Geplaatst op Geef een reactie

De diepgang van de Bhagavad Gita in 3 verzen

De Bhagavad Gita is een klein boekje met een grootse visie op het leven. Het is een dialoog tussen Heer Krishna en de prins Arjuna en bestaat uit 700 verzen. Om een idee te geven van de diepzinnigheid en reikwijdte van dit hindoegeschrift deel ik in dit artikel drie van mijn favoriete verzen. Het eerste vers gaat over emotionele groei, het tweede over Īśvara (God) en het derde over de onveranderlijke essentie van alles dat leeft.

Vers 1

‘U hebt keuze in uw handelingen, nooit in de resultaten. Beschouw uzelf niet als de oorzaak van de resultaten van uw handelingen. Wees niet gehecht aan inactiviteit.’
Bhagavad Gita II.47

De Bhagavad Gita staat vol met inzichten over hoe je evenwichtig kunt blijven bij alles wat je meemaakt in het leven: plezier en pijn, vreugde en verdriet, lof en kritiek. Karmayoga is hiervoor de sleutel. Karmayoga is een groot onderwerp. Het is een houding naar je handelingen, waarbij je je gewaar bent van Īśvara (God). Zie het boek Emotioneel Volwassen. Dit vers beschrijft het begin van karmayoga, namelijk de realisatie van een feit waar we zelden bij stilstaan.

Het feit is: je hebt een keuze in je handelingen, maar niet in de resultaten. Je kunt kiezen om iets te doen, het niet te doen of het anders te doen. Maar eenmaal gekozen, heb je geen keuze in het resultaat.

Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om iemand een bos bloemen te sturen, om geen bloemen te sturen of om de bloemen zelf langs te brengen. Wanneer je de bos bloemen eenmaal hebt opgestuurd, heb je niets meer te zeggen over het resultaat. Of de bloemen geaccepteerd worden of niet, of je een reactie krijgt of niets meer hoort, dat heeft met allerlei bekende en onbekende factoren te maken waar je geen invloed op hebt.

Als je dit feit ‘je hebt keuze in je handelingen, niet in het resultaat’ tot je door laat dringen, wordt het leven al een stuk overzichtelijker. Je kunt je eenvoudigweg richten op waar je wel invloed op hebt in je leven: je handelingen.

Onze maatschappij heeft een obsessie voor resultaten, in de vorm van het aantal declarabele uren, cliënten of likes. Als je per se een bepaald doel wilt bereiken met je inspanningen, dan geeft dat veel stress, want je hebt het resultaat niet in de hand en dat voel je aan. De Bhagavad Gita spoort ons aan om ons te concentreren op onze handelingen en ons geen zorgen te maken over het resultaat.

Vier mogelijke resultaten

Het enige dat we zeker weten is dat elke handeling vier mogelijke resultaten heeft, zoals Swami Dayananda in Emotioneel Volwassen stelt.

Het resultaat van elke handeling is:

1. precies wat je verwachtte,
2. meer dan je verwachtte,
3. minder dan je verwachtte,
4. of het tegengestelde van wat je verwachtte.

Je handelt om een bepaald verlangen te vervullen, maar heel vaak loopt het anders dan verwacht. Dit geldt voor iedereen. Waarom? We moeten het doen met onze beperkte kennis en kunde. We kennen niet alle factoren die meespelen bij het vormen van het resultaat, laat staan dat we er controle over hebben. Maar één ding is zeker: er zijn vier resultaten mogelijk. Willen we onze balans behouden, dan kunnen we hier maar beter op voorbereid zijn.

Stel, je stuurt de bos bloemen in de hoop dat je relatie met de ontvanger tot bloei komt. Nu zijn bovenstaande vier resultaten mogelijk. Als je hierop voorbereid bent, zal je emotionele reactie op een eventueel tegengesteld resultaat minder heftig zijn.

Niemand is een mislukkeling

Als het resultaat tegengesteld is aan je verwachting, dan kun je jezelf een mislukkeling voelen. Maar kun je falen als je geen controle hebt over het resultaat? Hoeveel kennis je ook hebt vergaard, hoeveel je ook geoefend hebt, het resultaat kan toch tegenvallen. Denk aan topsporters die hun doel niet behalen. Het overkomt ons allemaal, omdat we niet de baas zijn over alle factoren die meespelen.

Je bent niet de baas over de natuurwetten, je bent niet de baas over anderen en ook niet over je eigen lichaam en geest. Je bent zelfs niet de baas over je ademhaling. Elke ademhaling is gegeven, elke hartslag is gegeven. Dat je kunt denken en voelen is gegeven. Dat je bestaat is gegeven. Alleen al het feit dat je bestaat maakt je succesvol. Dit is een gezonde kijk op het leven.

Als je dit onderscheid goed doorkrijgt – ik heb een keuze in mijn handelingen, maar niet in het resultaat – dan nemen zorgen en gevoelens van schuld en schaamte af. We hebben nou eenmaal slechts beperkte kennis en we kunnen de wereld niet naar onze hand zetten. Wel kunnen we leren van ervaringen en genieten van alles dat gegeven is.

