Geplaatst op 1 reactie

Is verlichting een ver-van-je-bed-show?

Elke nacht vinden we het heerlijk om te gaan slapen, want we ervaren een soort moksha, bevrijding van de worsteling in het leven. De diepe slaap is een welkome verlichting van pijn, schuld, angst, zorgen, zelfhaat en ziekte. Zelfs de meest verdrietige persoon is tijdens de diepe slaap volledig vrij van verdriet. We laden ons op in een oceaan van rust, onaantastbaarheid en vrijheid. Advaita Vedānta onthult dat deze grenzeloze oceaan je eigen natuur is en dat je dus altijd vrij bent.

Het onderwijs van de Upanishads ontvouwt dat je hier en nu volledig vrij bent van de worsteling in het leven, of je lichaam en geest nu wel of niet actief zijn. Als je wakker bent ervaar je via de zintuigen en geest allerlei situaties, gedachten en gevoelens. Toch, zeggen de Upanishads, overkomt jou nooit iets. Je bent namelijk nooit werkelijk een bhoktā, een ervaarder, ook al lijkt dat wel zo.

Wie is de ervaarder?

Als je niet werkelijk een ervaarder bent, wie is het dan die ervaringen ondergaat?

De Kaṭha-Upanishad zegt:

De wijzen noemen het zelf (ātmā) samen met het lichaam, de zintuigen en de geest de bhoktā, ervaarder.

– Kaṭha-Upanishad 1.3.4

De ervaarder is bewustzijn (ātmā) plus het lichaam, de zintuigen en geest. Puur bewustzijn ondergaat geen ervaringen. En enkel het lichaam-geest-zintuigencomplex is ook geen ervaarder, aangezien het van zichzelf inert is. Iets wat inert is, zoals een steen, kan niets waarnemen of denken. Alleen als er een verbinding is tussen bewustzijn en het lichaam, kunnen we spreken van ‘iemand die ervaringen ondergaat’.

Maar hier komen we bij een belangrijk punt in Vedānta: het zelf, bewustzijn, heeft een hogere werkelijkheidsgraad dan het lichaam, de geest en zintuigen en al het andere in de wereld. Het zelf is absoluut werkelijk (satyam), dat wil zeggen dat het onveranderlijk en onafhankelijk bestaat. Het lichaam-geest-zintuigencomplex heeft een lagere werkelijkheidsgraad: het is tijdelijk, veranderlijk en is voor zijn bestaan afhankelijk van bewustzijn. (Lees het vorige artikel voor meer inzicht in satyam-mithyā.)

Kan er dan werkelijk een verbinding zijn tussen het zelf en het lichaam, de geest en zintuigen? Nee, er is enkel een schijnbare verbinding, een mithyā-verbinding. Omdat de verbinding niet werkelijk is, is het zijn van een ervaarder ook niet werkelijk. Ik onderga alleen schijnbaar de ervaringen van het leven, van vreugde en verdriet. Ik, puur bewustzijn, blijf altijd onaangetast.

De ervaarder ontstaat door wederzijdse projectie

Hoe ontstaat die schijnbare verbinding tussen bewustzijn en het lichaam-geest-zintuigencomplex? Door wederzijdse projectie (anyonya-adhyāsa): twee dingen worden door elkaar gehaald en de een wordt aangezien voor de ander. Dat ziet er als volgt uit:

  • We projecteren het zelf (ātmā) op het lichaam-geest-zintuigencomplex, waardoor het bewustzijn lijkt te bezitten.
  • Andersom projecteren we de belichaming op het zelf, waardoor we allerlei eigenschappen lijken te krijgen, die bij het lichaam en de geest horen, zoals ziekte, pijn en vergeetachtigheid.

Door deze wederzijdse projectie lijk ik een bhoktā te zijn, iemand die ervaringen ondergaat en aangetast kan worden. De vormen die de geest aanneemt, zoals verdriet, blijdschap, angst en boosheid, lijken iets te zeggen over mij. Door een gebrek aan onderscheid, ben ik onderhevig aan de grillen van de geest.

De maan, gereflecteerd in de oceaan, lijkt te dansen. De bewegingen horen natuurlijk bij het water, niet bij de maan. We kennen de maan goed en daarom is het onderscheid tussen het water en de maan vanzelfsprekend. Maar onze eigen natuur – onveranderlijk, onbegrensd bewustzijn – kennen we niet, waardoor we allerlei vergissingen over onszelf maken.

