Geplaatst op Geef een reactie

Bhagavad Gita quotes over meditatie

De Bhagavad Gita is één van ‘s werelds beroemdste spirituele boeken. Dit duizenden jaren oude ‘Lied van de Heer’ beschrijft de dialoog tussen Heer Krishna en de krijger Arjuna in het Indiase epos de Mahabharata. Krishna onderwijst Arjuna over het zelf dat onverwoestbaar is, over emotionele volwassenheid, over universele waarden, karmayoga, devotie én over meditatie. Hieronder vind je een selectie prachtige quotes in het Nederlands over meditatie. De citaten zijn afkomstig uit hoofdstuk 6 van de Bhagavad Gita.

Eerder plaatsten we al een uitgebreid artikel over meditatie, waarin je leest over de twee soorten meditatie die Advaita Vedanta onderscheidt: voorbereidende meditatie voor degene die zelfkennis wenst en contemplatie voor degene die zelfkennis verkregen heeft. De verzen hieronder gaan voornamelijk over contemplatie en bevatten daarnaast algemene instructies voor alle mediteerders.

Bhagavad Gita quotes uit hoofdstuk 6 ‘Meditatie’


Heer Krishna zei:

yogī yuñjīta satatam ātmānaṁ rahasi sthitaḥ,   
ekākī yata-cittātmā nirāśīraparigrahaḥ  6.10 

‘Moge de mediteerder, wiens lichaam en geest beheerst zijn, die vrij is van verlangens en bezittingen, afgezonderd op een rustige plaats verblijvend, continu zijn/haar geest verbinden met het object van meditatie.’ 6.10

śucau deśe pratiṣṭhāpya sthiram āsanam ātmanaḥ,   
nātyucchritaṁ nātinīcaṁ cailājina-kuśottaram  6.11 

tatraikāgraṁ manaḥ kṛtvā yata-cittendriya-kriyaḥ,   
upaviśyāsane yuñjyād yogam ātma-viśuddhaye  6.12 

 ‘Na de eigen zitplaats ingericht te hebben, door een grasmat, een huid en een zachte doek over elkaar heen te leggen, op een schone en stabiele plek die niet te hoog of te laag is, … 6.11

… daar gezeten op de zitplaats, de geest eenpuntig gemaakt hebbend, moge degene die de activiteiten van de geest en zintuigen heeft beheerst, meditatie beoefenen voor zuivering van de geest.’ 6.12

samaṁ kāya-śirogrīvaṁ dhārayannacalaṁ sthiraḥ, 
samprekṣya nāsikāgraṁ svaṁ diśaścānavalokayan  6.13 

praśāntātmā vigatabhīrbrahma-cāri-vrate sthitaḥ,   
manaḥ saṁyamya maccitto yukta āsīta matparaḥ  6.14 

‘De romp, het hoofd en de nek stabiel, stil en in één lijn houdend, de ogen alsof kijkend naar de punt van de neus, in plaats van naar alle kanten, … 6.13

… degene met een kalme geest, vrij van angst en standvastig in de keuze voor het leven van een brahmacārī (Veda-student), moge die mediteerder zitten, denkend aan Mij (Īśvara), met Mij als hoogste doel, terwijl de geest teruggetrokken is van al het andere.’ 6.14

yuktāhāra-vihārasya yukta-ceṣṭasya karmasu, 
yukta-svapnāvabodhasya yogo bhavati duḥkhahā  6.17 

‘Voor degene die met mate eet en beweegt, die alle activiteiten aandachtig uitvoert, die met mate slaapt en wakker is, voor hem wordt meditatie de vernietiger van verdriet.’ 6.17

yadā viniyataṁ cittam ātmanyevāvatiṣṭhate, 
niḥspṛhaḥ sarva-kāmebhyo yukta ityucyate tadā  6.18 

‘Wanneer de geest kalm is en alleen in het zelf verblijft, vrij van verlangen naar alle aantrekkelijke objecten, dan wordt hij een succesvol persoon genoemd.’ 6.18

yathā dīpo nivātastho neṅgate sopamā smṛtā, 
yogino yata-cittasya yuñjato yogam ātmanaḥ  6.19 

