Geplaatst op 1 Reactie

Samsara: de worsteling naar vrijheid

Wat is samsara? Op deze vraag kun je vele antwoorden geven: de cirkelgang van leven en dood is samsara, de verdeling in subject en object is samsara, of ‘goede tijden, slechte tijden’ is samsara. In onderstaande tekst gebruikt de zeer gerespecteerde Vedanta-leraar Swami Dayananda de definitie: samsara is de worsteling in het leven om vrij te worden van gebondenheid. We willen vrij worden van alles wat ons bindt, alles wat we niet willen in het leven, zoals verdriet, onzekerheid, pijn, schuld, ziekte en ouderdom. Volgens Vedanta is dit een zinloze worsteling en het herkennen van deze zinloosheid is de eerste stap naar vrijheid.

Een fragment uit een interview met Swami Dayananda over psychologie en Vedanta door Payton Tontz in 2005.

Wat wordt er in Vedanta bedoeld met gebondenheid of zelfonwetendheid?
Als je ergens niet van houdt, maar er niet vanaf kunt komen, dan wordt dat een gebondenheid voor je. Het is die behoefte om ergens vanaf te komen en dat niet voor elkaar krijgen. Ik wil ontsnappen uit deze worsteling om gelukkig te worden, maar ik kan mezelf niet losmaken uit die worsteling. Ik wil vrij zijn van onzekerheid, maar ik tref mezelf aan in weerloze onzekerheid. Dat is gebondenheid. Onzeker zijn is gebondenheid. Gebonden zijn aan tijd is gebondenheid. Gebonden zijn aan diverse beperkingen is gebondenheid. Wie is degene die deze gebondenheid ervaart? Dit is hoe Vedanta dit insteekt. Het fysieke lichaam voelt geen gebondenheid. Noch heeft de geest er last van. De geest is simpelweg een instrument, kāraṇa.

Samsara: een leven van ‘worden’

De persoon of het ego voelt de gebondenheid. Wie die persoon ook is, als er ergens een ‘ik’-gevoel is, dan is er ook een gevoel van gebondenheid. Dat ik anders wil zijn dan wat ik ben, is gebondenheid. In Vedanta zeggen we dat een leven van ‘worden’ een leven van gebondenheid is. In één woord noemen we het samsāra. ‘Ik ben een samsārī’, wil zeggen: zoals ik nu ben, kan ik mezelf niet accepteren. Dat is samsāra. Een samsārī is degene die samsāra heeft. Dit is degene die een samsārī lijkt te worden, want – hij of zij wil iets ‘worden’.

Ik kan niet anders dan worstelen om iets te worden, omdat ik mezelf niet kan accepteren zoals ik nu ben. Ik worstel om die persoon te worden waarin ik vrij kan zijn, waarin ik totale, volledige acceptatie vind. Stel dat ik zo’n persoon word op het gebied van welvaart, gezondheid of een andere verworvenheid. Dan zal ik daarna opnieuw iets willen worden. Zo blijf ik altijd in het proces van ‘worden’. Dat is samsara.

Deze onophoudelijke poging om iets te worden toont aan dat het onmogelijk is om vrij te worden. Je ‘wordt’ niet vrij, want het feit dat je iets wilt worden laat zien dat je niet vrij bent. De poging om vrij te worden is volgens Vedanta een ontkenning van vrijheid, want het verraadt een niet-acceptatie van jezelf. Dit zouden we de oorspronkelijke zonde of het oorspronkelijke probleem kunnen noemen. Het continu iets willen worden of iemand anders moeten zijn, is het oorspronkelijke probleem. En in die ‘iemand anders’, hoop ik mezelf te zien als een vrij persoon, vrij van behoeften, die niets meer hoeft te worden.

Stel dat je veertig jaar lang een ‘leven van worden’ hebt nagestreefd. De overige veertig of vijftig jaar die er nog over zijn zullen niet anders zijn. De bewustwording hiervan is wat we ook wel de midlifecrisis noemen.

Ik wil vrij zijn van gebrek

Vrijheid van deze continue poging om te worden; vrijheid van het worden zelf, wordt mokṣa genoemd. Uiteindelijk ontdek je dat je geen vrijheid van worden kan bereiken door te worden. Hoe kan ik vrij worden van gebrek als ik – voor zover ik kan zien – gebrekkig ben? Al mijn eigenschappen zijn beperkt. Als ik naar mezelf kijk, een individueel ego, is dat als een compartiment. Het is een exponent van een hele hoop dingen. Het ego zelf bestaat niet.

Als je vanuit een bepaald standpunt naar jezelf kijkt, dan word je behoeftig. Vanuit het standpunt van het fysieke lichaam ben ik gebrekkig als het gaat om gezondheid, om kracht of lengte. Als het gaat om alomtegenwoordigheid, tijd of sterfelijkheid (ouderdom en dood) ben ik ook behoeftig.

Ook op het gebied van de geest, als ik op emotioneel niveau naar mezelf kijk, ben ik behoeftig; ik kan niet altijd een opgewekte geest afdwingen. Mijn kennis schiet altijd tekort en mijn geheugen laat ook te wensen over. Wat ik wil herinneren komt niet op. Pas wanneer de situatie voorbij is en het niet meer op hoeft te komen, of wanneer de persoon al weg is en ik zijn naam niet meer hoef te herinneren, dan komt de herinnering terug; dus ik ben behoeftig. En het vermogen om dingen op te slaan is ook gebrekkig. Alles schiet tekort. Bepaalde herinneringen die ik niet wil, blijven maar opkomen. Dus er zijn ook dingen waar ik vanaf wil; ik ben behoeftig als het gaat om het weg willen hebben van dingen.

