣaya-mānasa-vyāpāraḥ – mentale activiteit gericht op brahman, het onbegrensde. Hierbij contempleer je op bepaalde woorden of zinnen, waarvan de betekenis ‘ik ben brahman’ is. Zoals: ‘aham pūrṇaḥ – ik ben het geheel’ en ‘aham saccidānanda-svarūpaḥ – mijn essentie is bestaan-bewustzijn-onbegrensdheid’. De betekenis van de woorden zijn direct helder voor de contempleerder, zonder erover na te denken. Door op deze manier langdurig in de kennis te verblijven, worden emotionele obstakels en oude denkpatronen opgeruimd. In deze Vedanta-meditatie is er dus geen verschil meer tussen de mediteerder en het object van meditatie. Je contempleert op de waarheid van je eigen zelf.

Tot slot een mooie quote over contemplatie uit het boek ‘De essentie van de Bhagavad Gita’ van Swami Dayananda:

‘Laat de geest verblijven in de waarheid die je hebt ontdekt. Je weet dat je compleet geluk bent, volheid, bewustzijn, vrijheid, zonder handeling, bewegingsloos, totale vrede, totale stilte. Die bewegingsloze, vormloze, gedaanteloze stilte ben jij. Laat je geest zich bewust zijn van dit feit. Erken dat je bewustzijn, stilte bent – gedaanteloze, vormloze stilte.

Ik hoop dat dit artikel je meer inzicht heeft gegeven in Vedanta-meditatie. Heb je vragen of wil je meer weten? Neem contact op of laat hieronder een opmerking achter.

Geplaatst op Geef een reactie

Non-dualiteit en God

Als je jezelf wilt kennen als het Ene, het onbegrensde, is God dan van belang? Gaan God en non-dualiteit wel samen? In klassieke Advaita Vedanta neemt God (Īśvara) een belangrijke plek in. In dit artikel zal ik proberen uit te leggen waarom. 

1. Zelfkennis is afkomstig van Ishvara

Vedanta maakt deel uit van de Veda’s, de geschriften die vorm geven aan de religieuze cultuur van de hindoes.  Aan de basis van deze cultuur ligt de visie dat alles Ishvara (God) is, alles is heilig. Vraag een willekeurige Indiër waar Shiva is en je zult een vragende blik terugkrijgen. ‘Waar? Shiva is overal!’ Zoals veel westerlingen zijn opgegroeid met het idee dat God in de hemel is, zo is het voor hindoes in India vanzelfsprekend dat alles God is. Dat is hun levensovertuiging, met als bron de Veda’s.

De Veda’s zijn een grote bundel verzamelde teksten en mantra’s die duizenden jaren van generatie op generatie mondeling zijn overgedragen en uiteindelijk zijn opgeschreven. Ze bevatten kennis over rituelen en hun resultaten, gebeden, meditaties en zelfkennis. Vedanta is de zelfkennis die we vinden aan het einde van elk van de vier Veda’s, vandaar de naam Veda-anta, ‘einde (anta) van de Veda’. Een andere naam voor deze zelfkennis is Upanishad.

De Veda’s worden beschouwd als geopenbaarde kennis, afkomstig van Ishvara. Ze hebben geen auteur. Net zoals niemand de bedenker is van de kennis van natuurkundige wetten, zo is niemand de bedenker van de spirituele kennis in de Veda’s. De rishi’s (zieners) hebben de Veda-mantra’s gezien, niet bedacht. Deze kennis maakt onlosmakelijk deel uit van het universum.

Ishvara is de eerste leraar
De traditie beschouwt Vedanta of de Upanishads dus net als de rest van de Veda’s als afkomstig van Ishvara. In de Kaivalya-upanishad wordt Ashvalāyana onderwezen in zelfkennis door Brahmāji, de God van creatie; dat wil zeggen het aspect van Ishvara dat zorgt voor de manifestatie van het universum. En in de Katha-upanishad wordt de jonge Naciketas onderwezen door Yama, de God van de dood. Zo maken de Upanishads duidelijk dat deze kennis niet door jou of mij is uitgedokterd, maar rechtstreeks van Ishvara komt.