‘Een vlam die beschut is tegen de wind flikkert niet. Dit voorbeeld wordt gebruikt voor het beschrijven van de kalme geest van de mediteerder, die contemplatie op het zelf beoefent.’ 6.19

yatroparamate cittaṁ niruddhaṁ yoga-sevayā,
yatra caivātmanātmānaṁ paśyannātmani tuṣyati  6.20 

sukham ātyantikaṁ yat tad buddhi-grāhyam atīndriyam,
vetti yatra na caivāyaṁ sthitaścalati tattvataḥ  6.21 

yaṁ labdhvā cāparaṁ lābhaṁ manyate nādhikaṁ tataḥ,
yasmin sthito na duḥkhena guruṇāpi vicālyate  6.22 

taṁ vidyād duḥkha-saṁyoga-viyogaṁ yoga-saṁjñitam,
sa niścayena yoktavyo yogo’nirviṇṇa-cetasā  6.23

‘Wanneer de geest, beheerst door het beoefenen van meditatie, verblijft in het zelf, en wanneer men het zelf ziet enkel met behulp van zichzelf, en men voldaan is in zichzelf, … 6.20

… en wanneer men dit onbegrensde geluk herkent, wat is begrepen door het intellect en wat voorbijgaat aan de zintuigen, en wanneer deze persoon daarin verblijft en niet van de werkelijkheid weg beweegt, … 6.21

…en na dat verkregen te hebben, men niet langer denkt dat er nog iets beters te bereiken is dan dat, en daarin verblijvend men niet langer verstoord raakt, zelfs niet door een groot leed, … 6.22

… moge men dat kennen als dissociatie van associatie met leed, wat yoga wordt genoemd. Deze yoga dient vastberaden beoefend te worden, met een geest die niet ontmoedigd is.’ 6.23

yato yato niścarati manaścañcalam asthiram,
tatastato niyamyaitad ātmanyeva vaśaṁ nayet  6.26 

‘Naar welk object de instabiele geest, die voortdurend in beweging is, ook maar afdwaalt, breng hem terug. Moge men zo deze geest onder zijn eigen controle brengen.’ 6.26

sarva-bhūtastham ātmānaṁ sarva-bhūtāni cātmani,
īkṣate yoga-yuktātmā sarvatra sama-darśanaḥ  6.29  

‘Degene die een standvastige geest heeft dankzij contemplatie, en die in alle situaties de visie van gelijkheid heeft, ziet het zelf in alle wezens, en ziet alle wezens in het zelf.’ 6.29

cañcalaṁ hi manaḥ kṛṣṇa pramāthi balavad dṛḍham,
tasyāhaṁ nigrahaṁ manye vāyoriva suduṣkaram  6.34 

Arjuna zei: ‘O Kṛṣṇa, de geest is zo wispelturig. Hij is een krachtige, volhardende onruststoker. De geest is zo moeilijk te bedwingen als de wind.’ 6.34

asaṁśayaṁ mahābāho mano durnigrahaṁ calam,
abhyāsena tu kaunteya vairāgyeṇa ca gṛhyate  6.35 

Heer Kṛṣṇa zei: ‘Zonder twijfel, Arjuna, is de geest wispelturig en moeilijk te beheersen. Maar door herhaaldelijke oefening en objectiviteit komt hij onder controle.’ 6.35

(Nederlandse vertaling: Rommert en Manon van Dijk)

Leestips:

Geplaatst op Geef een reactie

Advaita Vedanta-meditatie

Tempel in Rishikesh India

Wat is Advaita Vedanta-meditatie? Welke vormen van Vedanta-meditatie zijn er? Wat is het doel van meditatie voor een Vedanta-student? Wie is de mediteerder? Al deze vragen komen aan bod in dit artikel.

Maar eerst bij het begin beginnen: wat is het doel van Advaita Vedanta? Dat is zelfkennis. De heldere, standvastige kennis ‘ik ben brahman, het onbegrensde bewustzijn, dat de oorzaak is van de wereld’. Deze kennis staat gelijk aan mokṣa, bevrijding van elk gevoel van beperking. Vedanta geeft vrijheid. Vrijheid van alles waar je niet aan gebonden wilt zijn, maar denkt wel aan gebonden te zijn, zoals verdriet, onzekerheid en de dood.