Ik lijk te bewegen van emotie naar emotie, van twijfel naar twijfel, van herinnering naar herinnering, maar het is de geest die beweegt; ik blijf altijd onbeweeglijk. Met mijn stille aanwezigheid verlicht ik elke plezierige en onplezierige ervaring.

Twee vogels in het lichaam

In de Muṇḍaka-Upanishad wordt dit onderscheid prachtig uitgebeeld:

Twee vogels met stralende veren zijn onafscheidelijke vrienden en zijn neergestreken in dezelfde boom. Een van beide eet de vruchten van de banyanboom, die vele smaken hebben. De ander kijkt toe, zonder te eten.

– Muṇḍaka-Upanishad 3.1.1

De ene vogel eet vruchten; hij ondergaat de ervaringen van het leven. De andere vogel kijkt continu toe zonder te eten. Deze tweede vogel is het ware zelf, bewustzijn, dat vrij is van ervaringen. Beide vogels zitten in dezelfde boom, dat wil zeggen in één lichaam.

De tweede vogel die alleen toekijkt zit daar niet voor niets. Deze vogel verlicht alles, zonder wil of deelname. Schijnen is zijn natuur. De vogels zijn onafscheidelijk, in die zin dat de vogel enkel kan eten, als de andere vogel toekijkt. Zonder bewustzijn zijn ervaringen niet mogelijk.

De vogel die de vruchten eet, ondergaat plezierige en onplezierige ervaringen. Om vrij te zijn van alle ervaringen, moet hij ontdekken: ‘In werkelijkheid ben ik de toekijkende vogel, die niet geraakt wordt door ervaringen.’

Eén vogel is werkelijk

Als maar één vogel werkelijk is, waarom heeft de Upanishad het dan over twee vogels? Omdat de ervaarder (bhoktā) niet verdwijnt, wanneer het ware zelf wordt herkend. De ervaarder is namelijk empirisch werkelijk. Ook al weten we dat de maan niet danst, toch blijven we de bewegingen van de maan in het water waarnemen. Op dezelfde manier blijven ook de wijze mensen ervaringen ondergaan. De kennis dat je onbegrensd bewustzijn bent, maakt geen einde aan het lichaam, de geest en zintuigen.

Voor een wijze blijft er een ervaarder aanwezig, een ik-gevoel, anders is het niet mogelijk om als mens te functioneren. Maar wat is het probleem nog, als je weet dat het schijnbaar is? Als je helder begrijpt: de ervaarder is mij, maar ik ben niet de ervaarder.

De kennis dat je geen ervaarder bent, maar de ‘toeschouwer’, puur bewustzijn, maakt je vrij. Terwijl je ziet, ben je vrij van zien, terwijl je hoort, ben je vrij van horen, terwijl je verdriet voelt, ben je vrij van verdriet. Je bent het licht van bewustzijn dat alle ervaringen mogelijk maakt, maar onveranderlijk blijft. Of de geest nu actief is of slaapt, jouw natuur is onaantastbaar bewustzijn.

Met dit artikel hoop ik dat je een inkijkje hebt gekregen in Advaita Vedānta en het begrip moksha, bevrijding of verlichting. Dit duizenden jaren oude onderwijs is echter veel uitgebreider en verfijnder dan ik in een artikel kan weergeven. Wil je meer helderheid in deze kennis, weet dan dat er een levende onderwijstraditie is die je daarbij kan helpen. Kijk daarvoor op www.advaita.nl.

Meer lezen over dit onderwerp?

Geplaatst op 4 reacties

Blijvende tevredenheid

tevredenheid

De mens lijkt in de basis ontevreden. We moeten ons omringen met leuke mensen, lekker eten en plezierige dingen om momenten van tevredenheid te kunnen ervaren. Tevredenheid lijkt te komen en te gaan en afhankelijk te zijn van externe factoren. Advaita Vedanta toont het tegendeel aan: tevredenheid is je natuur; het is ontevredenheid die komt en gaat. De heldere kennis dat je zelf de betekenis van tevredenheid bent, verdrijft de ontevredenheid voorgoed.

Zodra we ons ontevreden voelen, proberen we dit onplezierige gevoel kwijt te raken. We doen afstand van dingen of mensen die we niet plezierig vinden en we vergaren dingen waar we van houden. Dit gaat de hele dag zo door. Maar worden we daar echt tevreden van? Zijn het echt de dingen en mensen die ons tevreden maken?  