De Bhagavad Gita zegt: doe je best, ‘wees niet gehecht aan inactiviteit’. Probeer je verlangens te vervullen, terwijl je in harmonie leeft met je omgeving, en laat het resultaat over aan de universele wetten.


Vers 2

‘O Arjuna, ik verwarm de wereld. Ik hou de regen vast en ik laat de regen los. Ik ben onsterfelijkheid en ik ben ook de dood. Ik ben oorzaak en gevolg.’
Bhagavad Gita IX.19

Alles is gegeven; van jouw lichaam tot aan de hemellichamen. We hebben niets zelf gecreëerd. Waar is dan de Gever? Krishna zegt: ik ben overal aanwezig. ‘Ik ben het licht in de zon, dat de aarde verwarmt. Ik hou de regen vast en ik laat de regen los. Ik zorg voor het verschijnen van de seizoenen.’

De Vedische visie op God (Īśvara) is dat er niet één God is, ergens in een hogere wereld, en zelfs niet dat er vele goden zijn, maar dat er enkel God is. Zie het artikel Een groter perspectief.

Als er enkel God is, dan is elk aspect van het leven goddelijk. De oorzaak van de wereld staat niet op afstand, maar is in alles aanwezig in de vorm van talloze wetten en ordes. Dankzij natuurwetten warmt de zon de aarde op en kennen wij in Nederland vier seizoenen. Ook in mijn lichaam, gedachten en emoties zie ik Īśvara in de vorm van de biologische orde, cognitieve orde en psychologische orde. Ik kan begrijpen dat ik kan handelen dankzij de wetten van Īśvara en dat ik de resultaten van mijn handelingen van Īśvara ontvang. De Bhagavad Gita spreekt over de wet van karma en dharma. En al deze wetten zijn met elkaar verbonden in één onfeilbare orde.

De Bhagavad Gita bevat talloze beschrijvingen die je helpen om je gewaar te worden van deze verbondenheid met Īśvara. Zo transformeert een leven van stress en sleur in een leven van ontspanning en verwondering. Je kunt rusten in de erkenning van de onfeilbare bron die overal aanwezig is en alles bestuurt. En je kunt extra genieten van het wonder dat het leven is. Het wonder in de vorm van de zon en de regen. Elk aspect van het leven krijgt diepgang, zo diep als je begrip van Īśvara reikt.


Vers 3

‘Weet dat het werkelijke, dat dit alles doordringt, onverwoestbaar is. Niets kan het onveranderlijke vernietigen.’
Bhagavad Gita II.17

Dit vers onthult de meest diepzinnige visie over de onveranderlijke essentie van Īśvara. Zo zijn er veel meer prachtige Bhagavad Gita verzen die gaan over het onveranderlijke in al het veranderlijke.

Alles wat we kennen komt en gaat. Sneeuw valt en sneeuw smelt. Dierbaren komen in je leven en vertrekken weer. Je haar wordt langzaam grijs en je beseft: ook dit lichaam gaat een keer. Alles wat geboren is, zal sterven. Maar ‘weet dat het werkelijke onverwoestbaar is’, aldus Heer Krishna.

Dit is meer dan een troostrijk geloof. Krishna spoort Arjuna (en ons) aan om deze werkelijkheid te ontdekken. ‘Begrijp’ of ‘weet’ dat het werkelijke onverwoestbaar is. Want dan ‘zul je vrij zijn van verdriet’ (dit is de rode draad in de Bhagavad Gita).

Het werkelijke in elke ervaring

Wat is ‘het werkelijke’? Het Sanskrietwoord is sat en dat betekent hier ‘dat wat onafhankelijk bestaat’. Het gaat niet over íets dat bestaat, maar over bestaan zelf.

In elke ervaring kun je bestaan herkennen. Waarschijnlijk zit je nu op een stoel. Bestaat deze stoel? Ja, de stoel bestaat, de stoel is. De tafel? De tafel is. De bloem in de vaas op tafel? De bloem is.

Bestaan is niet een eigenschap van de stoel, de tafel en de bloem. Het is een substantie op zichzelf. In de ervaring van de bloem is er de ‘bloem-ervaring’ en de ‘is-ervaring’. De ervaring van ‘is’ valt niet op, omdat het in elke ervaring aanwezig is. Zoals wanneer je in de bioscoop geniet van de film-ervaring, maar je de doek-ervaring niet opmerkt. Terwijl de film er niet kan zijn zonder het doek. En als de film is afgelopen, blijft het doek bestaan.

Als de bloem verwelkt, wat gebeurt er dan met ‘is’? De bloem naam en vorm verdwijnt, maar het bestaan verdwijnt niet. We kunnen dan zeggen de ‘verwelkte bloem is’. Namen en vormen veranderen, maar de ‘is’ in alles is de constante, die onverwoestbaar is.

Het is allesdoordringend

Het vers zegt ook: dat werkelijke (sat) doordringt alles. Allesdoordringend wil zeggen dat het mij ook insluit. Het werkelijke is de waarheid van zowel het geziene als de ziener, van object en subject. Niet alleen de bloem is, maar ik ben. Het is mijn eigen zelf, dat ‘onveranderlijk en onverwoestbaar’ is.