Ishvara is de eerste Vedanta-leraar, net zoals Ishvara de eerste vader en moeder is. Op deze manier is het onderwijs van Advaita Vedanta verbonden met Ishvara. De huidige Vedanta-leraren zijn schakels in de duizenden jaren oude, ononderbroken lijn van leraren en leerlingen, die helemaal teruggaat tot aan de rishi’s en Ishvara.

2. Vedanta zegt: jij bent God

De tweede reden waarom Advaita Vedanta niet zonder Ishvara kan bestaan, heeft alles te maken met de kennis zelf. Het onderwijs is gericht op het begrijpen van de zin: ‘tat tvam asi’ (Chandogya-upanishad). Wat betekent: ‘Dat (Ishvara) ben jij’; jij bent God.

Ishvara is één helft van deze gelijkstelling, die de kern van de Upanishads is. Zonder Ishvara is het onderwijs onvolledig. Zowel de waarheid van ‘dat’ (Ishvara, het geheel) als van ‘jij’ (het individu) wordt helder ontvouwd in Advaita Vedanta, zodat hun gelijkheid, hun eenheid zichtbaar wordt. Met alleen de waarheid van ‘jij’, als individu, ben je er nog niet. Mezelf zien als bewustzijn, als iets dat onafhankelijk bestaat van de wereld, kan leiden tot dissociatie of vervreemding van de wereld, wat geestelijk ongezond is. En ‘ik ben bewustzijn’ is ook niet het volledige onderwijs van Vedanta. Het is pas volledig als niets is buitengesloten. De wereld, inclusief de maker van de wereld, moeten deel uitmaken van de visie. Alleen dan is er non-dualiteit, één onbegrensde werkelijkheid.

Ishvara is in de vorm van orde
Hoe kunnen we Ishvara begrijpen in het licht van Advaita Vedanta? Ishvara is een Sanskrietwoord en betekent: dat wat altijd regeert, beschermt. Het is een naam voor de wetten en de intelligente orde die we in alles vinden. Bekijk een willekeurig deel van je lichaam, bijvoorbeeld het hart. Het blijft vanzelf kloppen, vanwege een bepaalde orde. Zo ook zitten je hersenen, longen en het maagdarmstelsel intelligent in elkaar. Het hele lichaam is een samenspel van vele ordes die samen één grote orde vormen, waardoor het lichaam leeft. Artsen bestuderen deze orde.

Psychologen bestuderen de emotionele en cognitieve orde van de mens. Natuurkundigen bestuderen de natuurkrachten, zoals de zwaartekracht. Al deze wetenschappers ontdekken de kennis die al aanwezig is in de wereld. Ze creëren geen nieuwe kennis. En in hun onderzoek gaan ze daarbij uit van de onfeilbaarheid van de natuur. Ze zoeken naar de orde der dingen.

De Veda’s geven aan dat er ook een orde van dharma en karma is, die kort gezegd neerkomt op de wet: wat je zaait zul je oogsten. Al deze wetten en natuurlijke ordes vormen samen één onvoorstelbaar grote orde. Die orde is Ishvara; dat wat regeert.  

Alles is God
Waar is Ishvara dan? Overal om ons heen en in ons. Alles is Ishvara.

De Isha-upanishad begint met:

īśā vāsyam idagṁ sarvaṁ… (1)

‘Dit alles, alles dat beweegt in deze wereld, dient bedekt te worden met Ishvara.’

Bedekken wil zeggen: we moeten dit gaan begrijpen. In onze visie moet het duidelijk zijn dat alles wat we kennen en niet kennen, alles in dit universum, Ishvara is. Inclusief ons ‘eigen’ lichaam. Alles waarvan we denken dat het van ons is, blijkt bij nader onderzoek toe te behoren aan Ishvara.