Behoeftig zijn is niet natuurlijk

Het lijkt erop dat ik niet goed genoeg ben, op welke manier ik ook naar mezelf kijk. Vanuit mijn eigen, onvolkomen gezichtspunt, zie ik mezelf als behoeftig. Ik wou dat ik bepaalde dingen niet gedaan had, omdat ik me schuldig voel over wat ik gedaan heb. Misschien heb ik iemand gekwetst. Ook wou ik dat ik bepaalde dingen wel gedaan had, die ik nagelaten heb, die de situatie beter hadden kunnen maken. Hier spreekt Vedanta over. Kim aham sādhu nākaravam kim aham pāpam akaravam iti. ‘Waarom heb ik niet het juiste gedaan? Waarom heb ik het verkeerde gedaan?’ Iedereen kent dit. Er is schuld. Ook zijn er zo veel kwetsingen. Waarom hebben anderen niet het goede gedaan? Waarom heeft die persoon mij dit aangedaan? Waarom heeft deze persoon dit niet voor mij gedaan? Dus ben ik ook behoeftig als het gaat om pijn en schuld; ik wou dat ik geen pijn had, ik wou dat ik geen schuld had. Dus dit anders willen zijn op alle gebieden is wat het ego is.

Als ik naar mezelf kijk als dochter/zoon, moeder/vader, ook dan heb ik wensen. Ik zou graag zien dat mijn moeder een beetje anders was, dat mijn vader een beetje anders was. Wat betreft geld en relaties heb ik ook behoeften, voortdurende behoeften. Maar deze behoeftige persoon houdt niet van behoeftig zijn. Het is niet natuurlijk. Waarom niet? Omdat ik niet in staat ben mijzelf volledig te accepteren terwijl ik een gevoel van gebrek heb. Het is onmogelijk.

In het feit dat ik een behoeftig persoon ben, ligt een weigering om mezelf te accepteren besloten. Daarom heb ik het gevoel dat ik deze situatie moet verbeteren door allerlei dingen te gaan verbeteren. Ik moet mijn moeder verbeteren. Ik moet mijn vader verbeteren. Ik moet de wereld verbeteren. Hoe? Dit is waar we mee bezig zijn. We proberen de wereld te verbeteren, landen te verbeteren, mensen te verbeteren. Zijn we hier toe in staat? Zonder twijfel moeten er bepaalde dingen gebeuren, maar niets lijkt stand te houden. Een inspanning leidt tot een volgende situatie, waarbij weer iets anders verbetering nodig heeft, enzovoort.

De zinloze worsteling

Het is dus een continu proces, waar geen einde aan komt. Als individu zit ik in een situatie die ik niet kan winnen. Inspanning leveren is noodzakelijk, maar als het een worsteling zonder einde is, is het de moeite niet waard. Als ik zeker weet dat de worsteling eindeloos is, waarom zou ik me dan inspannen? Maar kan ik deze strijd opgeven? Nee, want ik kan mezelf niet accepteren, dus ik kan niet anders dan worstelen en tegelijkertijd begin ik de vergeefsheid van het worstelen in te zien.

Dus men leeft enkel voort, in plaats van het leven ten volle te leven. Als je enkel voortleeft, is het een soort half leven in de zin dat mensen emotioneel verdoofd raken. Waarom? Omdat de menselijke vrijheid om zich uit te drukken, de vrijheid om te groeien, de vrijheid om je eigen volheid te manifesteren, wordt geblokkeerd. Er is een soort afstomping (iets wat verborgen is, onbekend) en dus een ongevoeligheid naar de situaties.

Dus de (menselijke) worsteling is zinloos. Dit is de gebondenheid. Vervolgens is er hoop, zijn er de incidentele geluksmomenten, zijn er de paperback-beloften. De paperbacks die veel gelezen worden, spreken over het menselijk potentieel en dergelijke. Deze zijn geschreven door selfmade mensen die je een of andere hoop bieden. Daarna ontdek je de new-age-beloften. Yoga, alfalfa en zo veel andere dingen, die allemaal iets anders beloven. We willen ons leven over een andere boeg gooien. Dus richten we ons op zelfhulpgroepen, allerlei alternatieve zaken, et cetera.

Vedanta ziet dat de worsteling betekenis heeft. Wat is de betekenis? De betekenis is dat je moet ontdekken dat de worsteling zinloos is. Dat is de betekenis van de worsteling.

De oplossing ligt in zelfkennis

Kijk nu eens naar het alternatief dat je geboden wordt. Ofwel je worstelt, wat zinloos is, of je lost het probleem op zonder te worstelen. Als je het probleem kunt oplossen zonder worsteling, dan moet het probleem gebaseerd zijn op onwetendheid, zelfonwetendheid.

Daarom moet je onderzoeken en begrijpen wat het zelf is. Misschien is het zelf niet degene die je denkt te zijn. Het zelf dat je kent is slechts een samengesteld geheel. Bij het zien is het de ziener, bij het horen is het de hoorder. Leer het zelf zien zonder dit alles. Is er een zelf zonder dat het een ziener, hoorder, zoon of dochter is? Er moet een basiszelf zijn. Misschien is dat het zelf dat je tegenkomt als je gelukkig bent. Anders zou je, ondanks al het geworstel, niet eens voor een moment gelukkig zijn.