De Bhagavad Gita onthult in andere verzen dat het zelf zowel bestaan (sat) als bewustzijn (cit) is. In elke cognitie is bewustzijn aanwezig. Ik ben me bewust van de bloem, anders kan ik niet zeggen ‘de bloem is’. Dat betekent: ‘bloem-bewustzijn is’. Bewustzijn is het werkelijke dat alles doordringt. Meer hierover lees je in het artikel Wat is bewustzijn?  

Het uiteindelijke inzicht dat de Bhagavad Gita geeft, is dat je één bent met Īśvara. Īśvara is het totale bewuste wezen met alle kennis en jij bent een individueel bewust wezen met beperkte kennis. Īśvara zou kunnen zeggen ‘ik ben’ en jij kunt zeggen: ‘ik ben’. De betekenis van ‘ik ben’ is ‘bewustzijn is’, sat-cit. Deze eenheid tussen het individu en het geheel is het feit der feiten.

Door de Bhagavad Gita diepgaand te bestuderen kun je op een ontspannen manier aan je emotionele volwassenheid werken, in het besef van je verbondenheid met Īśvara. En dan kun je geleidelijk, met een kalme geest, tot de standvastige kennis komen: ‘ik ben het werkelijke in alles, dat onverwoestbaar is’.

Meer lezen? Bekijk deze boeken:

boek Bhagavad Gita
Geplaatst op Geef een reactie

De drie guna’s: een model voor innerlijke groei

Een bekend model in Vedanta en in de yogafilosofie is dat van de drie guna’s of principes: sattva, rajas en tamas. Kort gezegd staat sattva voor kennis, rajas voor activiteit en tamas voor passiviteit. Er is al veel geschreven over de drie guna’s. In dit artikel staat de vraag centraal: hoe helpt dit model ons bij onze emotionele groei en daarmee indirect bij het begrijpen van Advaita Vedanta?

In de Bhagavad Gita spreekt Krishna als Īśvara, de oorzaak van de wereld. Hij zegt in vers 7.12: ‘Weet dat de wezens die zijn ontstaan uit sattva, rajas en tamas, enkel uit mij zijn ontstaan.’ Alles in de wereld, alle wezens en dingen, komen voort uit de oorzaak die deze drie eigenschappen heeft: sattva, rajas en tamas.

Sattva, rajas en tamas vinden we overal terug in de wereld. De eigenschappen van de oorzaak dringen namelijk door in het gevolg. Neem bijvoorbeeld koffie: de eigenschappen van de koffiebessen bepalen de eigenschappen van de koffiebonen en dus van de koffie die je na een lang proces uiteindelijk drinkt.

De drie guna’s zijn de eigenschappen van de oorzaak van het universum en dringen door in alles. De guna’s komen dus ook tot uiting in ons gedrag, ons lichaam, onze zintuigen en onze geest.

Iedereen is een combinatie van de 3 guna’s

In de Bhagavad Gita vinden we tientallen verzen over de guna’s, waarin Heer Krishna uitlegt hoe iedereen een combinatie is van sattva, rajas en tamas. En dat we met ons gedrag de toestand van onze geest positief kunnen beïnvloeden, zodat sattva toeneemt en we met een heldere geest de diepzinnigheid van het leven kunnen ontdekken.

Sattva verwijst op individueel niveau naar tevredenheid, kennis en helderheid, naar het gebruiken van je intellect en het volgen van de universele normen en waarden (dharma). Wanneer je verdiept bent in muziek, in het analyseren van een probleem of wanneer je begripvol en medelevend bent, dan overheerst sattva. Iedereen heeft deze kwaliteit, want iedereen kent liefde. Ook al is iemand nog zo verhard door jarenlange maffiapraktijken, als deze man zijn teen stoot tegen een tafelpoot, dan zal hij uit medeleven naar zijn voet grijpen en liefde ervaren.

Rajas is ambitie, energie, verlangen, rusteloosheid en gedrevenheid. Tamas is traagheid, sufheid, onverschilligheid, luiheid.

Je kunt niet zonder tamas. Je hebt tamas nodig om te kunnen slapen. Daarom is het lastig in slaap vallen als je tot laat in de avond iets actiefs hebt gedaan. We hebben ook rajas nodig om in beweging te komen en actief te zijn in het leven. Maar sattva zou geleidelijk in je leven dominant moeten worden, dan ben je emotioneel gegroeid; een emotioneel volwassen persoon.  

Vier type mensen

De Bhagavad Gita onderscheidt vier karakters of type mensen op basis van de drie guna’s. Niet om te veroordelen, maar om een model te creëren voor onze innerlijke groei. De vraag is niet: waar staat mijn partner, buurman of collega in dit model? Maar: waar sta ik? En hoe kan ik sattva dominant maken in mijn leven?

Vier type mensen op basis van guna-dominantie:

1. sattva-rajas-tamas

Deze mensen leven een contemplatief, onderzoekend en vreedzaam leven. Kennis, devotie en/of meditatie staan elke dag centraal. Daarnaast zijn ze voldoende actief en volgen ze bij hun handelingen dharma, de natuurlijke orde. En natuurlijk gaan ze ’s avonds tevreden slapen onder invloed van tamas.