Uit het boek De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

‘Over niets in de schepping kun je autoriteit claimen. Als je niet de maker bent, kun je niet de eigenaar zijn; de schepper is de eigenaar. Je kunt niet zeggen dat je een grote handelsonderneming hebt gecreëerd. Om dat te doen, moet je eerst bestaan, maar je hebt je eigen lichaam niet gecreëerd. Je bedrijfspand staat op een stuk grond dat je niet gecreëerd hebt. Het gebouw dat je daar hebt, heb jij niet gemaakt. De natuurwetten zijn verantwoordelijk voor het gebouw en de materialen waaruit het gebouw is opgebouwd zijn uit de schepping geput. De baksteen is niet jouw creatie; hij is mogelijk gemaakt door de Heer die de klei leverde. Wat is nu precies jouw creatie? Je kunt je helemaal niets toe-eigenen. Eigenaarschap is slechts een idee.’

3. De rol van Ishvara in emotionele groei

Alles is gegeven. We hebben niets zelf gecreëerd. En de Gever van dit alles, ís alles. Dit begrip dat alles Ishvara is, maakt je kalm, dankbaar en objectief. En het geeft je een gezonde eigenwaarde. Dit is de derde belangrijke plek die Ishvara inneemt binnen het onderwijs van Advaita Vedanta. Het herkennen van je alomvattende verbinding met Ishvara zorgt ervoor dat je rijp wordt voor het onderwijs van Vedanta.

Ishvara als supertherapeut
Met dit begrip van Ishvara kun je zeggen: ik ben volledig in orde, elk vleugje emotie, elke ‘vreemde’ neiging; het is allemaal in orde. Niets valt buiten de orde van Ishvara. Om emotioneel volwassen te worden heb je deze validatie nodig (zie ook het artikel Emotionele volwassenheid verandert je leven).

‘Ishvara is als een supertherapeut’, zei vooraanstaand Vedanta-leraar Swami Dayananda. Therapie bestaat in de kern uit validatie. De therapeut zegt dat je gevoelens en neigingen normaal zijn en zet deze in een breder perspectief. Maar de validatie van de therapeut is niet volledig. De therapeut is ook maar een mens; hij of zij kan zich vergissen. Maar in je begrip van Ishvara vind je die complete validatie wel, wetende dat alles verloopt volgens de feilloze, universele wetten en orde die gegeven zijn. Iedereen is volledig in orde in de ogen van Ishvara. Dit is kennis en blijft dus altijd van kracht, wat anderen ook over je zeggen.

Een onlosmakelijke verbondenheid
Door je begrip van Ishvara kun je ontspannen. Alles is immers in orde. En misschien ontdek je zelfs devotie. Door deze kennis kan er een natuurlijke bewondering, respect en liefde voor de Gever ontstaan. Dit alles zorgt voor een kalme, contemplatieve geest.

Zeggen dat je niets met God hebt, is eigenlijk zoiets als zeggen dat je niets met de natuur hebt. Je ademt natuur, je loopt op de natuur, je eet en drinkt natuur. Zo ook is Ishvara op alle niveaus in je leven aanwezig. Als individu sta je voortdurend in relatie tot Ishvara, waar is Ishvara niet? Ruimte, tijd, lucht, vuur, water, aarde en alles wat uit de elementen is voortgekomen is Ishvara. Dit is de Vedische visie op God en dit zien we ook volop terugkomen in de Vedische cultuur, waarin alles heilig wordt beschouwd. Geld wordt vereerd als de godin Lakshmi. Kennis, muziek en kunst als de godin Sarasvati. Het eigen lichaam is een tempel voor de jiva (ziel) die van lichaam naar lichaam reist. De Vedische cultuur is zeer diepzinnig.

Gaan God en advaita samen?

Boek Ishvara in je leven
Leestip

Terug naar de vraag in de introductie van dit artikel: gaan God en non-dualiteit samen? Wel als de Vedische visie op God helder is. Deze visie geeft je de geestelijke voorbereiding voor het begrijpen van het uiteindelijke onderwijs van de Upanishads: ‘jij bent Ishvara.’ Door het gewaarzijn van Ishvara in je leven word je kalm en contemplatief. Dan kan het systematische onderwijs van Advaita Vedanta je beperkende overtuigingen over jezelf wegnemen, zodat je zult herkennen dat er in werkelijkheid geen verschil is tussen Ishvara en jou.