Het feit dat ik af en toe gelukkig ben, bewijst dat ik niet hoef te worstelen om gelukkig te zijn. Misschien is het zelf dat aanwezig is in een moment van geluk wel de waarheid van het zelf, het zelf dat ik ervaren heb, maar niet begrijp. Dus misschien is er voor mij een cognitieve oplossing mogelijk, een cognitief proces waarbij ik ga herkennen wat ik ben.

Er is geen werkelijk probleem

Vedanta biedt een oplossing voor het probleem door te stellen dat er geen absoluut werkelijk probleem is. Op het gebied van relaties, of op relatief niveau, lossen we problemen op die voortkomen uit onvolwassenheid. Maar men neemt aan dat het zelf wezenlijk beperkt wordt en probeert dit probleem vervolgens op te lossen. Die aanname is verkeerd. Als de aanname verkeerd is, dan is het nodig om anders te gaan denken en opnieuw naar jezelf te kijken. Je moet onderzoeken wat jouw ware essentie is. Is het mogelijk dat ik altijd een veranderend zelf ben, of kan mijn zelf op ieder moment onveranderlijk zijn?

Daarom is de ‘wie ben ik’-vraag van zeer grote betekenis. Hoe ga ik opnieuw naar mezelf kijken? Wat is het middel om naar mezelf te kijken? In dit proces vormt het gehele Vedanta-onderwijs een kennisinstrument. Volgens de visie van Vedanta ben jij het geheel. Daarmee heb je het grote plaatje; de visie van een vrij, stabiel en onveranderlijk zelf. Dat ik het geheel ben, is de oplossing. Als ik het probleem ben, dan is het probleem dat ik verward ben over mijzelf.

Als ik me gespleten voel in allerlei delen, dan moet het herkennen van het feit ‘ik ben het geheel’ zeker de oplossing zijn. Alle stukjes dienen op hun plaats te vallen, door het herkennen van één homogeen geheel. Als ik mezelf niet kan accepteren, terwijl het zelf van nature acceptabel is, dan moet ik gaan ontdekken dat ik acceptabel ben voor mezelf. Het zelf dat niets minder is dan het geheel is aanvaardbaar, omdat het niet beter kan worden dan het is.’

Swami Dayananda Saraswati (1930-2015) was een vooraanstaand Advaita Vedanta-leraar in de lijn van Adi Shankara. Vol compassie onderwees hij ruim vijftig jaar Vedanta in zijn studiecentra in India en de VS, en in openbare lezingen over de hele wereld. Acht boeken van Swami Dayananda zijn vertaald naar het Nederlands.

Bekijk hier ons leesadvies.

Geplaatst op Geef een reactie

Bhagavad Gita quotes over meditatie

De Bhagavad Gita is één van ‘s werelds beroemdste spirituele boeken. Dit duizenden jaren oude ‘Lied van de Heer’ beschrijft de dialoog tussen Heer Krishna en de krijger Arjuna in het Indiase epos de Mahabharata. Krishna onderwijst Arjuna over het zelf dat onverwoestbaar is, over emotionele volwassenheid, over universele waarden, karmayoga, devotie én over meditatie. Hieronder vind je een selectie prachtige quotes in het Nederlands over meditatie. De citaten zijn afkomstig uit hoofdstuk 6 van de Bhagavad Gita.

Eerder plaatsten we al een uitgebreid artikel over meditatie, waarin je leest over de twee soorten meditatie die Advaita Vedanta onderscheidt: voorbereidende meditatie voor degene die zelfkennis wenst en contemplatie voor degene die zelfkennis verkregen heeft. De verzen hieronder gaan voornamelijk over contemplatie en bevatten daarnaast algemene instructies voor alle mediteerders.

Bhagavad Gita quotes uit hoofdstuk 6 ‘Meditatie’


Heer Krishna zei:

yogī yuñjīta satatam ātmānaṁ rahasi sthitaḥ,   
ekākī yata-cittātmā nirāśīraparigrahaḥ  6.10 

‘Moge de mediteerder, wiens lichaam en geest beheerst zijn, die vrij is van verlangens en bezittingen, afgezonderd op een rustige plaats verblijvend, continu zijn/haar geest verbinden met het object van meditatie.’ 6.10

śucau deśe pratiṣṭhāpya sthiram āsanam ātmanaḥ,   
nātyucchritaṁ nātinīcaṁ cailājina-kuśottaram  6.11 

tatraikāgraṁ manaḥ kṛtvā yata-cittendriya-kriyaḥ,   
upaviśyāsane yuñjyād yogam ātma-viśuddhaye  6.12 

 ‘Na de eigen zitplaats ingericht te hebben, door een grasmat, een huid en een zachte doek over elkaar heen te leggen, op een schone en stabiele plek die niet te hoog of te laag is, … 6.11

… daar gezeten op de zitplaats, de geest eenpuntig gemaakt hebbend, moge degene die de activiteiten van de geest en zintuigen heeft beheerst, meditatie beoefenen voor zuivering van de geest.’ 6.12

samaṁ kāya-śirogrīvaṁ dhārayannacalaṁ sthiraḥ, 
samprekṣya nāsikāgraṁ svaṁ diśaścānavalokayan  6.13 

praśāntātmā vigatabhīrbrahma-cāri-vrate sthitaḥ,   
manaḥ saṁyamya maccitto yukta āsīta matparaḥ  6.14 