2. rajas-sattva-tamas

Altijd bezig, actief en ambitieus, zo kunnen we dit type beschrijven. Sattva overheerst tamas, waardoor deze mensen verstandige keuzes maken in lijn met dharma. Hun handelingen zijn niet egocentrisch, maar een zegen voor de maatschappij. Snel gekwetst zijn hoort bij dit type mens.

3. rajas-tamas-sattva

Nu neemt tamas de tweede plek in. Rajas overheerst nog steeds, maar deze mensen zijn voornamelijk egoïstisch of hebzuchtig in hun handelen. Teleurstelling is hun niet vreemd.

4. tamas-rajas-sattva

In dit type mens is tamas de dominante guna. De meeste tijd gaat op aan slapen en eten. De geest is slaperig, afgestompt of depressief. Een puber die pas rond het middaguur uit bed komt om een pizza te bestellen en de rest van de dag op de bank gaat hangen, valt onder dit type. Maar ook iedere baby heeft tamas als dominante guna.

Uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:
‘Deze vier type mensen vind je overal in de wereld, niet alleen in India. Iedereen wordt geboren met overheersend tamas; een pasgeboren baby slaapt twintig uur per dag. Naarmate hij groeit, slaapt de baby minder en wordt hij actiever; komt hij meer onder de invloed van rajas. Naargelang hij kennis verzamelt, wordt hij meer en meer door sattva gevormd. Als je in staat bent om meer te zien dan zichtbaar is, om voorbij te gaan aan de zintuigen en de diepzinnigheid van het leven te zien, dan ben je sāttvika; beïnvloed door sattva. Je bent dan contemplatief.’

Waarom zijn er niet meer type mensen mogelijk? Waarom niet tamas-sattva-rajas en sattva-tamas-rajas? Wanneer sattva dominant is, dan kan alleen rajas de tweede plek innemen. Wanneer tamas in iemand dominant is, dan zal de tweede rajas zijn. Sattva en tamas staan namelijk te ver van elkaar af.

Drie guna’s: pad van innerlijke groei

Dit model stippelt voor ons de route naar emotionele volwassenheid uit. Fysiek volwassen worden we vanzelf, maar emotioneel volwassen niet. Door ons hiervoor in te spannen kunnen we van type 4 naar type 1 groeien: tevreden, verstandig, liefdevol en wijs.

Swami Dayananda: ‘Iedereen moet groeien om sāttvika te worden. Hiervoor moet iemand die tāmasa is – voor wie eten en slapen de belangrijkste activiteiten zijn – eerst rājasa, actief, worden. Zelfs al zijn handelingen in eerste instantie egoïstisch, toch moet hij beginnen met iets te doen. Naderhand kan zijn handelen geleidelijk tot werk gericht worden dat gewijd is aan een ander doel dan het bevredigen van zijn eigen behoeften. Als hij zijn intellect hierbij niet misbruikt, zal hij meer en meer sāttvika worden.’

‘Wees altijd gevestigd in sattva-guna
–  Bhagavad Gita 2.45

Krishna spoort Arjuna in de Bhagavad Gita aan om zijn geest in sattva te vestigen. Wanneer sattva dominant is, dan is er kalmte, onderscheidingsvermogen (viveka) en een onderzoekende, contemplatieve houding. Een geest met deze kwaliteiten is nodig om het onderwijs van Vedanta te kunnen begrijpen en jezelf te ontdekken als vrij van de drie guna’s, als de onveranderlijke basis van de hele wereld.

Hoe kun je jouw geest in sattva vestigen?

Hoe kun je sattva laten toenemen in je leven? De Bhagavad Gita geeft een aantal duidelijke richtlijnen over sattvisch voedsel bijvoorbeeld en het geven van giften. Denk ook aan dharma volgen in plaats van je voorkeur of afkeer, anderen helpen, boeken lezen, Vedanta studeren en yoga en meditatie. Dit zijn allemaal sattva-verhogende bezigheden.

In dit artikel wil ik één middel (sādhana) uitlichten: het beoefenen van sattvische spraak. Dit wordt ook wel vāk-tapas, discipline in spraak, genoemd.  

Sattvische spraak

De spraak is een krachtig instrument en kan veel goed doen, maar ook veel kapotmaken in relaties. Woorden doen wel degelijk pijn. Het is zeer de moeite waard om meer discipline in je spraak te ontwikkelen. Via beheersing van de spraak krijg je meer beheersing over je geest. De beoefening van sattvische spraak is dus zowel waardevol voor jezelf als voor je omgeving.

Sattvische spraak kent volgens de Bhagavad Gita (17.15) vier basiskwaliteiten:

  • veroorzaak met je woorden geen onrust of pijn (anudvegakaram)
  • spreek de waarheid (satyam)
  • spreek aangenaam, vriendelijk (priyam)
  • zeg nuttige dingen (hitam)

In zijn commentaar op de Bhagavad Gita schrijft Śaṅkarācārya dat alleen een uitspraak die alle vier de kwaliteiten bezit, vāktapas genoemd kan worden. De woorden dienen aangenaam (priyam) te zijn, zodat ze de ander onmiddellijk een plezier doen. En nuttig (hitam), zodat ze iemand op de lange termijn gelukkiger maken. En wat je zegt dient ook waar te zijn.