De essentie van Ishvara is gelijk aan de essentie van ‘ik’: beiden zijn één onbegrensd bestaan-bewustzijn. De verschillen tussen het individu en Ishvara, het geheel, zijn slechts schijnbaar (mithya). Daarmee is de kennis volledig. Het resultaat is vrijheid van elk gebrek en een leven waarin je kunt genieten van de wereld. Want alles is gegeven en alles is in orde.

Dit artikel heeft hopelijk meer inzicht gegeven in klassieke Advaita Vedanta.

Over Advaita Vedanta

Advaita Vedanta is een duizenden jaren oude onderwijstraditie die teruggaat tot aan de rishi’s, de zieners van de Upanishad mantra’s. De rishi’s hebben de mantra’s en hun betekenis mondeling doorgegeven en de onderwijstraditie geïnitieerd. Veel later pas zijn de Sanskrietmantra’s opgeschreven en rond het jaar 800 door de vooraanstaande Adi Shankaracharya becommentarieerd. Dankzij een ononderbroken lijn van leraren en leerlingen, waaronder Shankaracharya en Swami Dayananda (1930-2015), is deze onderwijstraditie nog altijd springlevend.

Geplaatst op Geef een reactie

Emotionele volwassenheid verandert je leven

‘Om echt te beginnen met mijn leven te leven, moet ik eerst een compleet mens zijn. Compleet in de zin van emotioneel volwassen.’ Dit is een citaat uit het boek ‘Emotioneel Volwassen’ van de zeer gerespecteerde Advaita Vedanta-leraar Swami Dayananda. Aan de hand van verzen uit de Bhagavad Gita bespreekt hij in dit boek de psychologie van de mens en de diepzinnige visie van Advaita Vedanta op het leven. Wanneer ben je emotioneel volwassen? Wat is daarvoor nodig? En wat verandert er dan in je leven?

Voor lichamelijke volwassenheid hoeft niemand iets speciaals te doen. Fysiek volwassen word je vanzelf, zolang je maar in leven blijft. Maar emotioneel volwassen word je niet vanzelf. Je blijft vanbinnen een kind als je je niet inspant om te groeien. Iemand van veertig, vijftig of zelfs tachtig kan nog steeds met de blik van een onzeker kind naar de wereld kijken. Het innerlijke kind lijkt de persoon in zijn greep te hebben en zijn gedrag te beïnvloeden.

Het innerlijk kind begrijpen

In de kindertijd maakt iedereen onplezierige dingen mee. Een kind kan gebeurtenissen nog niet in een groter perspectief plaatsen en betrekt de dingen snel op zichzelf. Als vader en moeder ruzie maken, zal het kind bijvoorbeeld denken dat het zijn schuld is. Niemand ontkomt aan deze waarneming van het kind en de bijbehorende emoties. Deze pijnlijke herinneringen, opgeslagen in het onbewuste, zorgen voor emotionele reacties in het leven van de volwassene.

Gevoelens van onzekerheid, pijn en schuld afkomstig uit de kindertijd blijven het hele leven de kop opsteken, tenzij je er aandacht aan schenkt. Om emotioneel volwassen te worden is het nodig het hele proces te begrijpen, de orde ervan te zien, en wat er gebeurt is te erkennen en te accepteren als een gegeven. Je emotionele problemen op deze manier benaderen is een vorm van emotionele volwassenheid. Het is een volwassen manier van kijken naar jezelf.

De wereld begrijpen

Hoe je naar de wereld kijkt zegt ook iets over je emotionele volwassenheid. Denken dat je de wereld naar je hand kunt zetten is onvolwassen. Je kunt handelen in de wereld, maar je hebt geen controle over de wereld.

De Bhagavad Gita zegt:

karmaṇyevādhikāraste mā phaleṣu kadācana
mā karmaphalaheturbhūrmā te saṅgo’stvakarmaṇi


‘Je hebt alleen keus in je handelingen, maar beslist niet in de resultaten. Beschouw jezelf niet als de schepper van de resultaten van je handelingen; wees evenmin gehecht aan inactiviteit.’