‘De romp, het hoofd en de nek stabiel, stil en in één lijn houdend, de ogen alsof kijkend naar de punt van de neus, in plaats van naar alle kanten, … 6.13

… degene met een kalme geest, vrij van angst en standvastig in de keuze voor het leven van een brahmacārī (Veda-student), moge die mediteerder zitten, denkend aan Mij (Īśvara), met Mij als hoogste doel, terwijl de geest teruggetrokken is van al het andere.’ 6.14

yuktāhāra-vihārasya yukta-ceṣṭasya karmasu, 
yukta-svapnāvabodhasya yogo bhavati duḥkhahā  6.17 

‘Voor degene die met mate eet en beweegt, die alle activiteiten aandachtig uitvoert, die met mate slaapt en wakker is, voor hem wordt meditatie de vernietiger van verdriet.’ 6.17

yadā viniyataṁ cittam ātmanyevāvatiṣṭhate, 
niḥspṛhaḥ sarva-kāmebhyo yukta ityucyate tadā  6.18 

‘Wanneer de geest kalm is en alleen in het zelf verblijft, vrij van verlangen naar alle aantrekkelijke objecten, dan wordt hij een succesvol persoon genoemd.’ 6.18

yathā dīpo nivātastho neṅgate sopamā smṛtā, 
yogino yata-cittasya yuñjato yogam ātmanaḥ  6.19 

‘Een vlam die beschut is tegen de wind flikkert niet. Dit voorbeeld wordt gebruikt voor het beschrijven van de kalme geest van de mediteerder, die contemplatie op het zelf beoefent.’ 6.19

yatroparamate cittaṁ niruddhaṁ yoga-sevayā,
yatra caivātmanātmānaṁ paśyannātmani tuṣyati  6.20 

sukham ātyantikaṁ yat tad buddhi-grāhyam atīndriyam,
vetti yatra na caivāyaṁ sthitaścalati tattvataḥ  6.21 

yaṁ labdhvā cāparaṁ lābhaṁ manyate nādhikaṁ tataḥ,
yasmin sthito na duḥkhena guruṇāpi vicālyate  6.22 

taṁ vidyād duḥkha-saṁyoga-viyogaṁ yoga-saṁjñitam,
sa niścayena yoktavyo yogo’nirviṇṇa-cetasā  6.23

‘Wanneer de geest, beheerst door het beoefenen van meditatie, verblijft in het zelf, en wanneer men het zelf ziet enkel met behulp van zichzelf, en men voldaan is in zichzelf, … 6.20

… en wanneer men dit onbegrensde geluk herkent, wat is begrepen door het intellect en wat voorbijgaat aan de zintuigen, en wanneer deze persoon daarin verblijft en niet van de werkelijkheid weg beweegt, … 6.21

…en na dat verkregen te hebben, men niet langer denkt dat er nog iets beters te bereiken is dan dat, en daarin verblijvend men niet langer verstoord raakt, zelfs niet door een groot leed, … 6.22

… moge men dat kennen als dissociatie van associatie met leed, wat yoga wordt genoemd. Deze yoga dient vastberaden beoefend te worden, met een geest die niet ontmoedigd is.’ 6.23

yato yato niścarati manaścañcalam asthiram,
tatastato niyamyaitad ātmanyeva vaśaṁ nayet  6.26 

‘Naar welk object de instabiele geest, die voortdurend in beweging is, ook maar afdwaalt, breng hem terug. Moge men zo deze geest onder zijn eigen controle brengen.’ 6.26

sarva-bhūtastham ātmānaṁ sarva-bhūtāni cātmani,
īkṣate yoga-yuktātmā sarvatra sama-darśanaḥ  6.29  

‘Degene die een standvastige geest heeft dankzij contemplatie, en die in alle situaties de visie van gelijkheid heeft, ziet het zelf in alle wezens, en ziet alle wezens in het zelf.’ 6.29

cañcalaṁ hi manaḥ kṛṣṇa pramāthi balavad dṛḍham,
tasyāhaṁ nigrahaṁ manye vāyoriva suduṣkaram  6.34 

Arjuna zei: ‘O Kṛṣṇa, de geest is zo wispelturig. Hij is een krachtige, volhardende onruststoker. De geest is zo moeilijk te bedwingen als de wind.’ 6.34

asaṁśayaṁ mahābāho mano durnigrahaṁ calam,
abhyāsena tu kaunteya vairāgyeṇa ca gṛhyate  6.35 

Heer Kṛṣṇa zei: ‘Zonder twijfel, Arjuna, is de geest wispelturig en moeilijk te beheersen. Maar door herhaaldelijke oefening en objectiviteit komt hij onder controle.’ 6.35

(Nederlandse vertaling: Rommert en Manon van Dijk)

Leestips:

Geplaatst op 2 Reacties

In gesprek over ‘Sleutel tot de Upanishads’

Gesprek met Manon van Dijk-Hullegie, uitgever, journaliste en schrijfster van het boekje Sleutel tot de Upanishads. Ze heeft van 2012 tot 2015 samen met haar man, Rommert van Dijk, in Anaikatti in Zuid-India een driejarige opleiding Advaita Vedanta gevolgd, onder leiding van Swami Dayananda Saraswati.