Een onmogelijke opgave?

Het lijkt misschien een onmogelijke opgave, maar zie het als een groeiproces. Zelfs een beetje meer aandacht voor je spraak kan een groot verschil maken, omdat het je alerter maakt en je daardoor betere keuzes kunt maken in het leven.

Misschien wordt het aantal woorden dat je spreekt een stuk minder, maar je woorden zullen meer betekenis krijgen. Je relaties zullen beter zijn, met minder conflict, wat allemaal bijdraagt aan je innerlijke kalmte.  

Natuurlijk is het niet continu mogelijk of zelfs wenselijk om je aan al deze vier basiskwaliteiten te houden. Het gaat erom dat je een bewuste afweging maakt als je spreekt en deze kwaliteiten zijn een leidraad. Soms is het nodig om niet de waarheid te spreken of om iets te zeggen wat even onrust kan veroorzaken, of om over koetjes en kalfjes te praten.

Śaṅkara geeft in zijn commentaar een voorbeeld van een uitspraak die voldoet aan de vier kwaliteiten: ‘Mijn beste, moge je in vrede zijn. Bestudeer dagelijks de Veda en beoefen karmayoga. Dan zul je mokṣa (vrijheid) bereiken.’ Dit is kalmerend, waar, plezierig en nuttig!

Een gebed voor beheerste spraak

Sattvische spraak is dus een goed middel om een alerte geest te ontwikkelen en te behouden. En een geest die alert, geconcentreerd en kalm is, kan de diepzinnige visie van Vedanta begrijpen.

Ik sluit graag af met de eerste twee zinnen uit de śānti-mantra van de Aitareya-upaniṣad, bedoeld voor harmonie tussen geest en spraak.

vāṅme manasi pratiṣṭhitā, mano me vāci pratiṣṭhitam
‘Moge mijn spraak gevestigd zijn in mijn geest. Moge mijn geest gevestigd zijn in mijn spraak’

Moge mijn spraak gevestigd zijn in mijn geest betekent: laat mijn spraak in lijn zijn met wat ik weet. Moge mijn geest gevestigd zijn in mijn spraak wil zeggen: moge mijn geest op mijn tong aanwezig zijn, zodat ik niet mechanisch praat, maar bewust, met mijn aandacht bij wat ik zeg.

Dit gebed kun je ’s ochtends en ’s avonds gebruiken om jezelf te ondersteunen bij het ontwikkelen van discipline in spraak. En vraag je regelmatig op de dag af: waarom wil ik nu iets zeggen? Heb ik iets te vertellen dat vredig, waar, plezierig en nuttig is? Of wil ik de tijd doden met geklets, roddelen om me beter te voelen of mijn gelijk halen in een zinloze discussie? Deze alertheid kan je veel innerlijke groei opleveren.

Geplaatst op Geef een reactie

Emotionele volwassenheid verandert je leven

‘Om echt te beginnen met mijn leven te leven, moet ik eerst een compleet mens zijn. Compleet in de zin van emotioneel volwassen.’ Dit is een citaat uit het boek Emotioneel Volwassen van Advaita Vedanta-leraar Swami Dayananda. Aan de hand van verzen uit de Bhagavad Gita bespreekt hij in dit boek de psychologie van de mens en de diepzinnige visie van Advaita Vedanta op het leven. Wanneer ben je emotioneel volwassen? Wat is daarvoor nodig? En wat verandert er dan in je leven?

Voor lichamelijke volwassenheid hoeft niemand iets speciaals te doen. Fysiek volwassen word je vanzelf, zolang je maar in leven blijft. Maar emotioneel volwassen word je niet vanzelf. Je blijft vanbinnen een kind als je je niet inspant om te groeien. Iemand van veertig, vijftig of zelfs tachtig kan nog steeds met de blik van een onzeker kind naar de wereld kijken. Het innerlijke kind lijkt de persoon in zijn greep te hebben en zijn gedrag te beïnvloeden.

Het innerlijk kind begrijpen

In de kindertijd maakt iedereen onplezierige dingen mee. Een kind kan gebeurtenissen nog niet in een groter perspectief plaatsen en betrekt de dingen snel op zichzelf. Als vader en moeder ruzie maken, zal het kind bijvoorbeeld denken dat het zijn schuld is. Niemand ontkomt aan deze waarneming van het kind en de bijbehorende emoties. Deze pijnlijke herinneringen, opgeslagen in het onbewuste, zorgen voor emotionele reacties in het leven van de volwassene.

Gevoelens van onzekerheid, pijn en schuld afkomstig uit de kindertijd blijven het hele leven de kop opsteken, tenzij je er aandacht aan schenkt. Om emotioneel volwassen te worden is het nodig het hele proces te begrijpen, de orde ervan te zien, en wat er gebeurt is te erkennen en te accepteren als een gegeven. Je emotionele problemen op deze manier benaderen is een vorm van emotionele volwassenheid. Het is een volwassen manier van kijken naar jezelf.

De wereld begrijpen

Hoe je naar de wereld kijkt zegt ook iets over je emotionele volwassenheid. Denken dat je de wereld naar je hand kunt zetten is onvolwassen. Je kunt handelen in de wereld, maar je hebt geen controle over de wereld.