– Bhagavad Gita 2.47

Waar heb je nou echt controle over? Je hebt keuze in hoe je een handeling uitvoert, maar je hebt geen keuze in het resultaat. Resultaten zijn afhankelijk van vele factoren, bekende en onbekende. Je hebt er geen controle over. Je kunt situaties wel aanvaarden en proberen te begrijpen. En vervolgens kun je andere keuzes maken.

Je hebt het vermogen om iets te doen, om te begrijpen, te organiseren, te herorganiseren, te creëren. Met die capaciteiten doe je je best. En als het resultaat komt, aanvaard de gegeven situatie dan en doe wat nodig is. Dit is emotionele volwassenheid.

God begrijpen

Als je nog een stap dieper gaat en de vraag stelt ‘Waarom heb ik geen controle?’, dan kan dit leiden tot een waardering voor degene die de wereld bestuurt. God of in het Sanskriet Īśvara genoemd – ‘degene die altijd regeert’.

Het universum is een intelligente creatie. Zoom in op een willekeurig aspect en je ziet hoe intelligent het is ontworpen. Neem je eigen lichaam, zintuigen of geest. Waarom zou je deze woorden nu kunnen zien met je ogen en begrijpen met je geest? Elke waarneming, elke gedachte, elk moment vindt plaats volgens bepaalde wetten, die zijn gegeven. Het hele universum, inclusief jouw lichaam en geest, functioneert volgens wetten. Deze wetten zijn niet door jou of mij gemaakt. Ze zijn gegeven. Het erkennen van de Gever is een onderdeel van de groei naar volwassenheid.

God ontdekken, jezelf ontdekken, is niets anders dan volwassenheid. Er bestaat geen ander doel in het leven dan volwassenheid.

– uit: ‘Emotioneel Volwassen

De Veda’s geven ons een uniek begrip van God. Er is niet één God, er zijn niet vele goden, er is enkel God. Dit is de volwassen kijk op God. God is niet een man in de hemel die op ons neerkijkt. Alles is God. God is niet alleen de gever van alles; God is alles.

God is zowel de maker als het materiaal van de wereld, zoals jij ’s nachts de maker en het materiaal bent van jouw droom. In de droom creëer jij een wereld uitsluitend door gedachten. Je denkt aan een berg en daar is de berg. Je denkt aan een rivier, vogels, mensen en zo creëer je een droomwereld. Je hebt voorkennis van wat je in een droom creëert, want je kunt niet dromen van iets wat je totaal niet kent. Jouw geheugen vormt het materiaal. Jij bent dus de maker én het materiaal voor de droomschepping. De droomwereld is niets dan jouw geest, jouw bewustzijn. De hele droomwereld wordt doordrongen door jou.

Met jouw beperkte kennis en kracht creëer jij een droomschepping. Īśvara is alle kennis en alle kracht en creëert daarmee dit prachtige universum, inclusief jouw lichaam en geest. Zoals jouw droomwereld niet losstaat van jou, zo staat de wereld niet los van Īśvara. Īśvara is de gever van alles in het leven.

Stadia in emotionele volwassenheid

In het boek ‘Emotioneel Volwassen’ zet Swami Dayananda heel helder de stadia in emotionele volwassenheid uiteen. Het begint bij het verminderen van je eigen subjectiviteit door emotionele complexen te erkennen en te verwerken. Dan krijg je meer zicht op de werkelijkheid en ook ruimte in je geest om de diepere waarheid van jezelf en de wereld te begrijpen.

Emotionele volwassenheid is dus niet alleen nodig voor het leiden van een gelukkig en succesvol leven, maar ook voor het begrijpen van de visie van Advaita Vedanta: het zelf is compleet, vrij van elk gebrek.

Volwassenheid is niets anders dan de erkenning van dat wat is. Objectief zijn, ontvankelijk zijn voor de werkelijkheid is volwassenheid.

– uit: ‘Emotioneel Volwassen

Geplaatst op 2 Reacties

Wat is de Bhagavad Gita?

