
Ahiṁsā, niet kwetsen, is een universele waarde die je steeds meer kunt gaan begrijpen en waarderen in verschillende gebieden van je leven. Het wordt in de Mahābhārata de hoogste dharma, waarde, genoemd – ahiṁsā paramo dharmaḥ. Swami Dayananda heeft in het boek De Waarde van Waarden en in zijn onderwijs heel mooi uitgelegd wat de waarde van ahiṁsā is, in het bijzonder voor de Vedānta-student.
De Bhagavad Gita en andere geschriften sporen de Vedānta-student aan om zijn of haar gedrag in lijn te brengen met universele waarden. Als je bepaalde kennis wilt opdoen, dan moet je geest daar klaar voor zijn. Als een kind later professor in de Wiskunde wil worden, dan zal hij toch echt eerst moeten leren rekenen. Het kind kan niet op de universiteit beginnen, want zijn geest is nog niet klaar voor wiskundige sommen. Ook voor de kennis over de werkelijkheid van jezelf is een zekere voorbereiding nodig.
Wat is de voorbereiding voor deze meest diepgaande kennis? Naast karmayoga, meditatie en het ontwikkelen van kwaliteiten zoals onderscheidingsvermogen (viveka) en objectiviteit (vairāgya), bestaat de voorbereiding uit het naleven van universele waarden. Deze waarden zijn universeel, want het is voor iedereen duidelijk dat niemand voorgelogen wil worden, niemand gekwetst wil worden, niemand bedreigd of buitengesloten wil worden.
Een geest vol conflicten
Wat gebeurt er als ik deze universele waarden niet naleef? Dan creëer ik niet alleen conflicten met anderen, maar raak ik ook in conflict met mezelf. Ik creëer een bron voor schuld en angst. Ook een leugentje, zogenaamd voor eigen bestwil, wordt vanbinnen vastgelegd als een klein conflict. Wanneer ik tegen universele waarden inga, dan weet ik wat juist is, maar doe iets anders. Ik raak vanbinnen gespleten en het leven wordt ingewikkeld.
Als er veel conflicten in de geest zijn, dan volgen zelfveroordeling, een gevoel van falen en een lage eigenwaarde. Dit is geen goede voedingsbodem voor de kennis van Vedānta. Alleen een relatief tevreden mens kan echt begrijpen en toe-eigenen dat hij of zij de betekenis van tevredenheid is, dat het zelf absolute vrede en kalmte is, vrij van elk gebrek.
Ahiṁsā: de belangrijkste waarde
De Vedische geschriften, waaronder de Bhagavad Gita, spreken over ahiṁsā als de belangrijkste waarde om na te leven. Niet-kwetsen vormt namelijk de basis voor de universele normen- en waardenstructuur (dharma). Vele andere waarden, zoals waarheid spreken (satyam), groothartigheid (kṣānti) en behulpzaamheid zijn afgeleiden. Als je liegt, veroordelend bent of iemand tegenwerkt, dan is dat een vorm van kwetsen.
Ahiṁsā betekent ‘op geen enkele manier kwetsen of leed veroorzaken’. Niet met daden, niet met woorden en zelfs niet met je gedachten. Er kunnen allerlei gedachten opkomen in je geest, maar het gaat erom dat je kwetsende gedachten niet koestert.
Absolute ahiṁsā is niet mogelijk
Er zijn vele subtiele vormen van kwetsing. Je hoeft niet eens iets speciaals te doen om een ander pijn te doen. Je kunt al onrust veroorzaken met je uiterlijk, je intelligentie of een blik. Als je boos kijkt, omdat je in gedachten bent, kan dat een ander al kwetsen.
Daarom is het niet mogelijk om een leven vrij van hiṁsā te leiden. Stel dat je kiest voor een geïsoleerd leven ergens diep in de Himalaya’s, dan nog zal er hiṁsā plaatsvinden. Je zult toch moeten eten om in leven te blijven. En ook al eet je veganistisch en biologisch, dan nog schaad je planten en insecten. Maar dat totale ahiṁsā niet mogelijk is, is geen vrijbrief om deze hoogste waarde dan maar helemaal niet na te leven.
Je eigen grootsheid ontdekken
Ahiṁsā beoefenen is een leven van zo min mogelijk onrust veroorzaken. Dit maakt dat je groeit als mens, gevoeliger wordt voor het leed van anderen, meer compassie ontwikkelt en een kalme geest verkrijgt. Vervolgens wordt het veel eenvoudiger om de kennis over het onbegrensde zelf te begrijpen.