Acht jaar geleden besloot je naar India te vertrekken voor een driejarige Vedanta-opleiding. Hoe kwam je daartoe?

Manon: “Ik ben lang op zoek geweest naar de antwoorden op grote levensvragen: wie ben ik, wat is de wereld, wat is God, is er rechtvaardigheid in het leven? Ik las veel boeken over allerlei filosofische en spirituele stromingen en ging naar satsangs en retraites, maar ik vond geen duidelijke antwoorden. Mijn man, Rommert van Dijk, was opgeleid op de School voor Filosofie en was net als ik op zoek. In 2006 besloten we samen af te reizen naar Rishikesh in India om onze spiritualiteit te verdiepen. In de Dayananda ashram ontmoetten we Swami Dayananda Saraswati. Hij gaf daar een driejarige opleiding Advaita Vedanta. Ik was enorm onder de indruk van deze man; zijn rust, zijn volledige acceptatie, zijn wijsheid, warmte en liefde. Hij had zichtbaar gevonden waar ik naar verlangde. Terug in Nederland hebben we ons verder verdiept in Vedanta. Ik ben ook boeken gaan uitgeven van Swami Dayananda. Uiteindelijk besloten we in 2015 alles achter ons te laten en de driejarige opleiding in India onder leiding van Swamiji te gaan volgen.”

Waarom nu dit boek ‘Sleutel tot de Upanishads’?

“Dankzij Swami Dayananda ben ik bij de onderwijstraditie van Advaita Vedanta uitgekomen. Tot die tijd kende ik de Upanishads als mystieke geschriften. In Nederland  worden de Upanishads wetenschappelijk benaderd als oude filosofische teksten die voor niemand echt te begrijpen zijn. Soms wordt er gereflecteerd op de mantra’s om er daarna over te discussiëren. Of de mantra’s worden gezongen met het doel spirituele ervaringen te verkrijgen. Er is in Nederland nog weinig bekend over de Upanishads en de onderwijstraditie en lesmethoden, zoals wij die in India hebben geleerd. Voor mij een reden dit boekje te schrijven. De Upanishads hebben namelijk wel degelijk een eenduidige en heldere visie over onszelf die gecommuniceerd kan worden.”

Upanishad is een moeilijk woord. Wat betekent het?

“Upanishad is een Sanskrietwoord. Sanskriet is een oude Indiase taal. Het woord Upanishad betekent ’kennis van het zelf’. De Upanishads zijn heel oude teksten, duizenden jaren oud, eerst mondeling overgeleverd, en later ook schriftelijk. De Upanishads gaan over zelfkennis, over ‘onbegrensd bewustzijn’.”

Wat bedoel je met ‘onbegrensd bewustzijn’?

“Bewustzijn is altijd aanwezig, in elke waarneming, in elke gedachte. Je bent je bewust van de smaak van chocola, van het boek dat je ziet, van het feit dat je hier zit, van je telefoon in je hand. Dat bewustzijn is er altijd en overal. Daarom noemen we het ‘onbegrensd’. Je kunt het zien als een straatlantaarn die, bij wijze van spreken, altijd schijnt. Wat er ook onder te zien is, plezierige of onplezierige gebeurtenissen; de lamp blijft altijd schijnen, zonder oordeel en zonder zelf aangetast te worden. Net als het bewustzijn, dat er altijd is, in elke ervaring. Het is de ‘ik’ als je zegt ‘ik ben’. Wij zijn ‘onbegrensd bewustzijn’.”   

Het boek heet Sleutel tot de Upanishads. Betekent dit dat ik, als ik dit boekje lees, alles weet over de Upanishads?

“Nee, zeker niet. Met de sleutel bedoel ik de onderwijstraditie. Je hebt een leraar nodig om de Upanishads te kunnen begrijpen. Deze kennis kan worden verkregen door middel van de traditionele onderwijsmethode die teruggaat tot aan de rishis, de zieners van de Upanishads. Je hebt een leraar nodig die deze kennis zelf via deze traditionele onderwijsmethode heeft ontvangen van een leraar die ook les gaf in die onderwijstraditie. Je kunt de Upanishads zien als een juwelenkist. Als je die wilt openen heb je een sleutel nodig. Die sleutel is de specifieke traditionele onderwijsmethode, ofwel de leraar die in die specifieke onderwijsmethode is opgeleid. De visie van de Upanishads is niet enkel dat we bewustzijn zijn, maar dat we gelijk zijn aan Īśvara, de oorzaak van de wereld. Het is niet eenvoudig. Er komt veel bij kijken.”

Wat wil je met dit boek bereiken? 

“Met dit boekje wil ik de lezer een introductie bieden en een ingang tot deze kennis. Ik wil de waarde van deze oude teksten, voor het begrijpen van onszelf, duidelijk maken. Het gaat over zelfkennis; over wie wij in feite zijn. In ons dagelijks leven ervaren we conflicten, met anderen, maar ook in onszelf. We voelen boosheid, schuld, angst, verdriet. We zoeken naar middelen om dat niet meer te voelen. Vaak denken we daarvoor materiële zaken nodig te hebben, een mooie jurk, snelle auto, andere partner etc. We voelen ons bij het verkrijgen ervan tevreden en blij. We zijn even vrij van alles wat ons dwars zat. Maar dat gevoel is snel weer verdwenen. Dan gaan we weer verder zoeken. Deze oude teksten leren ons dat we niet hoeven te zoeken, maar dat we niets anders nodig hebben dan de kennis over wie we eigenlijk zijn.”