Bij het verkrijgen van deze kennis speelt meditatie (dhyānam) een belangrijke rol. We onderscheiden in Vedanta twee soorten meditatie:

  • Voorbereidende meditatie om je geest geschikt te maken voor de kennis van Vedanta.
  • Contemplatie op de verkregen kennis.

Vedanta-meditatie 1: voorbereidende meditatie

De traditionele definitie van het eerste type meditatie is saguṇa-brahma-viṣaya-mānasa-vyāpāraḥ – mentale activiteit gericht op Īśvara. Deze vorm van meditatie vergt begrip van wat Īśvara (God) is. Īśvara is de oorzaak van het gehele universum, degene die het universum in stand houdt en weer terugneemt in zichzelf. Alles wat we kennen en niet kennen; alles in dit universum is doordrongen van Īśvara. Īśvara is het bestaan en bewustzijn van alles wat leeft en de intelligente orde en wetten waardoor alles functioneert zoals het functioneert. Op alle niveaus in mijn leven ben ik dus verbonden met Īśvara, of ik dat nu wel of niet besef. In eerdere artikelen ben ik hier uitgebreider op ingegaan, zie bijvoorbeeld ‘Non-dualiteit en God’.

Hoewel er enkel Īśvara is, zie ik mezelf als een individu. Ik identificeer me met mijn lichaam, geest en zintuigen. Als individu sta ik in relatie tot Īśvara zoals een golf in relatie staat tot de oceaan. Het onderwijs van Vedanta is erop gericht mij te helpen zien dat ik gelijk ben aan Īśvara. Ik, het individu, en Īśvara, het totaal, zijn beiden brahman: één onbegrensd bewustzijn. Zoals de golf en oceaan beiden water zijn. Maar zoals bij het verkrijgen van elk soort kennis, is er enige voorbereiding nodig. Een kind kan nog geen wiskundige sommen maken, want het moet eerst nog leren rekenen. Zo is er ook een innerlijke voorbereiding nodig voor Vedanta. Daar is dit eerste type meditatie op gericht.

Vedanta-meditatie voor een heldere, kalme geest

Voor het begrijpen van de visie van Vedanta heb je een kalme, alerte geest nodig en een zekere ontspanning door zelfacceptatie. Meditatie is hiervoor een van de middelen. Geleidelijk ontwikkel je door meditatie meer beheersing over je geest en ben je in staat langere tijd geconcentreerd te luisteren naar het onderwijs van Vedanta.

De andere middelen die de Bhagavad Gita en de Upanishads ons aanreiken zijn onder andere het cultiveren van universele waarden zoals ahimsa (niet-kwetsen) en het verminderen van onze subjectiviteit. Meer hierover kun je lezen in het boek De Waarde van Waarden van Swami Dayananda.

De geest is van nature rusteloos

In de Bhagavad Gita zegt Arjuna:

‘O Krishna, de geest is zo wispelturig. Hij is een krachtige, volhardende onruststoker.
De geest is zo moeilijk te bedwingen als de wind.’
– Bhagavad Gita 6.34

Waarop Krishna antwoordt:

‘Zonder twijfel, Arjuna, is de geest wispelturig en moeilijk te beheersen.
Maar door herhaaldelijke oefening en objectiviteit komt hij onder controle.’
– Bhagavad Gita 6.35


Meer Bhagavad Gita quotes over meditatie

De geest is altijd bezig en van nature rusteloos. Gedachtevormen (vṛtti’s) wisselen elkaar snel af, zodat we een vloeiend beeld krijgen van de buitenwereld. Net zoals een film uit snel op elkaar volgende stilstaande beelden bestaat. Beweging in de geest is dus heel natuurlijk. Wat we met meditatie willen bereiken is een zekere mate van zeggenschap over de geest. Dat je kunt kiezen waar je jouw geest voor langere tijd op richt. Dat je geest beschikbaar is als instrument om te gebruiken, zoals je handen en voeten dat voor je zijn.

Met meditatie train je dit vermogen. Je geeft je geest een betekenisvolle, bewuste bezigheid. Dat kan om te beginnen het waarnemen van je ademhaling zijn. Voel de ontspannen adem bij je neusvleugels naar binnen en naar buiten gaan. Zodra je geest afgeleid raakt, keer je weer terug naar het voelen van de adem bij je neus. Zo train je het vermogen om je geest richting te geven en ontwikkel je concentratievermogen. Dit is een eenvoudige, maar effectieve meditatie om meer beheersing over je geest te krijgen.