Tevredenheid is niet maakbaar

Omstandigheden hebben niet de kracht om ons tevreden te maken. Ga maar na: de ene keer voelen we ons gelukkig als we onze lievelingsmaaltijd eten, en een andere keer kunnen we er niet van genieten, omdat we ons zorgen maken over de extra kilo’s die er de afgelopen maanden bij zijn gekomen. We kunnen tevredenheid niet afdwingen of regisseren. Het lijkt alsof bepaalde mensen, dieren of dingen ons af en toe gelukkig maken. Maar dat komt omdat de ontevreden, onrustige geest even tot rust komt, waardoor tevredenheid, je eigen volheid, zich kan manifesteren in je geest.

Uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:
‘Wanneer je naar iets verlangt, is de geest onrustig; als het verlangde object verkregen is, is de rusteloosheid verdwenen en is de geest bevredigd. Het geluk dat je ontdekt, ligt in deze bevredigde, tevreden geest, niet in een object. Je houdt van die mensen, situaties en objecten die jouw geest tevreden kunnen maken. Niet elk object kan dit; door je achtergrond, waarden en opvoeding staan alleen bepaalde objecten en personen jou aan. Maar het geluk dat je ondervindt komt nooit van objecten of mensen, hoe dierbaar ze ook mogen zijn. Geluk is alleen zichtbaar in een tevreden geest, een geest die niets verlangt, want het zelf is de bron van geluk. De vreugde die je ervaart als je iets moois ziet of een aangenaam liedje hoort, is een expressie van jouw eigen natuur – een greintje van het onbegrensde geluk dat je bent.’

Vrij van wensen

Wat gebeurt er als deze kennis, ontvouwd door het onderwijs van Vedanta, door iemand volledig en helder begrepen is? Dan is iemand vrij van alle wensen. Stel je maar voor: als je zou weten dat je zelf de tevredenheid bent die je zoekt, dat je vol en compleet bent, dat er niets aan jou ontbreekt, dan zullen wensen voor meer veiligheid en meer plezier je niet meer binden. Want je bent niet afhankelijk van de wereld voor je geluk. 

O Arjuna, iemand met standvastige wijsheid is tevreden met zichzelf, in zichzelf, en geeft alle verlangens die in de geest opkomen op. 
Bhagavad Gita 2.55

Tevredenheid staat los van het vervullen van wensen. Dit inzicht kan ons hele leven transformeren. Als onze tevredenheid niet afhangt van omstandigheden, maar onze eigen natuur is, dan zijn we vrij. Dit is de vrijheid (mokṣa) die Advaita Vedanta onthult.

Onwetendheid is het probleem

Maar als tevredenheid onze natuur is, waarom zoeken we er dan naar? Dit komt omdat we onwetend zijn. Door onwetendheid en verkeerde overtuigingen onteigenen we onze ware natuur.

We worden als mens onwetend geboren en doen geleidelijk kennis op over de wereld. Maar de kenner die de wereld, inclusief het lichaam en de geest, waarneemt, blijft een groot raadsel. We leren niets over de ‘ik’ die voortdurend aanwezig is in elke waarneming. Vedanta heeft juist deze kenner, dit bewuste wezen, als onderwerp met als doel om onze onwetendheid te verdrijven, als we dat wensen. Vedanta is specifiek bedoeld voor mumukṣu’s, mensen die naar vrijheid verlangen. Die tot de ontdekking zijn gekomen dat de wereld tijdelijk en veranderlijk is en geen blijvende tevredenheid kan geven.

Tevredenheid ontdekken

Door middel van verfijnde onderwijsmethodes laat het onderwijs van Vedanta zien dat we de beperkingen van het lichaam, de geest en zintuigen op onszelf hebben geprojecteerd. Onze essentie is enkel bewustzijn; vrij van tijd, plaats en eigenschappen, onbegrensd, vol. De tevredenheid die we zoeken is onze eigen onbegrensdheid.

Omdat deze kennis ingaat tegen onze huidige overtuigingen is het om te beginnen van belang een relatieve tevredenheid te ontdekken. Alleen een relatief tevreden persoon kan begrijpen dat hij of zij absolute tevredenheid is, die nooit komt en gaat. Alleen een kalm persoon die vrij is van conflict kan langere tijd bij het onderwijs van Vedanta stilstaan en zijn eigen vrijheid toe-eigenen. Daarom geeft Vedanta ons kwaliteiten om te ontwikkelen, waaronder vairāgya, objectiviteit.