Voor wie heb je het geschreven?

“Voor iedereen die hierin geïnteresseerd is. Voor mensen die zoeken naar wie ze in wezen zijn. Meestal hebben deze mensen al ervaren dat materieel bezit niet blijvend gelukkig maakt en hebben ze al overal gezocht, in therapieën, filosofische en religieuze stromingen. Voor yogadocenten kan het boekje ook nuttig zijn. Zij horen tijdens hun opleiding over Vedanta en de Upanishads en willen er vervolgens meer over weten.”

Op de achterzijde van je boekje staat dat de teksten in de Upanishads ons antwoord geven op bijvoorbeeld de vraag: wat is geluk en hoe bereik je dat? Wil je daar nog iets meer over vertellen?  

“Geluk is niet iets wat afhankelijk is van de omstandigheden, van dingen uit de buitenwereld. Geluk is je eigen natuur, maar je ervaart het maar af en toe. Geluk zit niet in een kopje thee, niet in een fijn gesprek, niet in een mooie jas en niet in een lieve partner. Je bent geluk. Dit is niet iets om te ervaren, maar om helder te gaan zien. Wil je dit echt gaan begrijpen, zoek dan een leraar die is opgeleid in traditionele Advaita Vedanta en waar je systematisch onderwijs kunt volgen. Over de hele wereld geven leerlingen van Swami Dayananda dit onderwijs door. Mijn man en ik geven les in Nederland (zie www.advaita.nl).”

Is het zo dat jij nu altijd een tevreden mens bent?

“Ik heb gevonden wat ik zocht. Er is een basistevredenheid, een diepe rust. Ik hoef dat niet meer in de buitenwereld te zoeken. Het is niet zo dat ik me nooit meer boos of verdrietig voel, maar nu begrijp ik dat gevoelens niet echt met mij te maken hebben. Het zijn gedachten in mijn geest die die gevoelens veroorzaken. Vaak vanuit onbewuste, onverwerkte zaken van vroeger. Ik heb geleerd daar rustig naar te kijken en ze te verwelkomen. Elke emotie is in orde. De gehele wereld is niets dan kennis, intelligentie; één feilloze orde. Alles is een glorie. Daar kan ik steeds meer van genieten.”

De omslag van het boek Sleutel tot de Upanishads
Sleutel tot de Upanishads
Paperback, 76 pg.
€ 10,-
Bestel hier

Geplaatst op Geef een reactie

Een meditatie voor innerlijke vrijheid

‘To the extent that you give freedom to others to be what they are, to that extent you are free.’
– Swami Dayananda

Als we anderen kunnen aanvaarden zoals ze zijn, geeft ons dat een heleboel vrijheid. Vaak willen we dat een ander verandert, omdat we vrij willen zijn van het storende gedrag van de ander. We kunnen denken: als de ander verandert, dan heb ik rust, dan kan ik ontspannen of dan kan ik gelukkig zijn. Maar we kunnen anderen niet veranderen. Als we dat toch proberen, levert dat frustratie op.

In onderstaande meditatie legt Swami Dayananda uit wat het inhoudt om een ander of een gebeurtenis te aanvaarden. Het is niet hetzelfde als goedkeuren. Het aandachtig lezen van onderstaand transcript is op zichzelf een meditatie.

Ochtendmeditatie

“Wanneer ik iets aanvaard, wat doe ik dan? Is het alleen maar een zin, ‘Ik aanvaard’? Louter een zin houdt nog geen aanvaarding in. Soms aanvaard ik iets zonder het te benoemen.

Aanvaarding impliceert een bepaalde houding van mijn kant. Wanneer ik iets aanvaard, geef ik het de vrijheid om te zijn wat het is. Ik wil niet dat het ding anders is dan wat het is.

Aanvaarding houdt in: vrijheid verlenen aan het te aanvaarden object om te zijn wat het is. In het geven van die vrijheid eis ik niet dat het object anders is dan wat het is. Alleen het woord, aanvaarding, zonder de implicaties ervan te begrijpen, helpt niet.

Ik aanvaard een kind zoals het kind is. Ik aanvaard een boom. Ik aanvaard de zon, de maan. Ik aanvaard een vogel, zijn kleur, zijn gedrag. Ik aanvaard een chemisch product zoals het is. Ik aanvaard suiker zoals het is. Ik aanvaard vergif zoals het is. Aanvaarding houdt niet in dat ik het moet gebruiken. In aanvaarding is er objectiviteit. Ik laat dingen zijn zoals ze zijn.

Als het echter gaat om mijn verleden, laat ik het niet zijn zoals het is. Ik aanvaard het niet, omdat het verleden mij pijn heeft gebracht. Als gevolg van mijn hulpeloosheid stelde ik mezelf bloot aan pijn, aan leed. Daarom is het pijnlijke verleden voor mij niet aanvaardbaar. Kan ik mijzelf ertoe brengen om het verleden te aanvaarden? Als ik mezelf ertoe breng het verleden te dragen, ben ik dan in staat om dezelfde persoon te zijn die ik ben wanneer ik de lucht aanvaard?