De Bhagavad Gita zegt:

karmaṇyevādhikāraste mā phaleṣu kadācana
mā karmaphalaheturbhūrmā te saṅgo’stvakarmaṇi


‘U hebt keuze in uw handelingen, nooit in de resultaten. Beschouw uzelf niet als de oorzaak van de resultaten van uw handelingen. Wees niet gehecht aan inactiviteit.’

Bhagavad Gita 2.47

Waar heb je nou echt controle over? Je hebt keuze in hoe je een handeling uitvoert, maar je hebt geen keuze in het resultaat. Resultaten zijn afhankelijk van vele factoren, bekende en onbekende. Je hebt er geen controle over. Je kunt situaties wel aanvaarden en proberen te begrijpen. En vervolgens kun je andere keuzes maken.

Je hebt het vermogen om iets te doen, om te begrijpen, te organiseren, te herorganiseren, te creëren. Met die capaciteiten doe je je best. En als het resultaat komt, aanvaard de gegeven situatie dan en doe wat nodig is. Dit is emotionele volwassenheid.

God begrijpen

Als je nog een stap dieper gaat en de vraag stelt ‘Waarom heb ik geen controle?’, dan kan dit leiden tot een waardering voor degene die de wereld bestuurt. God of in het Sanskriet Īśvara genoemd – ‘degene die altijd regeert’.

Het universum is een intelligente creatie. Zoom in op een willekeurig aspect en je ziet hoe intelligent het is ontworpen. Neem je eigen lichaam, zintuigen of geest. Waarom zou je deze woorden nu kunnen zien met je ogen en begrijpen met je geest? Elke waarneming, elke gedachte, elk moment vindt plaats volgens bepaalde wetten, die zijn gegeven. Het hele universum, inclusief jouw lichaam en geest, functioneert volgens wetten. Deze wetten zijn niet door jou of mij gemaakt. Ze zijn gegeven. Het erkennen van de Gever is een onderdeel van de groei naar volwassenheid.

God ontdekken, jezelf ontdekken, is niets anders dan volwassenheid. Er bestaat geen ander doel in het leven dan volwassenheid.

– uit: ‘Emotioneel Volwassen

De Veda’s geven ons een uniek begrip van God. Er is niet één God, er zijn niet vele goden, er is enkel God. Dit is de volwassen kijk op God. God is niet een man in de hemel die op ons neerkijkt. Alles is God. God is niet alleen de gever van alles; God is alles.

God is zowel de maker als het materiaal van de wereld, zoals jij ’s nachts de maker en het materiaal bent van jouw droom. In de droom creëer jij een wereld uitsluitend door gedachten. Je denkt aan een berg en daar is de berg. Je denkt aan een rivier, vogels, mensen en zo creëer je een droomwereld. Je hebt voorkennis van wat je in een droom creëert, want je kunt niet dromen van iets wat je totaal niet kent. Jouw geheugen vormt het materiaal. Jij bent dus de maker én het materiaal voor de droomschepping. De droomwereld is niets dan jouw geest, jouw bewustzijn. De hele droomwereld wordt doordrongen door jou.

Met jouw beperkte kennis en kracht creëer jij een droomschepping. Īśvara is alle kennis en alle kracht en creëert daarmee dit prachtige universum, inclusief jouw lichaam en geest. Zoals jouw droomwereld niet losstaat van jou, zo staat de wereld niet los van Īśvara. Īśvara is de gever van alles in het leven.

Stadia in emotionele volwassenheid

In het boek ‘Emotioneel Volwassen’ zet Swami Dayananda heel helder de stadia in emotionele volwassenheid uiteen. Het begint bij het verminderen van je eigen subjectiviteit door emotionele complexen te erkennen en te verwerken. Dan krijg je meer zicht op de werkelijkheid en ook ruimte in je geest om de diepere waarheid van jezelf en de wereld te begrijpen. Zie ook het artikel ‘De drie guna’s: een model voor innerlijke groei’.

Emotionele volwassenheid is dus niet alleen nodig voor het leiden van een gelukkig en succesvol leven, maar ook voor het begrijpen van de visie van Advaita Vedanta: het zelf is compleet, vrij van elk gebrek.

Volwassenheid is niets anders dan de erkenning van dat wat is. Objectief zijn, ontvankelijk zijn voor de werkelijkheid is volwassenheid.

– uit: ‘Emotioneel Volwassen

Geplaatst op Geef een reactie

Opgewekt door het leven

De Bhagavad Gita biedt naast kennis over de aard van het zelf, de wereld en God, ook waardevolle inzichten voor wie innerlijk wil groeien. Innerlijke groei is nodig om emotioneel volwassen te worden en een gelukkig leven te leiden. En ook om te begrijpen dat het zelf vrij is van elk gebrek, zoals Advaita Vedanta ontvouwt.

In hoofdstuk zeventien beschrijft Krishna disciplines voor je geest. Hij zegt:

manah-prasādah saumyatvam maunam ātma-vinigrahah |
bhāva-samśuddhirityetat tapo mānasam ucyate || 17.16||

‘Mentale opgewektheid, zichtbare opgewektheid, vrijheid van praatzucht, beheersing van de geest en een zuivere intentie, dit samen wordt mentale ascese genoemd.’