Objectiviteit geeft kalmte

Subjectiviteit is een oorzaak voor veel onrust in de geest en daarmee voor ontevredenheid. Als we de dingen in de wereld onterecht veel waarde toekennen, dan bestaat ons leven uit verwachtingen en teleurstellingen. We kunnen onze subjectieve projecties op de wereld verminderen door te onderzoeken wat de feitelijke waarde is van bijvoorbeeld geld, status en gezelschap. Alles heeft zijn waarde, maar we moeten gaan zien dat de dingen in de wereld ons geen blijvende veiligheid of tevredenheid kunnen geven. Door vairāgya, objectiviteit, te ontwikkelen, wordt de geest kalm, onberoerd door het wel of niet aanwezig zijn van mensen en dingen. Zo ontdekken we een zekere tevredenheid in onszelf.

Wie niet gehecht is aan externe objecten, vindt geluk in zichzelf. Wie echter beschikt over de kennis van brahman, verkrijgt het onvergankelijke geluk.
– Bhagavad Gita 5.21

Het ontwikkelen van objectiviteit en andere kwaliteiten is een voorbereiding voor het volledig begrijpen van de kennis van brahman, het onbegrensde. Het traditionele onderwijs van Vedanta is systematisch en grondig. Door te luisteren naar het onderwijs zul je steeds beter gaan zien wat de natuur is van jezelf en van de wereld. En dat de essentie van jezelf gelijk is aan de essentie van alles.

Bewustzijn is het bestaan van alles en is onbegrensd. Deze onbegrensdheid is de betekenis van wat we tevredenheid noemen. Tevredenheid kan dus niet komen en gaan, want het is jouw natuur. Het is de ontevredenheid die komt en gaat door de onwetendheid en verkeerde overtuigingen over onszelf en de aard van de wereld.

Wil je meer lezen over Advaita Vedanta? Bekijk dan hier ons leesadvies.
Kijk voor (online) Vedanta-onderwijs op Advaita.nl.

Geplaatst op 4 reacties

Wat is bewustzijn volgens Advaita Vedanta?

Je ergens bewust van zijn, bij bewustzijn zijn, buiten bewustzijn zijn… Op deze manier kennen we bewustzijn. Toch is deze vraag ‘wat is bewustzijn’ van zeer grote betekenis. Het begrijpen van bewustzijn is namelijk het begrijpen van je eigen vrijheid. Advaita Vedanta ontvouwt dat bewustzijn non-duaal, onveranderlijk en vrij van elke beperking is. En dat dit de waarheid van ieder wezen is.

prajñānam brahma
‘Bewustzijn is brahman (het onbegrensde)’
– Aitareya-upanishad 3.1.3

aham brahma asmi
‘Ik ben brahman
– Bṛhadāraṇyaka-upanishad 1.4.10

Door middel van verfijnde onderzoeksmethodes brengt het onderwijs van Advaita Vedanta ons naar de herkenning van onszelf als vol, compleet, onbegrensd bewustzijn. Eén zo’n methode is drk-drshya-viveka, het onderscheid tussen de kenner en het gekende.

De kenner verschilt van het gekende

Deze methode baseert zich op een eenvoudig principe: de kenner van iets verschilt van het gekende. Dit begrijpen we heel goed als het gaat om objecten en andere levende wezens. Stoelen, planten, dieren en andere mensen rekenen we niet tot ik. Ik, de kenner, verschilt van deze gekende objecten.

Ook onze kleren vallen onder niet-ik. Waar begint ik? We leggen de grens bij de huid. De tastzin doordringt het lichaam volledig en geeft ons zo het gevoel dat we het lichaam zijn. Maar als we dezelfde logica aanhouden, dan kunnen we dit niet volhouden. We nemen ons lichaam waar. Ik is de kenner van het lichaam; het lichaam is het gekende. De kenner verschilt van het lichaam.

We zijn de kenner van het lichaam, de zintuigen en geest

Hetzelfde geldt voor de zintuigen: we weten of onze ogen zien, of onze oren horen, onze vingers kunnen voelen. We kennen de zintuigen. De zintuigen zijn het gekende en dus niet ik. Zo ook, kennen we onze emoties, gedachten en herinneringen. De geest is het gekende en dus niet ik.