De Bhagavad Gita is een duizenden jaren oud geschrift dat onderdeel uitmaakt van het grote, Indiase epos de Mahabharata. De Bhagavad Gita heeft de status van heilig geschrift, omdat haar boodschap voor iedereen, in elke tijdsperiode, op elke plaats in de wereld relevant is. Dit komt omdat de Gita over fundamentele onderwerpen gaat, zoals: wat is de oorzaak van menselijk lijden, wat is de aard van de wereld en God, en wie ben ik?

‘Bhagavad Gita’ betekent ‘Lied van de Heer’ en bestaat uit 700 verzen verdeeld over 18 hoofdstukken. De Gita geeft op relatief toegankelijke wijze de essentie van de upanishads weer. De auteur Veda Vyāsa presenteert de kennis van de upanishads in de vorm van een dialoog tussen Arjuna, een prins en machtige krijger, en Krishna, de leraar.

Samenvatting

Het verhaal in de Mahabharata gaat in het kort als volgt. Arjuna wordt door een uitzonderlijke oorlogssituatie teruggeworpen op zichzelf. Arjuna is een van de vijf Pāṇḍavas, de zonen van Pāṇḍu. Deze broers erven het enorme koninkrijk van hun vader en de oudste broer wordt koning.

Pāṇḍu’s oudere broer Dhṛtarāṣṭra heeft honderd zonen. De meesten van hen dragen een naam beginnend met het voorvoegsel dur, wat ‘slecht’ betekent. Zij doen hun naam eer aan. Duryodhana, de oudste onder hen, wil het koninkrijk voor zichzelf hebben. Uiteindelijk eigent hij zich het koninkrijk onrechtmatig toe. De Pāṇḍavas hebben als prinsen niet alleen recht op het koninkrijk, ze hebben ook een plicht om toe te zien dat er rechtvaardig gehandeld wordt. Ze zijn bereid tot een compromis om een oorlog te vermijden, maar door Duryodhana’s hebzucht is dit niet mogelijk. De oorlog wordt verklaard.

Het conflict van Arjuna

Als de Bhagavad Gita begint staat Arjuna midden op het slagveld met zijn strijdwagen en Heer Krishna als zijn wagenmenner, klaar om te vechten voor het behoud van dharma (harmonie) in het koninkrijk. Maar zodra hij zijn familie, leraren en vrienden voor zich ziet staan en beseft dat hij ze zal moeten doden om de oorlog te winnen, raakt hij hevig in conflict met zichzelf.

Aan de ene kant heeft Arjuna als krijger de plicht om te vechten en dharma in zijn rijk te handhaven, aan de andere kant voelt hij een grote liefde voor de mensen die hij voor zich ziet staan. Hij weet niet meer wat juist is om te doen.

Krishna onderwijst innerlijke groei en zelfkennis

Arjuna zakt in elkaar van verdriet. Hij is niet in staat om te vechten en vraagt Krishna om hulp. Krishna zegt: je hebt geen reden voor verdriet, want het zelf is onverwoestbaar.

‘Wapens kunnen het (zelf) niet klieven; vuur kan het niet verbranden; water kan het niet bevochtigen; zelfs de wind kan het niet verdrogen. Het (zelf) kan niet worden gekliefd, verbrand, bevochtigd of verdroogd. Het (zelf) is voorbij tijd, allesdoordringend, onbeweeglijk en onveranderlijk.’ (verzen 2.23 en 2.24)

Krishna leert Arjuna om te gaan met zijn emoties, om emotioneel volwassen te zijn in deze bijzonder moeilijke situatie. Ook onderwijst hij Arjuna universele waarden, karmayoga, devotie, juiste voeding en meditatie.

De Bhagavad Gita biedt ons de kennis om een gezond leven te leiden, zowel fysiek als mentaal, en heeft een visie op de werkelijkheid van de wereld en jezelf. De Gita zegt: wat je in essentie bent is volmaakt. Je bent onbegrensd bewustzijn, vrij van elk gebrek.

Aan het einde van de Bhagavad Gita is Arjuna al zijn twijfels kwijt, is zijn geest weer helder en weet hij wat juist is om te doen.