Hoe aanvaard ik de lucht? Wat voor gemoedstoestand heb ik wanneer ik naar de lucht kijk? Ik wil niet dat de lucht anders is dan hij is. Diezelfde gemoedstoestand pas ik toe op mijn vader en moeder – of ze nu nog in leven zijn of niet. Op dezelfde manier aanvaard ik mijn vrienden, mijn familie, mijn baas, mijn grootouders, mijn kinderen, mijn levenspartner. Ik aanvaard ieder van hen persoonlijk, omdat ik ze de vrijheid geef om te zijn wat ze zijn. Ik verwijt het de lucht niet of zij wel of niet blauw is.

Met deze houding richt ik me op diegenen met wie mijn leven is toebedeeld. Ze zijn allemaal verschillende personages in het drama van mijn leven. Ik bevrijd mezelf van het bekritiseren van ieder van hen. Ik verwijt niemand iets, noch verwijt ik mezelf iets.”

Vertaald uit: Morning Meditation PrayersSwami Dayananda

Geplaatst op Geef een reactie

Je kent jezelf als ‘ik ben’

Fragment uit het boek ‘Inleiding tot Vedanta’

“Als we zeggen dat de mens onwetend is van zichzelf, wil dat niet zeggen dat hij helemaal zonder kennis over zichzelf is. Als je totaal onwetend van jezelf zou zijn, dan zou je geen vergissing over jezelf kunnen maken. Als je niet zou beschikken over een ontwikkelde geest die ‘ik ben’ kan beseffen, dan zou je jezelf ook niet kunnen beschouwen als een onvolmaakt wezen. Als je niet bekend bent met ‘ik ben’, dan kun je niet tot de conclusie ‘ik ben onvolmaakt’ komen. Als je je van een voorwerp niet bewust bent, maak je hierover ook geen vergissing. Als je echter van iets bewust bent, maar het niet herkent voor wat het is, dan kun je wel een vergissing maken.

‘Ik ben’ is je heel bekend. Je weet dat je nu hier bent. Je weet dat ‘ik ben’ bestaat. De vraag is: herken je precies dat ‘ik ben’ voor wat het werkelijk is? Als je het volmaakte wezen bent dat je zo graag wilt zijn, maar er niet in slaagt om dat feit te herkennen, dan zul je tot de conclusie komen dat je onvolmaakt bent. En dan zul je gaan proberen om volmaakt te worden. Natuurlijk is dat vergeefse moeite. Volmaaktheid kan niet verkregen worden door verandering of door actie. Volmaaktheid kan alleen verkregen worden door herkenning van het bestaande feit, dat voor jou ten gevolge van onwetendheid verborgen bleef.

Als iets een voor de hand liggend bestaand feit is, dat door onwetendheid niet wordt herkend, dan kunnen woorden directe kennis geven over dat feit. […]
Als volmaaktheid in feite jouw eigen aard is en wanneer een leraar de geschikte context voor de woorden creëert om hun betekenis over te brengen, dan zal de mededeling ‘dat zijt gij’ (tat tvam asi), jij bent zelf dat volmaakte wezen dat je probeert te worden, directe kennis geven over jezelf als een volmaakt wezen.”

Lees verder in het boek ‘Inleiding tot Vedanta’.

Geplaatst op Geef een reactie

Het schoonhouden van je geest

De Bhagavad Gita spreekt over verschillende waarden voor persoonlijke ontwikkeling. Een van deze waarden is śaucam, reinheid. Het is vanzelfsprekend dat we ons lichaam schoonhouden, maar onze geest heeft ook een dagelijkse schoonmaakbeurt nodig om deze helder, liefdevol en opgewekt te houden.

Wat is aśaucam, onreinheid, van de geest? Swami Dayananda zegt in zijn boek ‘De Waarde van Waarden’: “Jaloezie, woede, haat, angst, zelfzuchtigheid, zelfveroordeling, schuld, bezitterigheid, trots, al deze reacties en het klimaat van wanhoop en wrok dat tegelijkertijd ontstaat.”

Net zoals je kleren elke dag een beetje stof verzamelen en je bureau rommel verzamelt, zo verzamelt je geest tijdens ontmoetingen met mensen en situaties dagelijks aśaucam. “Gekoppeld aan gevoelens van voorkeur en afkeer hechten er zich vlekken van afgunst vast, landen er sporen van ergernissen, verschijnen er strepen van bezitterigheid, en bovenal verspreidt er zich het fijne stof van zelfkritiek, schuld en zelfveroordeling.”

Tegenovergestelde gedachten denken
Wanneer er geen dagelijkse reiniging is, uitwendig of inwendig, wordt de taak zwaarder door de ophoping van vuil. Om je geest schoon te houden, is het nodig alert te zijn op wat er zich in je geest afspeelt. Als je merkt dat er gedachten van afgunst, veroordeling of ergernis in je geest zijn ontstaan, dan kun je doelbewust het tegenovergestelde denken. Stel dat je je aan iemand stoort, ga dan na wat zijn of haar goede eigenschappen zijn en herhaal deze een paar keer voor jezelf.  Zo voorkom je dat de gevoelens van afkeer zich vastzetten in je geest als haat.

Swami Dayananda: “Wanneer ik in een ander doordring, zal ik liefde vinden. Ik ben in staat om lief te hebben. Gemanifesteerd of niet, iedereen bezit de kwaliteiten die een mens tot een heilige maken: medeleven, barmhartigheid, liefde, argeloosheid. Zoek doelbewust naar die dingen in een ander mens, die wijzen op zijn of haar menselijkheid en heiligheid. Die zijn in ieder mens te vinden.