Wat is de ik dan wel? Wie ben ik? Ik ben een bewust wezen dat zich bewust is van de geest, het lichaam en de wereld. De inhoud van dit bewuste wezen is bewustzijn.

Een quote uit De essentie van de Bhagavad Gita van Swami Dayananda:

“Ben jij altijd het bewuste wezen, of ben je alleen het bewuste wezen met betrekking tot dingen waar je je bewust van bent? Net zoals je een ziener bent met betrekking tot de geziene objecten, een hoorder met betrekking tot geluiden die worden gehoord, een proever met betrekking tot dat wat wordt geproefd, zo ben je alleen een bewust wezen met betrekking tot de objecten waarvan je je bewust bent. Los van objecten, alleen met betrekking tot jezelf, ben jij de inhoud van het bewuste wezen, de essentie van het bewuste wezen. Die essentie kan alleen bewustzijn zijn.

Dit bewustzijn, ik, is onbegrensd en non-duaal. Elk object kan begrensd worden door tijd, ruimte of een ander object; maar bewustzijn, ik, is niet een object, en dus heeft het geen afmeting, geen vorm, geen begrenzing. Aangezien het onbegrensd is, is het non-duaal. Jij bent deze onbegrensdheid.”

Het onveranderlijke in elke cognitie

Advaita Vedanta onthult dat bewustzijn onveranderlijk en onbegrensd is. Ik, bewustzijn, ben altijd, onveranderlijk aanwezig. In elke cognitie; in elke waarneming, gedachte en emotie. Er is geluid-bewustzijn, smaak-bewustzijn, gedachte-bewustzijn, herinnering-bewustzijn, kennis-bewustzijn, verdriet-bewustzijn, frustratie-bewustzijn, depressie-bewustzijn, pijn-bewustzijn, slaperigheid-bewustzijn. Het onveranderlijke in elke cognitie is bewustzijn.

De Kena-upanishad zegt:

pratibodha-viditam matam amṛtatvam hi vindate
‘Wanneer brahman (het onbegrensde) wordt gekend in elke cognitie,
dan wordt brahman gekend, en bereikt men waarlijk vrijheid van tijd.’
Kena-upanishad 2.4

Bewustzijn (brahman) is de essentie van elke cognitie. Elke gedachtevorm (vrtti) heeft twee aspecten: bewustzijn en de gedachtevorm. Advaita Vedanta ontvouwt dat gedachten minder werkelijk zijn dan bewustzijn. Gedachten komen en gaan en zijn voor hun bestaan afhankelijk van bewustzijn. Elke gedachte komt voort uit bewustzijn, bestaat dankzij bewustzijn en lost op in bewustzijn.

Bewustzijn en een gedachte zijn als water en een golf. Water is werkelijk, de golf is schijnbaar (mithyā). De golf is enkel een naam voor een bepaalde vorm. Raak je de golf aan, dan raak je water aan. De golf is niets dan water. Zo ook is elke gedachte niets dan bewustzijn. Bewustzijn is werkelijk, de gedachtevorm schijnbaar.

Het zelf is de waarheid van de geest

De stroom van gedachten bepaalt dus niet wie ik ben. Ik ben bewustzijn, waarin elke gedachtevorm verschijnt, bestaat en oplost. Ik ben de waarheid van elke emotie. Verdriet komt en gaat in mij. Zonder mij heeft verdriet geen bestaan. Heeft depressie geen bestaan. Heeft frustratie geen bestaan. Elke emotie bestaat in mij, is mij, maar ik ben niet de emotie.

We oordelen over onszelf op basis van de staat van ons lichaam-geest-zintuigencomplex en zeggen ‘ik ben dik’, ‘ik ben lang’, ‘ik ben oud’, ‘ik ben ziek’, ‘ik ben dom’, ‘ik ben verdrietig’. Het traditionele Vedanta-onderwijs laat stap voor stap zien dat deze conclusies over onszelf onjuist zijn en dat het zelf totaal vrij is.

Vrijheid is jezelf kennen als vrij van elke beperking. Vrijheid is niet een staat van de geest. Je bent vrij ondanks allerlei gedachten, emoties en herinneringen. Vrijheid is je natuur.

Lees ook het artikel: De 5 kosha’s: vergissingen om te doorzien