Meer lezen?

In het boek ‘De essentie van de Bhagavad Gita’ geeft Swami Dayananda een klassieke Vedanta-uitleg van de Gita. Diepgaand en helder bespreekt hij alle belangrijke onderwerpen aan de hand van een selectie prachtige verzen.
Neem een kijkje in dit boek

Geplaatst op Geef een reactie

Een meditatie voor innerlijke vrijheid

‘To the extent that you give freedom to others to be what they are, to that extent you are free.’
– Swami Dayananda

Als we anderen kunnen aanvaarden zoals ze zijn, geeft ons dat een heleboel vrijheid. Vaak willen we dat een ander verandert, omdat we vrij willen zijn van het storende gedrag van de ander. We kunnen denken: als de ander verandert, dan heb ik rust, dan kan ik ontspannen of dan kan ik gelukkig zijn. Maar we kunnen anderen niet veranderen. Als we dat toch proberen, levert dat frustratie op.

In onderstaande meditatie legt Swami Dayananda uit wat het inhoudt om een ander of een gebeurtenis te aanvaarden. Het is niet hetzelfde als goedkeuren. Het aandachtig lezen van onderstaand transcript is op zichzelf een meditatie.

Ochtendmeditatie

“Wanneer ik iets aanvaard, wat doe ik dan? Is het alleen maar een zin, ‘Ik aanvaard’? Louter een zin houdt nog geen aanvaarding in. Soms aanvaard ik iets zonder het te benoemen.

Aanvaarding impliceert een bepaalde houding van mijn kant. Wanneer ik iets aanvaard, geef ik het de vrijheid om te zijn wat het is. Ik wil niet dat het ding anders is dan wat het is.

Aanvaarding houdt in: vrijheid verlenen aan het te aanvaarden object om te zijn wat het is. In het geven van die vrijheid eis ik niet dat het object anders is dan wat het is. Alleen het woord, aanvaarding, zonder de implicaties ervan te begrijpen, helpt niet.

Ik aanvaard een kind zoals het kind is. Ik aanvaard een boom. Ik aanvaard de zon, de maan. Ik aanvaard een vogel, zijn kleur, zijn gedrag. Ik aanvaard een chemisch product zoals het is. Ik aanvaard suiker zoals het is. Ik aanvaard vergif zoals het is. Aanvaarding houdt niet in dat ik het moet gebruiken. In aanvaarding is er objectiviteit. Ik laat dingen zijn zoals ze zijn.

Als het echter gaat om mijn verleden, laat ik het niet zijn zoals het is. Ik aanvaard het niet, omdat het verleden mij pijn heeft gebracht. Als gevolg van mijn hulpeloosheid stelde ik mezelf bloot aan pijn, aan leed. Daarom is het pijnlijke verleden voor mij niet aanvaardbaar. Kan ik mijzelf ertoe brengen om het verleden te aanvaarden? Als ik mezelf ertoe breng het verleden te dragen, ben ik dan in staat om dezelfde persoon te zijn die ik ben wanneer ik de lucht aanvaard?

Hoe aanvaard ik de lucht? Wat voor gemoedstoestand heb ik wanneer ik naar de lucht kijk? Ik wil niet dat de lucht anders is dan hij is. Diezelfde gemoedstoestand pas ik toe op mijn vader en moeder – of ze nu nog in leven zijn of niet. Op dezelfde manier aanvaard ik mijn vrienden, mijn familie, mijn baas, mijn grootouders, mijn kinderen, mijn levenspartner. Ik aanvaard ieder van hen persoonlijk, omdat ik ze de vrijheid geef om te zijn wat ze zijn. Ik verwijt het de lucht niet of zij wel of niet blauw is.

Met deze houding richt ik me op diegenen met wie mijn leven is toebedeeld. Ze zijn allemaal verschillende personages in het drama van mijn leven. Ik bevrijd mezelf van het bekritiseren van ieder van hen. Ik verwijt niemand iets, noch verwijt ik mezelf iets.”

Vertaald uit: Morning Meditation PrayersSwami Dayananda