Als je je aandacht richt op de sporen van heiligheid in een ander mens, worden alle andere dingen die je in hem of haar waargenomen hebt eenvoudigweg toegeschreven aan fouten, vergissingen, gewoontes, verkeerd denken, verkeerde omgeving, verkeerde opvoeding. Kijk achter de daden om de mens met zijn heilige eigenschappen te zien, want dat zijn de aangeboren menselijke eigenschappen. Heilige eigenschappen zijn de eigenschappen van het zelf, de eigenschappen die waarlijk de menselijke natuur vormen. Negatieve eigenschappen zijn incidenteel: ze komen en gaan.”

De Waarde van Waarden

Afkeuring of veroordeling van jezelf kan net zo min gerechtvaardigd worden als het afkeuren van anderen. Heb daarom begrip voor je beperkingen, de omstandigheden waarin je bent opgegroeid en je huidige omstandigheden. Zie dat je in staat bent om lief te hebben en eigenschappen bezit zoals vriendelijkheid, medeleven en behulpzaamheid. Weiger om jezelf te veroordelen, en denk op hetzelfde moment doelbewust niet-zelfafkeurende gedachten.  Zo hou je je geest schoon en opgewekt.

Neem een kijkje in het boek De Waarde van Waarden.

Geplaatst op Geef een reactie

De Veda’s, Upanishads en Bhagavad Gita

Wat zijn de Veda’s?

De oorspronkelijke geschriften uit de Indiase Vedische cultuur worden de Veda’s genoemd. Het woord ‘Veda’ is afgeleid van de Sanskriet-wortel ‘vid’, wat ‘weten’ betekent. De Veda’s zijn een zeer omvangrijke bundel kennis.

Duizenden jaren geleden zijn de Veda-mantra’s ontvangen door zieners (rshi’s), mensen die méér konden waarnemen dan anderen. Deze wijzen zijn dus niet de auteurs van de Veda’s. De Veda’s zijn door niemand van ons bedacht, maar maken onlosmakelijk deel uit van het universum. Ze worden beschouwd als geopenbaarde kennis.

De Veda’s bestaan uit twee gedeelten. Het eerste (en grootste) gedeelte, karmakānda genoemd, gaat over handelingen, rituelen en meditaties. Dit deel helpt ons om onze materiële doelen na te streven en ethisch te handelen. Het tweede (kleinere) gedeelte wordt Vedanta of jñānakānda genoemd. In dit gedeelte vinden we de Upanishads die zelfkennis geven.

Wat zijn Upanishads?

De Upanishads vormen het laatste gedeelte van de Veda’s, ook wel Vedanta genoemd. Deze Sanskrietteksten, veelal in de vorm van dialogen tussen leraren en leerlingen, behandelen de grote levensvragen: wie ben ik? Wat is de wereld? Wat is God? Ze zijn samen met de Bhagavad Gita en de Brahmasutras de drie pijlers van de onderwijstraditie van Advaita Vedanta. 

Er staan vele Upanishads in de Veda’s. Tien ervan hebben bekendheid verkregen doordat Adi Shankara (800 n.C) ze heeft toegelicht in zijn commentaren. Wil je meer weten over de Upanishads? Lees dan het boekje ‘Sleutel tot de Upanishads’.

Wat is de Bhagavad Gita?

De Bhagavad Gita is een prachtige dialoog tussen Heer Krishna en de krijger Arjuna. Het is een onderdeel van het grote epos de Mahābharata, en geeft de essentie van de Upanishads op een relatief toegankelijke wijze weer. De Bhagavad Gita wordt de status van Upanishad toegeschreven, omdat het geschrift zelfkennis als onderwerp heeft. Daarnaast geeft de Gita waardevolle details over karmayoga en hoe je in harmonie met de wereld kunt leven. Lees ook de uitgebreide blog ‘Wat is de Bhagavad Gita?’

Geplaatst op

Advaita Vedanta in het kort

Advaita Vedanta is een oeroude spirituele onderwijstraditie die ons vertelt dat er tussen het individu, de wereld en God een volmaakte gelijkenis of eenheid bestaat. Het begrijpen van deze eenheid is het begrijpen van wat je in werkelijkheid zelf bent: het geheel.

Er bestaan twee programma’s binnen Vedanta. Het eerste is een programma voor je persoonlijke groei. Dit wordt karmayoga genoemd. Zoals vermeld in de Bhagavad Gita, en ook in de upanishads, is karmayoga een objectieve manier van leven die je helpt om emotioneel te groeien.

Het tweede programma binnen Vedanta is het verkrijgen van zelfkennis. Het is bedoeld voor de zoeker die een bepaalde mate van objectiviteit en kalmte heeft bereikt. Bij dit onderwijs heb je een leraar nodig die weet hoe hij of zij de woorden van de upanishads kan hanteren om een spiegel te vormen waarin je de ware natuur van jezelf kunt zien. De onderwijstraditie waarin Advaita Vedanta wordt ontvouwd, noemt men sampradāya. Deze traditie wordt levend gehouden door een lijn van leraren en leerlingen.

Zie ook: Wat is Advaita Vedanta?

Foto: Swami Dayananda geeft les tijdens een retraite in Nederland in 2006. De opnames zijn hier verkrijgbaar.