Japa – mediteren met een mantra

Advaita Vedanta-meditatie heeft een extra dimensie; je verbindt je bewust met Īśvara. De bekendste vorm is japa, mantrameditatie. Je herhaalt hierbij mentaal een mantra zoals ‘om namaśśivāya’ – mijn eerbiedige begroeting aan Shiva (Īśvara). Zo ontwikkel je niet alleen meer beheersing over je geest, maar versterk je ook je gewaarzijn van Īśvara in je leven. En hoe meer Īśvara in je leven, hoe minder zorgen, bindende verlangens en frustratie. Kortom, je ontwikkelt een tevreden, kalme geest, wat nodig is voor de studie van Vedanta. Lees meer over japa in het gelijknamige boekje van Swami Dayananda, hier gratis als pdf te downloaden.

Omdat je in meditatie kiest voor een bewuste bezigheid – het voelen van de adem of het herhalen van een mantra – ontstaat er zoiets als ‘afleiding’ en kun je je geest trainen om terug te keren naar het onderwerp van aandacht. Van nature zal de geest afdwalen, maar het doel van meditatie is om hem weer terug te brengen.

Leren mediteren

Voordat je begint met mediteren is het van belang eerst te ontspannen en vertrouwd te raken met de mediteerder. De mediteerder is de basis-ik. Dat wil zeggen, de ‘ik’ los van alle rollen, zoals vader/moeder, vriend/vriendin, zoon/dochter, werknemer/werkgever. Jij, als een simpel bewust wezen.

Dit alles kun je leren in deze meditaties van Swami Dayananda, te beluisteren op het YouTube-kanaal van de Arsha Vidya Gurukulam in de Verenigde Staten. Mediteren is ook een onderdeel van onze Advaita Vedanta-lessen, zie Advaita.nl

Vedanta-meditatie 2: contemplatie

Het tweede type Vedanta-meditatie is bedoeld voor degenen die helder begrijpen: ‘ik ben brahman, onbegrensd bestaan-bewustzijn’. Zij hebben deze kennis verkregen door langere tijd systematisch Advaita Vedanta-onderwijs te volgen.

De Upanishads geven aan dat het leerproces uit drie onderdelen bestaat:

  • Śravaṇam – met een onderzoekende, open houding veelvuldig luisteren naar de woorden van Vedanta (Upanishads en Bhagavad Gita), ontvouwd door een bekwame leraar.
  • Mananam – met behulp van logica alle twijfels oplossen onder begeleiding van een leraar.
  • Nididhyāsanam – zelfstandige contemplatie op de verkregen visie. 

Nididhyāsanam, contemplatie, is een vorm van meditatie, bedoeld voor als het zelf heel helder wordt gekend, maar de student de kennis steeds lijkt kwijt te raken. Oude gedragspatronen, gewoontedenken en onbewuste spanningen kunnen de geest overnemen, waardoor iemand nog niet ten volle kan genieten van de verkregen kennis.

De definitie van contemplatie is: nirguṇa-brahma-viṣaya-mānasa-vyāpāraḥ – mentale activiteit gericht op brahman, het onbegrensde. Hierbij contempleer je op bepaalde woorden of zinnen, waarvan de betekenis ‘ik ben brahman’ is. Zoals: ‘aham pūrṇaḥ – ik ben het geheel’ en ‘aham saccidānanda-svarūpaḥ – mijn essentie is bestaan-bewustzijn-onbegrensdheid’. De betekenis van de woorden zijn direct helder voor de contempleerder, zonder erover na te denken. Door op deze manier langdurig in de kennis te verblijven, worden emotionele obstakels en oude denkpatronen opgeruimd. In deze Vedanta-meditatie is er dus geen verschil meer tussen de mediteerder en het object van meditatie. Je contempleert op de waarheid van je eigen zelf.