Swami Dayananda zegt in De Waarde van Waarden:
‘Voor de persoon met verwerkte ethische waarden wordt het leven heel simpel. Geen conflicten die zijn geest vertroebelen. Voor hem is het onderwijs van Vedānta als het samenkomen van gas en vuur. Kennis ontbrandt in een flits.’
Om je eigen onbegrensdheid te herkennen, moet je geest ruim en medelevend zijn. Ahiṁsā sluit niets buiten. Deze waarde verbindt je met al het leven op een diepgaande manier. Je hebt respect voor ieders leven. Je leeft en geniet ervan anderen te zien leven. De grens tussen jezelf en de ander vervaagt. Je geest wordt ruim, zo ruim dat alles erin mag bestaan. Vervolgens is de visie van Vedānta – je bent het geheel – geen grote stap meer.
Ken de waarde van de waarde
Het vergt veel emotionele groei om zover te komen. We hebben allemaal een lijst met kleine en grote wensen die we proberen te vervullen. Mijn wensen botsen regelmatig met de wensen van anderen. En vooral als ik iets heel graag wil, ben ik geneigd om tegen universele waarden in te gaan om mijn zin te krijgen.
De kracht om ahiṁsā te beoefenen komt voort uit begrip: hoe duidelijker de waarde van een waarde voor mij is, hoe minder keus ik overhoud. Verhef ik mijn stem om iets voor elkaar te krijgen? Of kies ik voor geweldloze communicatie en sta ik open voor andermans belangen, ook al krijg ik dan misschien niet wat ik wil? Als ik heel duidelijk zie dat de keuze voor ahiṁsā mij (op lange termijn) een veel kalmer en gelukkiger mens maakt, dan is de keuze niet moeilijk meer. Niet kwetsen gaat dan vóór. Ik weet dat de waarde niet alleen waardevol is voor anderen, maar ook voor mijzelf.
Alert en oprecht zijn
Daarnaast vraagt het bewustwording en oprechtheid om in mijn leven zo min mogelijk te kwetsen. Voortdurend sta ik in relatie tot andere mensen, dieren, planten, het milieu en kan ik bewuste keuzes maken in hoe ik handel.
En hoe ga ik met mezelf om? Ik kan mijn lichaam en geest ook geweld aandoen. Bijvoorbeeld door nooit ‘nee’ te zeggen en over me heen te laten lopen. Of door mezelf neer te halen met kritische gedachten.
Ahiṁsā is bovendien een dynamische waarde die interpretatie nodig heeft. De context van een gebeurtenis maakt veel uit. Als een chirurg een mes in iemands been zet, is er geen sprake van kwetsen. We hebben dus een alerte, heldere geest nodig om te zien wat in een bepaalde situatie nu werkelijk ahiṁsā is. Een rolmodel kan hierbij helpen.
Niemand is bang voor een wijs mens
We kunnen ons laten inspireren door mensen die ons voorgegaan zijn, zoals Swami Dayananda, die een belichaming van compassie was. En in de Vedische geschriften vinden we beschrijvingen van wijze mensen.
In de Bhagavad Gita vertelt Heer Krishna hoe iemand leeft die het onbegrensde zelf kent. Voor hem of haar is het naleven van universele waarden natuurlijk.
‘Wie voor niemand bang is, en voor wie niemand bang is, wie vrij is van uitgelatenheid, onverdraagzaamheid, angst en onrust, die persoon is mij dierbaar.’
– Bhagavad Gita 12.15
Niemand is bang voor de wijze, want de persoon verblijft in zijn of haar eigen volheid en heeft niets meer nodig van de wereld om gelukkig te zijn. Je hoeft niet bang te zijn dat een wijs mens tegen universele waarden ingaat om wensen te vervullen. Na het verkrijgen van de kennis van het onbegrensde zelf zijn er geen sterke wensen meer, hooguit simpele voorkeuren voor bepaald voedsel, etc. De wijze is tevreden met zichzelf, in zichzelf.
‘O Arjuna, iemand met standvastige wijsheid is tevreden met zichzelf, in zichzelf, en geeft alle verlangens die in de geest opkomen op.’
– Bhagavad Gita 2.55
Om je eigen volheid te ontdekken is het nodig om eerst een relatief tevreden mens te worden, die vrij is van conflicten. Het beoefenen van ahiṁsā is daar een goed middel voor. Het is een uiting van respect voor jezelf en alle wezens die samen met jou bestaan. Door je te richten op zo min mogelijk kwetsen, word je een alert en sensitief mens, iemand met een grote geest, die de grootse visie van Vedānta kan ontvangen en verwerken.
Meer lezen?
Boekentips: De Waarde van Waarden van Swami Dayananda en de Bhagavad Gita.