In deze blog wil ik het hebben over de eerste discipline: het verkrijgen en behouden van een opgewekte, blije geest. In de basis betekent dit een acceptatie van jezelf en van de situatie waarin je je bevindt. Het accepteren van je verleden is daarbij inbegrepen. Laten we kijken naar een aantal praktische principes die leiden tot acceptatie en blijheid. Voor deze tekst heb ik gebruikgemaakt van de prachtige Bhagavad Gita Home Study Course van Swami Dayananda.

1. Leef van dag tot dag
Dit is een eenvoudig principe dat zorgt voor een opgewekte geest. Als je van dag tot dag leeft, leef je in overeenstemming met de werkelijkheid. Vandaag is werkelijk; morgen ben ik er misschien niet eens. Niet dat ik me daar zorgen over maak. Vandaag leef ik en wat er vandaag te doen is, dat doe ik gewoon. De toekomst kan voor zichzelf zorgen. Het leven wordt dan heel eenvoudig: je hoeft steeds maar één dag aan te kunnen. Je hele leven, steeds maar één dag. De zorgen van gisteren zijn weg. Wat gisteren gebeurde was gisteren. Het is niet vandaag. Als je gisteren een vergissing hebt gemaakt, prima. Je bent nu wijzer. Als je je er vandaag zorgen over maakt, dan verspil je vandaag met je zorgen maken over gisteren.

2. Leef in harmonie met je omgeving
Van dag tot dag leven betekent de dingen doen die er vandaag te doen zijn. Het gaat dan om handelingen die redelijkerwijs van je verwacht worden, gezien de rollen die je speelt in het leven; zoals vader/moeder, werkgever/werknemer, zoon/dochter, buurman/buurvrouw, etc. Als je doet wat nodig is in een gegeven situatie, ondanks dat het misschien niet je voorkeur heeft, dan ben je in harmonie met je omgeving en blijft je geest opgewekt, tevreden en vrij van conflict. Een zekere overgave naar wat er te doen is, waarbij je je voorkeur en afkeer opgeeft, zorgt voor een opgewekte geest.

3. Laat het leven vol verrassingen zitten
Er is ook een wet die zegt ‘wat staat te gebeuren, zal gebeuren’. Dit is een belangrijke schokdemper. Ik doe wat ik kan, maar ik heb niet alles voor het zeggen. Deze overgave aan de resultaten van handeling zorgt ervoor dat je opgewekt en tevreden kunt blijven, ook als het even tegenzit.

Sta even stil bij hoe je leven er nu uitziet. Had je ooit gedacht dat het er zo uit zou komen te zien? Gebeurtenissen ontvouwen zich. Je bevindt je ineens in een situatie die je van tevoren niet had kunnen bedenken. Je ontmoet een oude bekende en het klikt zo goed dat jullie besluiten samen een bedrijf op te richten. Alles gebeurt vanwege een onderliggend plan. Laat het plan zich ontvouwen. Jij leeft van dag tot dag. Je laat jezelf niet meeslepen als drijfhout; jij staat wel degelijk aan het roer, maar tegelijkertijd herken je dat er zich iets ontvouwt in je leven wat zijn eigen bedoeling heeft. Die bedoeling kun je ontdekken op het moment dat het plan zich ontvouwt.

Als je zou weten dat alles volgens jouw plan zal plaatsvinden, dan hoef je niet eens te leven. Stel je voor dat je alles zou weten wat er staat te gebeuren. Voor de rest van je leven weet je al wat je gaat eten als ontbijt, lunch en diner. Je volledige toekomst is tot in de details uitgestippeld en aan je bekendgemaakt. Dan is er niets meer aan! Er zijn dan geen verrassingen, geen onverwachte wendingen in je leven. Als je verrassingen wilt, maak dan plannen voor de toekomst, doe wat je te doen hebt en laat de uitkomst over aan de wetten die het ontvouwen van gebeurtenissen regelen. Een opgewekt mens is klaar voor verrassingen.

4. Gebruik de mantra ‘het is fijn om mezelf te zijn’
Wanneer bezorgdheid, zelfveroordeling of angst oprijst, kunnen we dit verwerken door de juiste houding naar onszelf aan te nemen. Dat zulke emoties oprijzen, daar kunnen we niets aandoen; dat gebeurt. Maar we hebben wel een keuze in hoe we ermee omgaan. Herinner jezelf er aan dat het fijn is om jezelf te zijn. Zeg tegen jezelf ‘Het is fijn om mezelf te zijn.’ Acceptatie van jezelf geeft ontspanning en tevredenheid. Als er gebieden zijn waarin het goed zou zijn om te veranderen, span je daar dan voor in. Maar je hoeft je niet te bewijzen aan anderen. Als iemand anders lelijk over me denkt, dan is dat zijn of haar probleem. Ik accepteer mezelf zoals ik ben. ‘Het is fijn om te zijn zoals ik ben.’ Gebruik een zin als deze als een soort mantra om dagelijks te herhalen.

De Bhagavad Gita leert ons geleidelijk inzien dat we volledig acceptabel zijn.