Tot slot een mooie quote over contemplatie uit het boek ‘De essentie van de Bhagavad Gita’ van Swami Dayananda:

‘Laat de geest verblijven in de waarheid die je hebt ontdekt. Je weet dat je compleet geluk bent, volheid, bewustzijn, vrijheid, zonder handeling, bewegingsloos, totale vrede, totale stilte. Die bewegingsloze, vormloze, gedaanteloze stilte ben jij. Laat je geest zich bewust zijn van dit feit. Erken dat je bewustzijn, stilte bent – gedaanteloze, vormloze stilte.

Ik hoop dat dit artikel je meer inzicht heeft gegeven in Vedanta-meditatie. Heb je vragen of wil je meer weten? Neem contact op of laat hieronder een opmerking achter.

Geplaatst op Geef een reactie

Een meditatie voor innerlijke vrijheid

‘To the extent that you give freedom to others to be what they are, to that extent you are free.’
– Swami Dayananda

Als we anderen kunnen aanvaarden zoals ze zijn, geeft ons dat een heleboel vrijheid. Vaak willen we dat een ander verandert, omdat we vrij willen zijn van het storende gedrag van de ander. We kunnen denken: als de ander verandert, dan heb ik rust, dan kan ik ontspannen of dan kan ik gelukkig zijn. Maar we kunnen anderen niet veranderen. Als we dat toch proberen, levert dat frustratie op.

In onderstaande meditatie legt Swami Dayananda uit wat het inhoudt om een ander of een gebeurtenis te aanvaarden. Het is niet hetzelfde als goedkeuren. Het aandachtig lezen van onderstaand transcript is op zichzelf een meditatie.

Ochtendmeditatie

“Wanneer ik iets aanvaard, wat doe ik dan? Is het alleen maar een zin, ‘Ik aanvaard’? Louter een zin houdt nog geen aanvaarding in. Soms aanvaard ik iets zonder het te benoemen.

Aanvaarding impliceert een bepaalde houding van mijn kant. Wanneer ik iets aanvaard, geef ik het de vrijheid om te zijn wat het is. Ik wil niet dat het ding anders is dan wat het is.

Aanvaarding houdt in: vrijheid verlenen aan het te aanvaarden object om te zijn wat het is. In het geven van die vrijheid eis ik niet dat het object anders is dan wat het is. Alleen het woord, aanvaarding, zonder de implicaties ervan te begrijpen, helpt niet.

Ik aanvaard een kind zoals het kind is. Ik aanvaard een boom. Ik aanvaard de zon, de maan. Ik aanvaard een vogel, zijn kleur, zijn gedrag. Ik aanvaard een chemisch product zoals het is. Ik aanvaard suiker zoals het is. Ik aanvaard vergif zoals het is. Aanvaarding houdt niet in dat ik het moet gebruiken. In aanvaarding is er objectiviteit. Ik laat dingen zijn zoals ze zijn.

Als het echter gaat om mijn verleden, laat ik het niet zijn zoals het is. Ik aanvaard het niet, omdat het verleden mij pijn heeft gebracht. Als gevolg van mijn hulpeloosheid stelde ik mezelf bloot aan pijn, aan leed. Daarom is het pijnlijke verleden voor mij niet aanvaardbaar. Kan ik mijzelf ertoe brengen om het verleden te aanvaarden? Als ik mezelf ertoe breng het verleden te dragen, ben ik dan in staat om dezelfde persoon te zijn die ik ben wanneer ik de lucht aanvaard?

Hoe aanvaard ik de lucht? Wat voor gemoedstoestand heb ik wanneer ik naar de lucht kijk? Ik wil niet dat de lucht anders is dan hij is. Diezelfde gemoedstoestand pas ik toe op mijn vader en moeder – of ze nu nog in leven zijn of niet. Op dezelfde manier aanvaard ik mijn vrienden, mijn familie, mijn baas, mijn grootouders, mijn kinderen, mijn levenspartner. Ik aanvaard ieder van hen persoonlijk, omdat ik ze de vrijheid geef om te zijn wat ze zijn. Ik verwijt het de lucht niet of zij wel of niet blauw is.

Met deze houding richt ik me op diegenen met wie mijn leven is toebedeeld. Ze zijn allemaal verschillende personages in het drama van mijn leven. Ik bevrijd mezelf van het bekritiseren van ieder van hen. Ik verwijt niemand iets, noch verwijt ik mezelf iets.”

Vertaald uit: Morning Meditation PrayersSwami Dayananda