Ik hoef niets te bewijzen, aan niemand niet, zelfs niet aan God. Als ik mezelf zou moeten bewijzen aan God, dan zou zijn acceptatie voorwaardelijk zijn. Dan wordt God een persoon zoals ieder ander. 

5. Vier je leven, elke dag!
Vier niet alleen je verjaardag, maar vier je leven elke dag. Wanneer je ’s ochtends opstaat, erken dan dat het fijn is om te leven. Neem je leven niet voor lief. Je hebt weer een dag erbij om te vieren! Als je onder de douche staat, kun je al beginnen met het plannen van hoe je vandaag wilt vieren. Je hoeft niet elke dag een taart te bakken, maar vier je leven met de dingen die je doet.  Alles wat je doet is een viering van jouw leven. ‘Ik leef vandaag. Het is fijn om te leven. Het is leuk om te doen wat ik doe.’ Dit is opgewektheid van geest.

Het resultaat: een heldere geest en een glimlach op je gezicht
Als je geest deze houding heeft, dan is er helderheid, opgewektheid. De mentale discipline (tapas) is dus om elke keer dat je ontevreden of bezorgd bent, tevredenheid en opgewektheid op te roepen. Die opgewektheid van geest brengt een glimlach op je gezicht. De mentale opgewektheid uit zich in een zichtbare opgewektheid, wat Krishna als tweede aspect van mentale discipline noemt. Deze opgewektheid is niet een gedragsverandering, maar een verandering die ontstaat door een bewust denkproces zoals hierboven beschreven.

Geplaatst op Geef een reactie

Het schoonhouden van je geest

De Bhagavad Gita spreekt over verschillende waarden voor persoonlijke ontwikkeling. Een van deze waarden is śaucam, reinheid. Het is vanzelfsprekend dat we ons lichaam schoonhouden, maar onze geest heeft ook een dagelijkse schoonmaakbeurt nodig om deze helder, liefdevol en opgewekt te houden.

Wat is aśaucam, onreinheid, van de geest? Swami Dayananda zegt in zijn boek ‘De Waarde van Waarden’: “Jaloezie, woede, haat, angst, zelfzuchtigheid, zelfveroordeling, schuld, bezitterigheid, trots, al deze reacties en het klimaat van wanhoop en wrok dat tegelijkertijd ontstaat.”

Net zoals je kleren elke dag een beetje stof verzamelen en je bureau rommel verzamelt, zo verzamelt je geest tijdens ontmoetingen met mensen en situaties dagelijks aśaucam. “Gekoppeld aan gevoelens van voorkeur en afkeer hechten er zich vlekken van afgunst vast, landen er sporen van ergernissen, verschijnen er strepen van bezitterigheid, en bovenal verspreidt er zich het fijne stof van zelfkritiek, schuld en zelfveroordeling.”

Tegenovergestelde gedachten

Wanneer er geen dagelijkse reiniging is, uitwendig of inwendig, wordt de taak zwaarder door de ophoping van vuil. Om je geest schoon te houden, is het nodig alert te zijn op wat er zich in je geest afspeelt. Als je merkt dat er gedachten van afgunst, veroordeling of ergernis in je geest zijn ontstaan, dan kun je doelbewust het tegenovergestelde denken. Stel dat je je aan iemand stoort, ga dan na wat zijn of haar goede eigenschappen zijn en herhaal deze een paar keer voor jezelf.  Zo voorkom je dat de gevoelens van afkeer zich vastzetten in je geest als haat.

Swami Dayananda: “Wanneer ik in een ander doordring, zal ik liefde vinden. Ik ben in staat om lief te hebben. Gemanifesteerd of niet, iedereen bezit de kwaliteiten die een mens tot een heilige maken: medeleven, barmhartigheid, liefde, argeloosheid. Zoek doelbewust naar die dingen in een ander mens, die wijzen op zijn of haar menselijkheid en heiligheid. Die zijn in ieder mens te vinden.

Als je je aandacht richt op de sporen van heiligheid in een ander mens, worden alle andere dingen die je in hem of haar waargenomen hebt eenvoudigweg toegeschreven aan fouten, vergissingen, gewoontes, verkeerd denken, verkeerde omgeving, verkeerde opvoeding. Kijk achter de daden om de mens met zijn heilige eigenschappen te zien, want dat zijn de aangeboren menselijke eigenschappen. Heilige eigenschappen zijn de eigenschappen van het zelf, de eigenschappen die waarlijk de menselijke natuur vormen. Negatieve eigenschappen zijn incidenteel: ze komen en gaan.”

De Waarde van Waarden

Afkeuring of veroordeling van jezelf kan net zo min gerechtvaardigd worden als het afkeuren van anderen. Heb daarom begrip voor je beperkingen, de omstandigheden waarin je bent opgegroeid en je huidige omstandigheden. Zie dat je in staat bent om lief te hebben en eigenschappen bezit zoals vriendelijkheid, medeleven en behulpzaamheid. Weiger om jezelf te veroordelen, en denk op hetzelfde moment doelbewust niet-zelfafkeurende gedachten.  Zo hou je je geest schoon en opgewekt.

Neem een kijkje in het boek De Waarde van Waarden.